Sardinië fase 2

28/8 – 2/9: verkenning Sardinië met huurauto
Iets over de middag van 28/8 landden we op Alghero, waar we een auto hadden gehuurd. De goedkoopste, want de prijzen van huurauto’s zijn de vorige maanden werkelijk de pan uitgevlogen. Wij tuften dus met een Fiat Panda de parking van de luchthaven uit. Koffer was juist groot genoeg voor onze handbagage. Gelukkig zaten er een motor, stuur en remmen in de auto, want voor de rest was de uitrusting minimaal. Maar het wagentje reed, was door de afmetingen handig om te parkeren en door kleine straatjes te rijden, kortom, hij voldeed aan wat we nodig hadden. 
Het terugzien van de boot was zoals verwacht: het had wellicht een paar keer geregend, vanuit het zuiden. Het saharastof plakte overal, en onze witte boot had nu een duidelijk oranje tint. Gezien te vuil om zelfs in de kuip te zitten, hebben we dus eerst de boot volledig gekuist. Met een temperatuur van 30 graden en meer, een constante voor de hele volgende week, was dit niet echt een lachertje.

De volgende dag, 29/8, met ons karretje richting zuiden gebold. We hadden 2 dagen geboekt in een Agriturismo (“La Baida”) in Pula, maar wilden toch eerst nog eens langs Oristano passeren om een nieuwe poging te ondernemen om de archeologische site Tharros te bezoeken. We zijner geraakt, maar terug, met die hitte was het echt niet meer aangenaam, zodat we het bezoek aan deze prachtige site eerder snel hebben afgehaspeld. Toch interessant. Het schiereiland waarop deze site is gelegen is ook zeer mooi, met prachtige wandelmogelijkheden, maar terug die hitte… 
In de zeer late namiddag, wegens de vele wegeniswerken op de autosnelweg, dan eindelijk aangekomen op ons agroturismo. Normaal betekent dit een verblijf op een boerderij, maar van dit laatste was er niet veel meer te merken. Enkel grote, leegstaande serres lieten ons vermoeden dat hier vroeger nog tuinbouw werd bedreven. Nu was er echter een complex met een groot restaurant, met nog groter buitenterras, een grote stookplaats ( waar ‘s avonds speenvarken aan het spit werd geroosterd, zoals we de volgende dag ook hebben kunnen proeven), en 2 gebouwen met in totaal 9 ruime, goed uitgeruste slaapkamers, elk met eigen terras, en met airco! Het was ook niet echt goedkoop, maar prachtig gelegen, op een zeer groot domein. Enkel het ontbijt viel wat tegen. 
Gezien het restaurant van de agroturismo de maandag gesloten was, dan maar naar de dichtsbijgelegen pizzeria van een lekkere pizza genoten. Italiaanser kan niet.

Op 30/8 een volledige dag uitgetrokken om Cagliari te bezoeken. Eerlijk gezegd, dit viel wat tegen. De hoofdstad van Sardinië heeft wellicht zijn charme, de havenwijk is een aangename locatie dankzij de gebouwen met gaanderijen langs de kade (wat ons een beetje aan Korfoe deed denken), maar het historisch centrum ligt er eerder verkommerd bij, versleten of gesloten musea, weinig tot geen horeca (en dus geen leuk terrasje) en vooral: veel auto’s, die zonder enig respect voor voetgangers door de smalle straatjes raasden. Een terrasje vonden we uiteindelijk wel in de benedenstad waar we, bij een drankje, vergast werden met een bord vol diverse hapjes. Misschien betaalden we wel wat veel voor de drankjes, maar zo spaarden we ongewild wel de lunch mee uit. 
In de vooravond terug naar La Biada, met eerst een bezoek aan Pula, een bekende badplaats, met hopen villa’s van de beau-monde, verscholen achter muurtjes en haagjes, maar toch ook een paar grote leuke stranden, met prachtige uitzichten (en leuke terrasjes, waarvan er toch een paar corona niet hebben overleefd). Maar ge moet ze wel weten te vinden, want van bewegwijzering hebben de Sardientjes geen kaas gegeten. 
‘s Avonds  dan de piéce de rèsistance: het diner in het Agroturismo, dat blijkbaar een zeer grote weerklank had. Bij de boeking, en het consulteren van de website, had ik mij een gezelligge bbq voorgesteld, onder de gasten van het agroturismo. Maar wat bleek: van heinde en verre kwamen, vooral inboorlingen, naar La Badia om van dit all-in diner te proeven. We schatten dat er minsten 150 personen aanwezig waren. Maar het was dan ook echt de moeite waard: een uitgebreid bord met heerlijke antipasti, warm en koud, alles zelfbereid door La Mama van het huis, dan de pasti (2 soorten), dan een bord met stukjes superheerlijk geroosterd speenvarken, gevolgd door een fruitschotel en afgesloten met een limoncello. We konden begrijpen waarom er zoveel volk op af kwam. En dit aan een schappelijke all-in prijs, dranken inbegrepen. 

31/8: Carloforte op het eiland San Pietro.
Van collega- zeilers hadden we vernomen dat de haven Carloforte één van de mooiste van Sardinië was. Gezien we niet de tijd hadden om rond het volledige eiland te varen, was dit dan één van onze hoofddoelen van onze autotrip. Daarvoor moesten we eerst naar het schiereiland Sanantioco, en dan de ferry nemen naar San Pietro. De rit naar Sanantioco was prachtig, grotendeels langs de kustlijn. Sanantioco zelf was eerder teleurstellend, en in het bekende “ondergrondse dorp” (oude catacomben, die tot in de jaren zestig nog waren bewoond), geraakten we niet binnen. Er zat niemand aan de ingang. Italië…….
En dan wat verder gereden naar de ferry, waar we inscheepten, met ons klein Fiat Panda’tje, naar Carloforte, een tochtje van 25 minuten. Carloforte bekoorde ons onmiddellijk bij het binnenvaren. Het gaf ons een echt (klein)eilandgevoel, met een ferryhaven, en daar rond, een rits terrasjes op de kade, en een uitnodigend klein stadjes daar achter. Ook ons hotel, Nichotel, was super, echt een boutiquehotel, dichtbij de kade, met alle comfort (vooral stille airco en zeer goede geluidsisolatie, wat één van onze belangrijkste aandachtspunten is geworden).
Spijtig genoeg was er de volgende plaats geen vrije kamer meer. We waren zo bekoord door de charmes van het eiland (door wat zouden we anders nog bekoord kunnen/mogen worden?……) dat we hadden beslist nog een dag langer te blijven. Niet getreurd, en dan een B&B geboekt in Villa Valu, ook midden in het havenstadje, met even goede faciliteiten. Intussen hebben we de hele dag met ons autootje het eiland doorkruist, (één dag is genoeg), voor eennaantal, onaangekondigde, gesloten deuren gestaan (Italië 🤫?), maar vooral zeer mooie natuur en strandjes gezien. Oh ja, de eerste avond gegeten in restaurant Nicolo ( bib gourmand in de Michelin): teleurstellend, te commercieel en totaal geen aandacht voor de klant: wij waren nog bezig om onze rode wijn te bestellen, ons voorgerecht was nog niet op, en daar kwamen ze al met het hoofdgerecht. Teruggestuurd. De manager kwam zich wel excuseren, maar een kwartier later kregen we het zelfde, lauwe, bord voorgeschoteld.  (Italië 🤫?). De volgende avond gingen we dan gaan eten in een volkser restaurant, ver van de kade, met de hoop om daar iets prijsvriendelijker te kunnen eten. De service was supervriendelijk, veel beter dan bij Nicolo, zodat we ons lieten vangen aan hun suggestie…..en 35€ betaalden voor 1 visje voor 1 persoon. We hebben uiteindelijk nog meer betaald dan bij de Michelin-bib gourmand.  (Italië 🤫?).


2/9: De volgende dag, uitgeschud, met ons miniatuurautootje de terugreis aangevat, met enkele tussenstops (Het mooie en sympathieke middeleeuws stadje Iglesias, en het niet noemenswaardige Tresnurragihia, maar waar ze een lekkere Malvasina schenken) en langs een wondermooie kustweg (vooral het deel tussen Bosa en Alghero) terug naar Fertilia gereden. Nog op tijd om de havenmeester te zien, die ons stellig beloofde dat morgen ons herstelde grootzeil zou worden geleverd. Bbq aan boord en minimaal gebruik van de sanitaire “faciliteiten” van de marina. Morgen zouden we sowieso afvaren naar Antiqua Marina in Alghero, met treffelijke douches.


3/9: spoiler: het grootzeil was er niet! Big problem! Al jeremiaden kwam de zeilmaker, vergezeld van de havenmeester ons, na lang wachten, vertellen dat hij al 2 maanden de 2 nodige katrollen voor het bijkomende reefsysteem had besteld, maar dat ze niet werden geleverd. Snik.  (Italië 🤫?). We hebben hem dan, na veel parlesanten in italo-english, kunnen duidelijk maken dat wij het derde rif nooit gebruiken,  en hij dus gerust die katrollen kon gebruiken voor het eerste rif. Die arme man was nog nooit op dit idee gekomen. Hij zou er het ganse weekend aan werken en maandag zou het klaar zijn (hier werd ons laatste portietje optimisme uit de voorraad gehaald). En, gelukkig dat we deze marina achter ons konden laten, dan in de namiddag de baai overgestoken naar onze bekende ligplaats in Alghero. Konden we weer een treffelijke douche nemen. 


3-4/9: het weekend brachten we door in Alghero, onder een loodzware hitte (32 graden in de schaduw), wat wandelen in dit wondermooie stadje en voor de rest schaduw opzoeken op onze boot (en wat aan de blog werken). 

5/9: komt het zeil er?

Het bleef even stikkend warm. We bleven in de nabijheid van de boot, enkel wat boodschappen doen, en – hoe kun je het raden – een terrasje, want wij waren in blijde verwachting van een gerepareerd zeil. Maar het verlossend telefoontje bleef wel lang uit. Terug gebeld naar onze vriend Bobo in Fertilia, en die kon ons verzekeren dat het zeil nog vandaag geleverd zou worden. En uiteindelijk, rond 18u, daagde de supergestresseerde zeilmaker op, met ons zeil. Een vlugge controle verzekerde mij dat de reef wel degelijk OK was. Oef. We zullen weer kunnen zeilen met een gerust hart. Maar het grootzeil bevestigen zal een werk zijn voor de volgende dag. 


6/9: de ganse dag grotendeels gespendeerd aan de boot zeilklaar te maken. s’Avonds toch eens gaan eten in het restaurant Aquatica, van de Marina, op 100 meter van onze boot. Voorgerecht (6 verschillende hapjes) was superheerlijk, maar de traditionele Fregola met zeevruchten viel wat tegen. We worden stilaan wel zeer kritisch….


7/9: eindelijk weer eens echt op zee, maar nauwelijks windWe vertrokken relatief vroeg (8u) uit Alghero, want we hadden toch een kleine 40 mijl voor de boeg om Stintino te bereiken. Er was weinig wind om ons te verfrissen, zeker niet voldoende om, na een paar vertwijfelde pogingen, te zeilen, zodat we quasi het hele tracé op motor hebben afgelegd. Wel een zeer mooie kustlijn, en toch met wat spanning, want de passage van Fornelli, tussen het vasteland en het eiland Assinara, is maar 3 meter diep op bepaalde plaatsen. Dus wat opletten geblazen, maar dankzij het rustige weer verliep alles zeer vlot en konden we rond 15u aanmeren in Stintino. Kleine jachthaven, voorzien van basic-faciliteiten. Dus sanitair in container, met sleutel die enkel tijdens de werkuren te bekomen was. Gelukkig hadden wij onze darmen al lang onder controle, want deze toestanden zijn legio in Sardinië.


8/9: Stintino: 

Klein gezellig stadje, maar toch met heel wat horeca, want dit haventje was het uitgangspunt voor dagtochten naar de stranden van Assinara. De jachthaven lag wel een heel eind van het centrum, zodat we gelukkig onze fietsjes hadden bovengehaald. De wekelijkse markt in het kleine centrum ging die dag niet door, want het was juist lokale hoogdag (feest van de patroonheilige, maar vraag mij niet naar zij naam). Dan maar wat inkopen gedaan in de plaatselijke minisupermarkt. En in de vroege avond konden wij dan vanaf onze boot een optocht zien van alle lokale boten (vissers-, motor- en zeilboten), vergezeld van een boot waarop een volledige fanfare had plaatsgenomen en volle bak muziek gaf, langs de kade van het stadje, wellicht op de zegen voor een veilig vaarseizoen van de lokale priester te bekomen. En dan gevolgd door een spectaculair vuurwerk. We hebben al veel vuurwerk gezien, maar dit hier  was prachtig. Het vuurwerk van “Waregem Koerse” had er geen lek aan. En dit voor zo een klein stadje. Wellicht moet die toeristenbelasting (waaronder ook onze bijdrage) wel zeer veel opbrengen. Maar we gunnen het hen. Aan de lokale feesten hebben wij dan wel niet deelgenomen (wegens te ver van de haven en wij te lui).


9 – 12/9: Stintino – Castelsardo:Terug een tocht van een 30 mijl, en terug op motor. Warm, zelfs heet (meer dan 30 graden) en nauwelijks wind om af te koelen – en om te zeilen.Rond 14u aangemeerd. Castelsardo is een zeer mooi stadje, gebouwd rond en op een heuvel, met bovenaan een ommuurde stad, met een historische kern van kleine straatjes en steegjes. Zeer mooi, maar wel zeer hoog boven de jachthaven gelegen. In de hitte van deze dagen onmogelijk om er te voet naar toe te trekken. Gelukkig vertrok er een bus vanuit de haven, 1€ pp, en konden we zo een bezoek aan het stadje brengen. Echter, we we hadden een halte te vroeg genomen, zodat we strandden in de benedenstad. Het was zó warm, en al over lunchtime, zodat we het echt niet zagen zitten om nog te voet naar de bovenstad te klimmen. We hebben dan maar een studie gemaakt van alle restaurants in de buurt en uiteindelijk een heerlijke pizza gedeeld op een terrasje. Daarna, met volle moed, toch naar boven gestapt voor een eerste kennismaking met het zeer mooie historisch centrum. En, gezien het daarna bergaf was, te voet terug naar de haven. De dag erop opnieuw, in de namiddag, want de was moest eerst opnieuw gedaan worden,  naar het stadje gegaan, maar nu wel afgestapt aan de juiste bushalte. Leuke wandeling, en op het einde nog een plaatsje gevonden op hét terras van de stad, waar iedereen wil komen om te genieten van de zonsondergang. En dan op het einde wellicht een paar mensen gelukkig gemaakt, want die zonsondergang was niet aan ons besteed, en we wilden niet in het donker terug naar onze boot wandelen.


12-13/9: Castelsardo – Santa Theresa de Gallura.

Terug 32 mijl op motor. Santa Theresa de Gallura ligt in een lange kloof tussen de rotsen, met het dorpje hoog boven de haven gelegen. De jachthaven zelf is een onderdeel van een projectontwikkeling, met , gelukkig geen hoogbouw-, appartementen en veel horecazaken ( die niet allemaal de covid-crisis hadden overleefd, en die, die wel nog actief waren juist vandaag hun sluitingsdag hadden) maar ook met liggeldprijzen om die wij, zelfs in Sardinië, niet gewoon waren. Ter compensatie hadden wij nu wel eindelijk eens voortreffelijk sanitair, ipv containertoestanden. Gezien wij ook zoveel voor het water moesten betalen (forfait) hebben wij dan maar de volgende dag onze boot grondig gepoetst. In de namiddag planden we een bezoek aan het, zeer toeristische, stadje. Gezien wij een ligplaats hadden gekregen aan de andere kant van de kloof, vonden we het geraadzaam om met onze dinghy de vaargeul over te steken en aan te leggen aan de kade rechtover onze boot. Er lagen daar toch ook al andere, weliswaar wat grotere,  rubbermotorboten aangemeerd. We waren er in 5 minuutjes. En we waren er in nog kortere tijd terug weer weg. Nog maar pas aangelegd, of er kwam daar een typische macho-italiaan ( we zij geen racist, maar…..) roepen en tieren dat het daar “zona militara” was, dat we geen commentaar moesten geven, direct ophoepelen, of dat het ons 2000€ zou kosten. Dus geen commentaar, nog zelden zo snel terug in de dinghy gesprongen en wat verder tussen de vissersboten, een onschuldiger aanlegplekje gevonden. Sta Theresa hebben wij dan toch gezien, mooi maar supertoeristisch, en goed uitkijken op welk terras je plaats neemt, want een pint kan daar een fortuin kosten (het eerste terras hebben wij dan ook, na inzicht in de kaart, geruisloos verlaten). De lokale supermarkt was dan wel goed voorzien, zodat we tegen de valavond met onze dinghy terug naar de Arwen konden trekken. 

14/9: Santa Theresa de Gallura – La Maddelena (Cala Gavetta)

Eindelijk eens volledig op zeil een etappe kunnen afwerken.
Maar het vertrek uit de haven was niet volledig rimpelloos verlopen…… Ann heeft daar geleerd dat, als er 2 mooringlines vooraan de boot zijn bevestigd, je die alle 2 moet losgooien. Als je er maar één losgooit, dan kan het zijn dat de onwetende stuurman plots rare dingen tegenkomt. Enfin, we hebben de boot aan de overkant juist niet geramd, en de stuurman heeft juist geen hartaanval gehad. En op een of andere manier , vraag mij niet meer hoe, zijn we er toch zonder ongelukken uitgeraakt.

De wind kwam langzaam op, bij het vertrek een kleine 3 Bft. Toch, met oog op de voorspellingen , een reef ( ja, de nieuwe !) gestoken, en terecht want al vlug kregen we toch windstoten van 20 knopen. Met een halvewindse koers was dit toch heerlijk zeilen. Pas op het einde zakte de wind weer terug tot een 6 knopen, juist genoeg om met een slakkengang de haven van La Madellena te bereiken. La Maddelena is de haven van het grootste eiland van de Maddalena-archipel, gelegen in het uiterste noorden van Sardinië, op 2 uur varen van Corsica. Een prachtige wirwar van een zestigtal eilanden en eilandjes, deel uitmakend van één natuurreservaat ( en dus moet je betalen om daar als zeiler te komen, maar mag je dan ook elke vrije meerboei gebruiken in de vele mooie baaitjes). Prachtig om er door te varen. Maar de meteo leerde ons dat de volgende 3 dagen de Mistral zeer hevig, vanuit het westen, de baai van Bonifacio, waar de archipel lag, zou teisteren. Dus onmiddellijk 4 dagen gereserveerd in de haven Cala Gavetta van La Maddalena. En de boot dubbel beveiligd. We zullen wel zien.

Eerste kennismaking met Sardinië


13-20/6: Alghero

We lagen in een mooie haven. Weliswaar aan de kade, uitgevend op de oude stadswallen, en waar continu wandelaars passeerden, maar voor de rest was het daar rustig. We hadden een plaats gehuurd bij de stedelijke  haven, goedkoop maar we mochten er wel hoogstens 5 nachten blijven.

Alghero


En we konden genieten van alle faciliteiten van de daarnaast gelegen chique Marina Aquantic, met lounge bar en restaurant. Zeer propere toiletten en dito riante ruime douches. Voor die laatste moest je wel 1€ in de teller steken, en dan had je 3 minuten om de klus te klaren. Sneldouchen, dus. Voor Ann, die haar haren moest wassen (itt ondergetekende) gold dus dubbel tarief. Maar kom, we mochten echt niet klagen.Alghero heeft een prachtig historisch centrum, omgeven door de oude, deels gerestaureerde stadsmuren. Heerlijk om door de nauwe schaduwrijke straatjes, omgeven door renaissance palazzi, te lopen of door de oude volkswijken, die blijkbaar 30-40 jaar geleden nog te onveilig waren , zelfs voor de Algheronezen zelf, om er door te wandelen. Maar intussen heeft het stadsbestuur er alles aan gedaan, tot gedwongen verhuizingen toe van de oorspronkelijke arme bewoners, om er een toeristisch pareltje van te maken.

Iets viel ons toch op: in tegenstelling tot Spanje wordt hier alles veel minder onderhouden, worden straatjes niet of niet grondig gekuist en vind je overal afval (en hondenstronten). De toeristen, die nog niet en masse op het toneel waren verschenen, kwamen blijkbaar toch vooral voor de stranden naast de stad en/of de terrasjes, want de wandeling met gids ( bron van alle hierboven geëtaleerde kennis), werd voor ons een privéwandeling. We waren de enige geïnteresseerden die kwamen opdagen. Intussen waren er op de kade waar wij waren aangelegd drukke werkzaamheden bezig: met man en macht was men daar een megapodium aan het opbouwen. Uit nieuwsgierigheid googelden we wat op internet en kwamen we te weten dat zaterdagavond de in Italië blijkbaar zeer populaire rapper Goé een optreden ten beste zou geven. En dat alles uitverkocht was. Vluchten kon niet meer, want pas zaterdagvoormiddag zouden er techniekers langskomen om het waterlek in de motor te herstellen. En die zijn er ook stipt gearriveerd en hadden maar 1 uur nodig om het euvel te herstellen (de aansluiting van de impeller was door slijtage kapot geraakt). En dat optreden van Goé, die avond, viel  uiteindelijk nog mee. We zijn buiten blijven zitten, het was toch snikheet, en er zelfs in geslaagd om wat in te dommelen. En tegen 0u30 was alles achter de rug.

Onze 5 nachten waren op, zodat we moesten verhuizen naar een andere marina (er zijn 5 marina-uitbatingen in de haven van Alghero, een typisch Italiaans fenomeen). Aan de overkant lag Marina Ser Mar, waar we aan een relatief redelijke prijs onze boot konden achterlaten in het hoofdseizoen (juli-augustus), terwijl wij naar België zouden terugkeren. De uitbaters van deze marina waren supervriendelijk en enorm behulpzaam bij het aanmeren. Maar de faciliteiten deden ons onmiddellijk denken aan een goedkope camping. Niet echt om hier veel dagen te blijven.Enfin, morgen varen we toch weg om nog een stuk van Sardinië te verkennen, en als we eind juni terugkeren is het enkel nog op de boot op te kuisen, bagage in te pakken en de taxi naar de zeer dichtbijgelegen luchthaven te nemen.


20/6: Alghero – Cala de Bollo

In de late morgen (we moesten toch nog wat uitslapen na ons gratis concert van zaterdagavond) koersten we naar Cala de Bollo, een mooie baai op 7 mijl van Alghero.Een mooie grote oranje boei lachte ons toe. Deze boeien zijn speciaal gelegd opdat boten niet zouden ankeren, en zo de kwetsbare bodem met het beschermde Poseidonia-zeegras niet zouden beschadigen met hun anker. Dus comfortabel aan een boei, wat snorkelen rond de boot in kristalhelder water, met heel wat vissen. Maar blijkbaar ook met enkele kwallen. En één van die beesten zal mij gestoken hebben, want toen ik uit het water ging voelde ik al iets tintelen, daarna hevige jeuk een een cirkelvormige vlek op mijn been. Maar blijkbaar toch niet zo ernstig want er wat muggenmelk op gestreken en veel last heb ik er niet van gehad. Maar het snorkelen rond de boot zat er nu toch wel op. Dan maar met de dinghy naar een piepklein beachrestaurant gevaren, waar er een kleine kade was gebouwd, waar toeristenboten geregeld kwamen aanleggen om een lading toeristen-zonnekloppers te lozen. Er was daar ook een klein strandje met terug mooie , kwalvrije, snorkelruimte, waar zelfs Ann toch minstens 5 meter heeft gesnorkeld.  

Cala de Bollo

‘s Avonds was de wind volledig weggevallen, zodat we rustig op de boot hebben gebarbecued en van de stilte genoten. Maar de nacht! Door dat er geen wind was, lag de boot op het water zonder duidelijke richting te dobberen op de stilaan toenemende deining en botste hierdoor continu met een “boenk” tegen de boei. We zijn allebei diverse keren opgestaan, het meertouw aangetrokken, dan weer wat gelost, nog een bijkomend touw gelegd, niets hielp. De “boenk” bleef. Dus zeer weinig geslapen. Zodat we al om 6 u zijn opgestaan en dan maar besloten om uit miserie de boei al achter ons te laten en naar Bosa te varen.

21/6: Cala de Bollo-Bosa.

25 mijl met veranderlijke wind. Betekent zoveel mogelijk te zeilen, maar uiteindelijk, gefrustreerd, toch de motor terug aangelegd. De haven van Bosa, Nautica Pina, ligt in de monding van een rivier, maar gelukkig met weinig stroming zodat het aanmeren probleemloos verliep. Intussen zijn wij ook al geoefende “aanmeerders” geworden. Het “havenkantoor” vond ik na heel wat zoeken: de kassa voor de winkel van scheepstoebehoren. Ook de toiletten en de douches waren origineel, gevestigd in een houten chalet, en enkel open als de daarnaast liggende bar ook geopend was. Gelukkig wel ruime openingstijden, want anders wordt het bij hoge nood problematisch.

Bosa is een mooi stadje, met een rijk verleden van visserij en leerlooierij. Heel speciaal: aan de rechteroever lag het “chique” deel van de stad, met mooie ( nu wat uitgesleten) patriciërshuizen, en aan de linkeroever de leerlooierijen, visverwerkers en de huizen voor het plebs.

Bosa, waar de tijd bleef stille staan

Eén nadeel: het stadje ligt op een halve uur wandelen van de jachthaven, wat met 30 graden in de schaduw geen kluchtje is (en we waren tot onze spijt te lui geweest om onze fietsjes boven te halen – we zullen het nooit leren). We waren ook te lui om zelf te koken, en dan maar van lekkere pasta genoten op het terrasje van de Trattoria del 2 Piazza.

22 – 25/6: Bosa – Porticcioli de Marina de Torregrande (bij Oristano).

een tocht van 33 mijl, ondanks enkele schuchtere pogingen, grotendeels op motor. Zeer ondiepe haven, ook de weg ernaar toe, zodat we meer naar onze dieptemeter (die soms NUL centimeter diepte onder de boot gaf) keken dan naar de omgeving.
De volgende dag naar Oristano, met de ambitie om de stad te bezoeken. Met de bus, die start van bij de haven. Onze eerste poging mislukte, want de buschauffeur weigerde om ons aan boord te nemen, want we droegen geen FP2 masker. Terug naar de boot, maskers halen en de volgende bus genomen. Stadje Oristano is echter niet echt speciaal, zeker niet om er lang door te wandelen in volle zon met meer dan 31 graden. We hielden het dus vlug voor bekeken, en na een lichte lunch in bar Eleonaro, volgens de Trotter gids very special, maar in feite niet meer dan een koffiezaak, waar we enkel een croque konden krijgen, nog wat boodschappen gedaan, en met de bus en met mondmasker terug naar de haven, intussen hadden we ons lesje geleerd en de fietsjes boven gehaald, zodat we in de latere namiddag, toen het wat begon af te koelen, naar het kleine sympathieke badplaatsje dicht bij de haven, Marina de Torregrande, zijn gefietst, wat gewandeld, terrasje gedaan, en dan terug naar de boot om te bbq’en.

Op 24/6 kregen we waarempel enkele (warme) regenbuitjes. Maar dit weerhield ons niet om onze fietsjes te nemen en naar het nabijgelegen Cabras te fietsen. Bedoeling was om van daaruit de bus te nemen naar Tharros, om de bekendste archeologische (vnl Romeins) van Sardinië te bezoeken. Alleen, de bussen rijden enkel tijdens het hoogseizoen. En juni hoort daar niet toe.

Tharros, gezien vanuit onze boot..

En , niet geklaagd, gezien het dan toch juist opnieuw begon te plenzen, dan binnengestapt in het plaatselijke museum, dat ons een volledig inzicht gaf in de Nuraghische beschaving op Sardinië (bronstijd, 1.500 BC), en waar we zagen waar de makers van Star Wars hun inspiratie hebben gevonden voor de robot C-3PO.

C-3PO 🤫?

Minpuntje: Cabras ligt in een zeer moerasrijk gebied, en gezien muggen hier een ideale broedplaats hebben, stikte het daar van die griezels. De plaatselijke supermarkt had nog nauwelijks muggenwerende producten in voorraad, enkel nog doekjes, maar die hielpen toch nog wat. Na een lekkere lunch in Il Caminetto verder gefietst naar Cantina de la Vernacia, aangeprezen in onze reisgids als de plaats om de lokale wijnen te proeven. Na wat aandringen hebben we er toch een paar slokjes gekregen, alhoewel Ann tegen dan al zo oververhit was, dat ze zelfs geen wijn meer kon proeven. En dat wil wat zeggen….. Toch nog een paar flesjes meegenomen in onze rugzak, en dan terug naar de haven, na een tussenstop in Marina de Torregrande waar we bij Kiosko John een overheerlijke pizza konden savoureren. Intussen was het al donker, en had ik gelukkig een koplampje mee, want onze fietsjes zijn niet met verlichting uitgerust. Zo uiteindelijk toch in de haven geraakt, waar we ons nog uitnodigden op het feestje van de vissers van Arborea. Sympathieke en zeer gulle gasten, en met ons beste Italiaans aan de babbel (en de drank) geraakt met de organisator van dit feestje. Gelukkig hadden we nog juist genoeg zelfdiscipline, want anders waren we nooit in ons bed geraakt. En nog maar nauwelijks in slaap geraakt, of gewekt door het boemkedeboemdeboem van de strandbar van Marina de Torregrande. Ondanks onze oordopjes toch niet echt goed geslapen.

De volgende dag was er toch iets teveel wind (en vanuit de verkeerde richting) om terug te varen. We hadden nog tijd in overschot, en dus besloten om nog een dagje langer te blijven, naar het strand te gaan en wat te fietsen, zwemmen en wandelen. Het water was lauw te noemen, en wellicht even warm als de luchttemperatuur van 32 graden.

26/6: Torregrande – Bosa.

En dit volledig op zeil. Zeven uur genieten van juist genoeg wind, het zonnetje en een relatief rustige zee. De thermometer gaf 33 graden, op zee ! Gelukkig dat we schaduw vonden onder de bimini en de zuidoosten wind voor wat afkoeling zorgde. De wind trok aan tot 21 knopen, en onze boot liep op een bepaald moment, onder volle zeil (want ik kon niet reven….) tot 7,3 knopen.
Aangemeerd rond 16u, in een loodzware hitte, zodat we op de boot zijn gebleven tot dinertime. En dan lekker gegeten (superheerlijke Taglia van rundsvlees) in het nabijgelegen restaurant Nuovo Costo.
27/6: dagje Bosa om het af te leren. Ook het badplaatsje Marina de Bosa aangedaan waar we in het lauwe water zijn gaan zwemmen.

Bosa, gezien vanuit de “marina”

28/6-2/7: Bosa – Marina de Fertilia.

Het had vannacht gestormd, gedonderd en gebliksemd, met fikse regenbuien ( uit het zuiden, dus met massa’s saharastof, dat overal bleef plakken). Maar tegen de ochtend was het al heel wat rustiger en lag de storm nu al ter hoogte van Alghero. En zou in de voormiddag verder naar het noorden opschuiven. Alle weersvoorspellingen wezen op een goede 4 Beaufort. Galewarnings waren voor de straat van Bonifacio. Op een lichte paniekaanval van Ann na, die op haar tablet toch nog een weersvoorspelling had gevonden, die aangaf dat de storm nog de hele dag over Alghero zou razen, bleef alles (vooral het weer) rustig. Voor alle veiligheid, en tot gemoedsrust van de overige bemanning, het zeil gereefd (wat betekent een tweede rif, bij gebrek aan een eerste). En zo met een rustig vaartje op halfwindse koers met een snelheid van ca 5 knopen bij een goede 4 Bft ( het kriebelde om de reef te lossen, maar intussen weet ik wie echt baas aan boord is), van Bosa naar Fertilia gezeild. Zalig, voor onze laatste zeiltocht van deze etappe.

De haven van Fertilia, aan de overkant van de golf van Alghero, op een half uurtje zeilen, was de goedkoopste optie gebleken om onze boot voor de zomervakantie achter te laten. We dachten daar beter af te zijn dan in Marina Ser Mar, zeker goedkoper. Dus de eerste maar gecancelled. En de hulp van de “Ormeghiattori” was prima. Wel was het water van de haven zo ondiep dat we bij het aanmeren met onze kiel in het meertouw van de boot naast ons, dat schuins over de ons toegekende ligplaats was getrokken, vast geraakten. Blijven liggen en de boot met de boegschroef wat controleren totdat de ormeghiattori het bewuste meertouw hadden losgemaakt en op de bodem lieten zakken zodat we uiteindelijk toch konden aanmeren. Dan toch nog wat opwinding.

Over het sanitair in de haven ga ik niet teveel uitwijden, uit respect voor eventuele gevoelige lezers. Laat ons zeggen dat we eerder spraken over een roestige barak, met een rooster als vloer, waar je zo het water onder je voeten zag lopen als er iemand een douche nam, met plooideuren die los in hun hengsels hingen,…… Ann heeft steeds op de boot gedoucht.

De paar dagen, die we nog in Fertilia doorbrachten vóór ons vertrek naar huis, werden gevuld met waskarweitjes, wat betekent dat we met onze fietsjes, met op onze rug een rugzak proppensvol gevuld met was, een half uurtje naar de dichtsbijgelegen launderette in Alghero moesten trekken, een onderhoud met de plaatselijke zeilmaker om een bijkomende reef in ons grootzeil te installeren, een tochtje langs de winkels in Alghero om geschenkjes voor onze kleinkinderen in te doen, toch nog eens gaan zwemmen en voor de rest zoveel mogelijk schaduw en friste te vinden om de hitte te overleven.
Fertilia is een artificieel dorp, indertijd nog onder Mussolini gebouwd om de arme Italianen uit het Zuiden van het vasteland naar Sardinië te lokken waar ze in de landbouw en de mijn bouw aan het werk zouden worden gezet. Het is nu een eerder troosteloze bedoening, met architectuur die wellicht ook in de oude sovjetlanden terug te vinden is. Er is 1 hoofdstraat, met een 5-tal horecazaken. De rest, ook een vroeger grand hotel, staat leeg.

Fertilia. Saai.

Maar we hebben er toch lekker gegeten ( traditioneel heeft onze kok van dienst op het einde van elke etappe niet veel zin meer om te koken, zeker niet met een 30+ temperatuur).

En dan, op 2/7, terug naar de heimat, naar onze allerliefste (klein-)kinderen.

Mahon – Alghero: relaas van onze eerste non-stop tweedaagse zeiltocht

Maandag 11/6 : Mahon (Menorca) – Alghero (Sardinië)De wekker stond op 3 u en de trossen werden om 3u40 gelost. Rustig uitgevaren en rond 4u20 waren we uit de grote, lange haven en konden we een rechte koers uitzetten van nog 188 mijl. Ondanks de komende hittegolf was het zo vroeg in de morgen nog koud en klam. Na een tijdje hadden we zowel een pull aan als ons zeilvest.
(Nooit gedacht dat we die nog nodig zouden hebben)

Afscheid van Mahon om 4u

De meteo had al sinds gisteren weinig (westen)wind voorspeld. We startten dus op motor, in de hoop in de namiddag toch genoeg wind te krijgen om, wellicht enkel op genua-zeil, de motor te kunnen afleggen. Maar nee hoor, de wind kroop niet boven de 1-2 BF en draaide, tot mijn groot ongenoegen, naar het noordwesten. Dus volledig wind vanachter en geen mogelijkheid om snelheid te maken. Als je 192 mijl moet afleggen, ben je niet echt geneigd om met een maximale snelheid van 3 knopen af te kruisen, d.w.z. eerst een stuk onder jouw doelkoers, en dan een stuk erboven, zodat je zigzaggend toch kunt zeilen naar je bestemming. Maar, gezien de wind niet zou aanwakkeren, betekende dit het dubbele van de vaartijd. Misschien geen probleem voor stoere zeebonken, maar als ik mijn bemanning zou mededelen dat wij er geen 2 maar 4 dagen zouden over doen om Sardinië te bereiken, zat een muiterij er dik in en mocht ik voor mijn leven vrezen. Aangezien ik niet suïcidaal ben aangelegd zijn wij dan maar verder op motor blijven varen. 
Wij hadden ons goed voorbereid en geluisterd naar alle adviezen van lange-afstandszeilers. Dus overdag de nodige dutjes doen, elk om beurt, en intussen het commando over de boot aan de andere overlaten. Want ook vannacht zouden we, volgens plan, elk om de beurt, gedurende 2 uur varen terwijl,de wederhelft zou kunnen slapen. Goed plan !Dat lukte gedeeltelijk voor Ann, die nu en dan wat kon indutten, maar in het geheel niet voor jullie verslaggever. Een dutje doen was blijkbaar niet aan mij besteed. Intussen voeren we al in volle zee, geen land, en ook geen andere boten te bespeuren. Ook de dolfijnen lieten verstek gaan. Groot was de opwinding (een kinderhand is gauw gevuld) toen we plots een grote bruine vlek zagen, er naar toe vaarden (wat wel gemakkelijk is als je geen zeilen voert) en een grote zeeschildpad dicht bij onze boot zagen. Nog nooit gezien ! Het beest  was echter niet gediend met onze interesse en ging kopje onder, maar liet ons juist voldoende tijd voor een fotoshoot.

Een reuze zeeschildpad hield ons even gezelschap

En dan maar verder varen, en rond 18 u meloentje met onze laatste Iberico ham, waarna wij ons stilaan konden voorbereiden voor de nacht. Zeilvest aan, reddingsvesten aan me lifeline. Degene die van wacht was moest zich met zijn lifeline vastmaken aan de boot om geen enkel risico te lopen.
Intussen was de wind wat meer naar het Zuiden gedraaid, waardoor we al een tijdje op zeil aan het varen waren. Ann zou de eerste shift doen, tot zonsondergang (21u20) waarbij ik ondertussen zou proberen wat te slapen. Wat dus wel niet lukte. De deining begon meer en meer toe te nemen, waardoor de boot meer begon te schommelen en de zeilen bij elke schommeling klapperden en de boot telkens wat vaart verloor. En intussen was de wind weer naar het Westen beginnen te draaien, waardoor we nog meer vaart verloren, en het schommelen nog erger werd. Ik kan dat allemaal vertellen omdat ik inderdaad geen oog heb dichtgedaan.

Rond 20 u hield ik het voor bekeken, het slapen zou nog niet voor onmiddellijk zijn, legde de motor opnieuw aan en streek de zeilen. Tijdens mijn 2 uur durende mislukte poging om te slapen, waren we nog geen 5 mijl gevorderd. Om 21u30 ging Ann slapen. Wat, omwille van de nog sterkere deining, ook zeer moeilijk was, maar na een paar uur toch lukte. Ik zou dan maar aan het roer blijven tot …Want ik had al vlug door dat Ann het niet zag zitten om in volle duisternis aan het stuur te komen. Zij had , gelukkig, het lumineuze idee dat ik tijdens mijn wacht , naar muziek zou kunnen luisteren. En dus kwam Spotify op Iphone en onze JBL-bluetooth versterker op het dek. En kon ik de volgende uren naar muziek luisteren die ik anders, in gezelschap, moeilijk kan afspelen. Passeerden zo de revue : the Armed Man, Mass for peace ; Requiem for the living; Canto General van Theodorakis en Pablo Neruda; War Requiem van Britten;   I Muvrini….  Ge ziet dat ik véél tijd had. En ik had ook een een handig schema opgezet : elk kwartier zou ik een artikel van Knack lezen, dan rechtstaan en overal rondkijken (ik had ondertussen wel continue een schuin oog op mijn kaartplotter waarop ik eventuele met AIS uitgeruste boten kon opmerken. – in de hele nacht een 10-tal, maar geen één op zichtafstand) en de koers op automatische piloot corrigeren. Zo kon ik elk uur in vieren delen. En om de 2 uur een colaatje drinken. Alleen de volle maan hield mij gezelschap. En de eeuwig draaiende dieselmotor – een poging om zeil te heisen – enkel geklapper. Ik heb het volgehouden. En was blij dat , ondanks de zware deining , Ann toch wat kon slapen. En gelukkig kroop ze rond 3u uit de kajuit en stelde tot mijn verrassing voor het roer over tenemen. Ik heb niet geweigerd. En ondanks haar schrik heeft Ann zeer dapper de wacht gehouden, zonder het stuur te verlaten. En dat gedurende twee uur! Chapeau voor mijn lieve, dappere wederhelft.

Om 6u15 kwam de zon op

En vervolgens toch 2 uur geslapen, half bewusteloos. En dan terug aan dek en zo samen van de zonsopgang genoten. Verder gevaren, koffie gezet en brood getoast in een pan, en elk nog op zijn beurt nog wat ingedommeld. We zouden vanavond onze slaap wel inhalen. Zo sleurden we ons naar de middag. We hadden nog genoeg zelfgemaakte tortilla van de dag ervoor over, zodat de lunch vlug op tafel stond. En om het rustig te kunnen doen – ook de deining was al serieus afgenomen – een bezeilbare koers gekozen en met een schamele 2 beaufort, onder zeil en in stilte, zonder motor, wat tot rust gekomen. Toch nog eens de motor geïnspecteerd – en onmiddellijk gezien dat de ruimte onder de motor volledig met water was gevuld. Zeewater. Dus lek in het koelingscircuit. Terug een niet goed aangebrachte sluiting van de impeller ? Of was het de waterpomp zelf ? Allicht geen join de culasse want de uitlaat was de hele tijd schoon gebleven zonder witte rook. Enfin we zouden wel in de haven geraken want de motor werd verder afgekoeld, maar dan zouden we er wel een mechanieker moeten vinden. En intussen een volle emmer water uit het motorcompartiment geruimd. Gezien er echter te weinig wind was, en dan ook nog in de verkeerde richting, rustig op motor, en met een uur vertraging, naar de haven gevaren waar we rond 17 u zonder incidenten hebben kunnen aanmeren. We hebben een plaats gekregen aan de kade van de oude stad die uitkijkt op de oude stadswallen.

Mooie ligplaats vlakbij de oude stadswallen

Dat was een aangename verrassing.  En zo vlug mogelijk de thuisbasis kunnen melden dat we veilig waren aangemeerd ( er was daar  blijkbaar efkens paniek geweest, want ze hadden ons op AIS gevolgd, en blijkbaar was ons signaal gedurende een paar uur niet gecapteerd…).Je kan je wel inbeelden dat we de rest van de avond niet veel hebben gedaan en zeker niet zelf gekookt.
Na een deugdzame douche , op Tripadvisor vruchteloos een goed restaurant gezocht,  dat zich zeer dicht bij onze ligplaats moest bevinden. Om een lang verhaal kort te maken, we zijn uiteindelijk in een restaurant voleind, Trattoria de Marco Polo, wat als eerste kennismaking met Sardinië uitliep op een grote teleurstelling. Norse, onpersoonlijke bediening, de specialiteit van Sardinië, Agliata, sterk gekruide bereiding van vis met gedroogde tomaten en look was niet te vreten, en de prijzen waren voor ons tot nu ongekend. A ja, toch iets positiefs, de 2 pasta’s als hoofdgerecht waren wel lekker. Maar we hadden beter verwacht. En die goede fles Cava, die we in Mahon hadden gekocht om de oversteek te vieren, die houden we wel voor morgen.

Die nacht hebben we zeer goed geslapen. En ook de volgende nacht.

Menorca: Mahon, en hiermee afscheid van de Balearen.

O.p 8/6 verlieten we om 9u Puerto de Fornells richting Mahon. Eerst half bewolkt, maar stilaan werd het terug zonnig en warm. Het begin nog op motor, maar iets na 10 kregen we toch een 6-7 knopen op onze windmeter en konden we eindelijk ons nieuw grootzeil uittesten. En het was een succes. Naar mijn aanvoelen gingen we, bij vergelijkbare windsnelheden en -standen soms tot 1 knoop sneller. Dat betekent een verhoging van de snelheid met 20%. Het oude zeil was dus blijkbaar tot op de draad versleten. En dus goed voor de vuilbak. De wind zat tegen zodat we moesten opkruisen. Intussen was hij aangetrokken tot een 4 bft, zodat we, volgens de bemanning, wat te scheef gingen. Maar het was zalig zeilen.

om 14u30 arriveerden we in de baai van Mahon. We moesten eerst nog voltanken, want binnen een aantal dagen zouden we naar Sardinië oversteken. Gezien we dan al om 4u zouden moeten uitvaren, was er geen mogelijkheid om dan nog te tanken. Dus legden we aan bij het enige tankstation van Mahon. Dit is open van 8u tot 20u. …….uitgezonderd elke woensdag, wanneer het sluit van 14 tot 16u (wellicht moet de pompbediende dan voor zijne kleine zorgen ?). Dus anderhalf uur wachten op de boot, en telkens aan andere boten, die ook wilden tanken, en wachtten totdat wij gingen vertrekken, moeten uitleggen dat het spel gesloten was. En intussen konden wij ons vergapen op de megajachten, die bij de Club Maritimo de Mahon waren aangemeerd. Ik kan begrijpen dat wij daar geen plaats kregen toen ik bij hen wou reserveren……

Volgetankt voeren we dan verder naar de meer democratische Marina de Menorca, helemaal aan het einde van de langgerekte baai van Mahon. Niet onmiddellijk een idyllisch plekje, met aan de overkant een electriciteitscentrale, werkplaatsen en dokken voor ferryboten. Maar rustig, en goed beschermd tegen zware winden. En voor de volgende 2 dagen was er zwaar weer voorspeld, met windstoten tot 40 knopen. Een Tramontana, die vertrekt vanuit Frankrijk, zal gedurende 2 dagen de strook tussen Menorca en Sardinië teisteren. Ik zou niet graag met een dergelijke wind op volle zee worden geconfronteerd. En we waren niet de enigen, die de veilige havens van Mahon opzochten. Maar voor ons geen probleem, gezien we, juist met het oog op de weerberichten, al tijdig een plaats hadden gereserveerd.
De Marina heeft een mooi bureau, maar het sanitair, dat weliswaar basic maar zeer proper was, was gehuisvest in containers. Er zijn blijkbaar plannen om een nieuwbouw voor sanitair en andere faciliteiten op te trekken, maar die liggen ergens vergeeld in de kluis van het mooie moderne kantoor.

De oude stad Mahon lag op 15 minuten wandelafstand van de Marina, volgens de Pilote, maar die had er niet bij geschreven, dat die wandeling nogal steil bergop was. En aangezien we voor alle mogelijke boodschappen naar boven moesten, hebben we onze fysieke conditie ongewild goed op peil kunnen houden.
Donderdag 9 en vrijdag 10 juni hebben we de tijd verdeeld tussen aan de boot werken (lees schrobben en poetsen, motor nazien, een paar nieuwe klemmen kopen en vervangen, enz.) en rondwandelen in het heel mooie, betrekkelijk rustige Mahon (Ciutadella is veel meer gericht op toerisme). Mahon is ook goedkoper. In de zeer authentieke tapasbar Can Xavi vonden we zeer lekkere hapjes voor de helft van de prijs, die we tot dan in de Balearen hadden betaald. Het was dan ook een gelegenheid die vooral door locals werd aangedaan. En intussen hoorden we door de straten de wind gieren.

Vanaf morgen, zaterdag, zou de wind echter gevoelig aan kracht inboeten. Maar de zee zou in het begin nog zeer woelig blijven. En gezien het zondag vaderdag is, hebben we besloten om onze overtocht te plannen voor maandagochtend.

Menorca, klein maar fijn: van Ciutadella tot Fornells.


Op 2/6 lieten we om 8 u het rustige Pollenca achter ons en zetten we koers naar Ciutadella op Menorca, een tocht van 38 mijl. Zoals steeds gestart op motor, maar na een kleine 2 uur hadden we toch voldoende (halve) wind van een 6-8 knopen, zodat we de zeilen konden hijsen en de motor het zwijgen opleggen. Genieten van de stilte. En na een tijdje nog vergast op het gezelschap van twee dolfijntjes. Die zwommen blijkbaar achter een vissersboot, die zijn netten had uitgeworpen. Ik vroeg mij af of die dieren zo slim zijn dat ze weten dat, waar die vissersboten zijn, er ook veel vissen zijn ? Wie zoekt dat eens uit ?En zo konden we, na een mooie zeiltocht, rond 15u de haven van Ciutadella binnenvaren. Wat we “haven” noemen is in feite een lange kreek, omgeven door hoge klippen waar op het einde de stad Ciutadella zich openvouwt. Spectaculair om zo binnen te varen. En maar fotootjes nemen.

De haven van Ciutadella


De haven van IB Ports is uitgerust met vingerpontons, zoals bij ons in Nieuwpoort. We hadden het bijna afgeleerd om op deze wijze aan te leggen. De haveninfrastructuur is prima met voldoeninggevend sanitair en vriendelijke service (zoals quasi overal op de Balearen).En Ann in sinds vandaag officieel gediplomeerd tot eerste stuurvrouw: ze heeft de hele tocht feilloos de boot bestuurd, de navigatie succesvol uitgevoerd en steeds de nodige koerscorrecties gedaan. Chapeau ! En klaar voor de oversteek naar Sardinië.
Ciutadella is met voorsprong het mooiste stadje van de Balearen. Dit hadden we al onmiddellijk gezien bij het binnenvaren, maar werd voortdurend bevestigd bij onze vele wandelingen door het stadje. Gebouwd op de hoge klippen langs de haven, maar met uitlopers op de oever (waar nu vooral horecazaken zijn gevestigd). In het stadje, met zijn smalle kronkelige straatjes, bijna een labyrint, stuit je voortdurend op prachtige renaissance palacio,s, straatjes met arcades, kleine gezellige pleintjes en een supertoffe Mercat, met links van het straatje een oude vishal (dure vis!) en rechts een even oud gebouw waar een vijftal carniceria’s zijn gevestigd, met een heerlijk aanbod van onder andere Menorcaans mooi met vet  dooraderd rundsvlees . En daar rond…..terrasjes en tapasbars. We planden een eerste korte verkenning, maar die liep zo lang uit, wegens al dat moois, dat we uiteindelijk zijn blijven “plakken” in het stadje, voor een “kleine hap”, die uiteindelijk iets is uitgelopen wegens te lekker op het binnenterras van het restaurant “Pins 46”, terug een aanrader. Onder ander de zwarte rijst met marisco’s, onze eerste kennismaking met dit Spaans nationaal gerecht, was overheerlijk – moet je hiervoor al zo lang in Spanje vertoeven ???
Ciutadella op 3/6.Het had geregend, vannacht.Niet zo veel, maar weeral kwam die regen uit het Zuiden. En dan wisten we al genoeg. Saharazand. Dit betekende terug een anderhalf uur schrobben om van een vuile, oranje boot terug een goed onderhouden, in het wit blinkende Arwen te maken. Maar eerst toch nog naar de Mercat, die we gisteren hadden ontdekt. Kwestie van het nodige voedsel in te doen voor de volgende twee dagen. We waren immers vastbesloten om nu weer zelf te koken. Ware het niet dat die zo typische tapasbar Ulysses zo naar ons lonkte dat we het niet konden laten, en een tafeltje reserveerden voor de midd1g van de volgende dag, “om iets kleins te eten”.En dan terug naar de boot om te schrobben en te poetsen. Dat Saharazand kruipt ook echt overal in. We weten dat we dagen, zelfs weken later nog altijd overschotten van die oranje smurrie gaan tegenkomen op onze boot. In de late namiddag, na gedane arbeid, terug naar stad waar we tijdens onze wandeling een terras met een zeer goed wifi-hotspot ontdekten. Morgen komen w hier terug om eindelijk onze blog á jour te zetten en eindelijk, op vraag van ons Evelyn, foto’s toe te voegen. 
4/6, nog altijd Ciutadella.In de voormiddag eerst de Palacio de Oliver bezocht, gelegen rechtover de kathedraal. Een authentieke renaissancepalacio, maar verbouwd in de 18de eeuw tot de huidige aanblik, en nog altijd bewoond door de eerste eigenaars, de adelijke familie de Oliver. Moeten wel hun huis ter bezichtiging aan de toeristen open stellen om uit de kosten te geraken, de sukkelaars. Maar het bezoek was echt de moeite waard.Vervolgens naar ons wifi-hotspot terrasje waar jullie dienaar zich anderhalf uur heeft kunnen amuseren met het schrijven van de blog en het aanvullen met foto’s. Geloof mij, dat is hard werken.En dan naar de Bar Ulysses aan de Mercat voor onze lichte lunch. We genoten van 3 super lekkere tapas-to-share. En meer dan voldoende. Plichtsbewust als we zijn, zijn we dan teruggekeerd naar ons wifi-hotspotterrasje om bij een kopje koffie de rest van de blog aan te vullen. En terug neem ik het voornemen om vanaf nu elke dag wat neer te schrijven. We zien wel…..

ï


Op 5/6 lieten we Ciutadella achter ons en koersten we na Cala de Algayerens. Vandaag zouden we immers opnieuw een poging ondernemen om een nacht op anker door te brengen. “Koersten” zeg ik, maar de zeilen, die we onmiddellijk bij het buitenvaren hadden gehesen, waren na een half uurtje doelloos aan het flapperen. De windmeter lachte ons uit. Dus motor terug aan, en zo richting da Cala, die volgens de Pilote een prima ankerplaats zou zijn. We zullen zien.Bij het controleren van de zeilen had ik intussen gezien dat de behuizing vaan één van de bovenste zeillatten was gescheurd, en de zeillat er uit stak. Dit betekent terug werk voor morgen of overmorgen: grootzeil weghalen neemt toch meer dan 1 uur in beslag. Misschien is dit ook het moment om ons reservegrootzeil eens te testen. Ik ben benieuwd. Maar dit is voor later.Iets vóór de middag bereikten we de wondermooie Cala de Algayerens, en blijkbaar wisten er nog veel andere zeilers dat dit een mooie ankerplaats was, want we telden mee er op een bepaald moment 13 zeilboten, en hopen kleinen motorbootjes. En hopen volk op het strand, enkele zelfs met zeer weinig of geen kleren aan. En geen bar of restaurant, geen toiletten, nada. Maar supermooi. En het water was kristalhelder, maar na een snorkelbeurt heb ik amper 1 vis gezien..O ja, pour la petite histoire: in de baai lag er ook een mega grote Britse zeilboot (met bemanning). En tot en met vandaag had de huldiging plaats van kwien Elisabeth, die nu al 70 jaar op haar troon was geplakt. En inderdaad, die Britse boot was op en top versierd met alle mogelijke vlaggen en vlagjes om aan deze huldiging deel te nemen. So British. Ik zie dat de Belgen of Vlamingen nog niet doen.Het werd een heerlijke rustige avond, waarbij de stilte enkel wat werd doorbroken door het lichte geklots tegen onze boot. De baai was inderdaad goed beschut tegen de meeste windrichtingen en daarenboven was het bijna windstil. We hebben genoten, en heerlijk geslapen. En zo krijgen we weer goesting om nog voor anker  te gaan.

Rustige avond in Cala Algayerens

De volgende dag rond 9 u het anker losgegooid om, op motor, naar Puerto de Fornells te varen. Nog geprobeerd om te ankeren in Cala de Binimel-lá, ( daar was er een restaurant, waar we een kopje koffie zouden kunnen drinken, en vooral hoognodig naar het toilet zouden kunnen gaan) maar toen ik zag dat de waargenomen dieptes niet correspondeerden met die op de kaart, vertrouwd ik het zootje niet – er lag ook geen andere zeilboot – en zijn we dan maar met dichtgeknepen billen doorgevaren naar de haven. Gelukkig lag die niet zo ver meer varen, en konden we rond 12u aanmeren, geholpen door supervriendelijke marinero’s. De toiletten waren dichtbij. Vervolgens gewinkeld, gewandeld en geterrast. En dat grootzeil vervangen, dat is voor morgen. Niets moet, alles kan.

De dinsdag dan het zeil vervangen. We hadden gerekend op een 2-tal uur om de klus te klaren. Uiteindelijk hebben we er meer dan vier uur aan gewerkt. En dit bij een broeierige 30 graden. Het nieuwe zeil was toch iets anders dan het vorige, het was veel zwaarder en de reven zaten veel hoger: het eerste rif zat op de hoogte van het vorige tweede rif, en het tweede rif was enkel goed voor een stormzeil. Een beetje reven zit er dus niet in.
En de zeillatten die er bij zaten pasten in het geheel niet. Gelukkig kon ik die met behulp van een ijzerzaag tot de juiste lengte inkorten. Maar we hebben gezweet….

18/5-2/6: Mallorca, die schone

18-22/5: Palma


Op woensdag 18 mei om 6u35 koers gezet naar Mallorca. We hadden meer dan 65 mijl voor de boeg. Met een 1 bft zat er geen zeilen in. Motoren dus.   En nauwelijks andere boten en geen dolfijnen. Een weinig boeiende overtocht. Maar de zon scheen in volle kracht.In de Real Club Nautico de Palma werden we opgewacht door zeer vriendelijke marinero’s. En de club bood een zeer goed uitgerust sanitair met eindelijk eens ruime douches. Zalig.‘

s Avonds hadden we uiteraard weinig zin om zelf te koken. Het terras van het restaurant Buscando del Norte was te aanlokkelijk om er aan voorbij te gaan. En het smaakte. Maar die goedkope prijzen zullen vanaf nu voltooid verleden tijd zijn, vrezen we.De volgende 3 dagen hebben we voor toerist gespeeld. Uiteraard na eerst de noodzakelijke kleine klusjes en de nog meer noodzakelijke was (in de launderette in de haven, op 100 meter van onze boot, gemakkelijker kan niet). De oude stad van Palma is zeker de moeite waard om te bezoeken. De kathedraal is een must. De Arabische baden, de enige overblijfselen van een rijk Moors verleden, waren echter minder dan we ervan verwacht hadden, maar toch: klein maar fijn. 

De kathedraal van Palma de Mallorca
De Moorse baden


We konden het niet laten (of laat ons zeggen dat ik onder de druk van mijn halve trouwboek ben bezweken) en ook de mooie winkelstraten werden een bezoek aangedaan. En de creditcard deed overuren.

De mooiste en blijkbaar zeer verleidelijke winkelstraat van Palma

Ook het oude electrische treintje, daterend van begin vorige eeuw,  naar Soller was de moeite waard. De tocht, die ongeveer 1 uur duurde, bracht ons door het ruige binnenland van Mallorca tot aan een klein, gezellig stadje. Maar druk ! We vermoedden dat het cruiseschip, dat in Palma voor anker lag, al zijn passagiers op het treintje had gezet. Gelukkig hadden we een zeer leuk restaurantje, Luna 36, gevonden in een klein straatje, ver van de toeristische drukte, maar met een voortreffelijke keuken. Voor ons een Bib Gourmand waard. En dan zijn we nog met een even oud electrisch trammetje naar Puerto de Soller gespoord, dat in een mooie baai ligt, een 5 km van het stadje. Dat zou zeker ook een bestemming met de boot worden. 

Puerto de Soller
Het oude trammerje van Soller naar de haven
Het treintje van de jaren 20 van Palma naar Soller


22-27/5: Puerto de Andratx
Op zondag 22 mei gooiden we om 9u de trossen los en koersten we naar Andratx.  Terug weer veel zon en weinig wind. Daarom was het een goed idee om halfweg een stop in te plannen. Cala Portals was een prima plaats om het anker te gooien: zeer helder water en veel vissen. En ons anker deed het prima. Ideaal om wat te zwemmen en te snorkelen en te lunchen. Zelfs Ann is in het water gesprongen, of beter gekropen. En heeft minstens 3 meter gezwommen. Superprestatie. Rond 16u arriveerden we dan in Puerto de Andratx. Mooie haven in een baai, maar de plaats die we in de Club de Vela kregen aangewezen stond mij niet aan: volledig blootgesteld aan het Noorden, en de volgende dagen werd er hevige noorderwind verwacht. Daarenboven bleek dat ze onze reservatie, die ze nochthans per mail hadden bevestigd, niet terugvonden. Voor mij een goede reden om naar de andere marina in de haven, IB Ports, te bellen of die nog een plaats hadden. En ja, no problem. Dus trossen terug los in de Club de Vela en 200 m verder gevaren naar IB Ports, waar we een mooi beschutte plaats kregen. De marinero was van het eerder stuurse soort en zeker niet van de meest gehaaste. En had een eigen soort van boekingsprocedure: alhoewel de haven nog voor geen helft was gevuld, konden we niet langer dan 1 dag boeken, en moesten we elke ochtend opnieuw een aanvraag indienen en betalen. Maar kom, al bij al waren we dik tevreden dat we daar lagen, tussen een Nederlandse boot uit Vlissingen (Willy en Lisa) en een Oostenrijker uit Wenen, waar we al snel mee aan de babbel zijn geslagen. En het sanitair was ook treffelijk.‘s Avonds hadden we allebei zin in een pizza. En het restaurant Ciao Bella, iets verwijderd van de met terrasjes bezette dijk, loste onze verwachtingen volledig in. Overtrof ze zelf, vooral in kwantiteit: we hebben elk nauwelijks de helft van onze overigens heerlijke pizza klein gekregen. Maar bij de terugkeer naar onze ligplaats zagen we dat die mooi dag toch een minder goed einde zou kennen. Een 50-voeter, vol met jonge duitsers was ook komen aanleggen. En die gasten zaten al goed aan de drank. Toen we al lang in bed lagen moesten ze nog bewijzen dat ze over een heel goede muziekinstallatie beschikten, waarbij ze een voorkeur hadden voor house. Onze oordopjes hielpen echt niet. De volgende dag ben ik toch eens naar hun boot gewandeld, vriendelijk een goede dag gezegd en terloops gevraagd of ze vandaag gingen uitvaren. Hun “jawohl” klonk als muziek in mijn oren (en nu geen house muziek). 

Puerto de Andratx bij avond.

Maandag de 23ste was het terug zonnig én heet (30°). Een beetje gewandeld langs de haven en in de namiddag de bus genomen naar het stadje Andratx, dat een vijftal kilometer van de haven is verwijderd. Daar in de Balearen hebben ze wel een handig betaalsysteem voor de bussen, waar onze Lijn wel een voorbeeld kan aan nemen: bij het instappen passeer je je creditcard langs een sensor, en bij het uitstappen doe je hetzelfde. En betaal je zo de laagste ticketprijs (1,65€ binnen de zone). De “stad” Andratx is echt niet veel zaaks. Het stadhuis met dienst voor toerisme ( ons feitelijk doel van deze uitstap, maar uiteraard gesloten) is weliswaar gehuisvest in een mooi renaissance castelo, maar voor de rest is er niet veel te vinden. En fris, en eindelijk nog eens goedkoop, pintje op het enige terras in het piepkleine centrum zorgde voor de nodige troost.

We hadden echter 5 dagen geboekt in Puerto de Andratx om zeker eens grotere wandelingen re maken om het binnenland van het mooie Mallorca te ontdekken. De volgende dag met de bus naar het kleine, aanpalend, badplaatsje Sant Elm. Dit plaatsje is gelegen in een prachtig baaitje, met zicht op het eiland Draghoneira. En daar was de dienst voor toerisme wèl open, met een zeer vriendelijke en behulpzame dame, die ons met plezier alle nodige informatie over wandelingen in de streek bezorgde. En ontdekten we zo de app “watch about”, die gedetailleerde wandelkaarten van de streek bezorgde, met gps- tracking, zodat je steeds wist op welk punt van de wandeling je zich bevond. Superhandig.

Maar toen zakte de moed in onze speciaal hiervoor aangetrokken wandelschoenen. De kortste wandeling was anderhalf uur lang, in enkele richting. En intussen was het terug al weer serieus warm geworden. We lieten de moed dus in onze schoenen steken, en hebben het dan maar gehouden op een mooie wandeling langs de baai en een lekkere lichte lunch op het terras van het kleine maar supergezellige Casita del Mar. Aanrader.

In de namiddag met de bus terug naar de haven waar we nog een wandeling maakten langs de overkant van de baai van Andratx, waar de Club de Vuele lag. We achtten ons gelukkig dat we oor hun geklungel daar niet waren aangemeerd, want buiten de poepchique haven met even poepchique (vooral motor-) boten met bijhorend zwembad en exvlusief restaurant annex bar was er daar niets te beleven. En betaalden wij maar de helft van het liggeld dat ze ons daar gingen aanrekenen.

Woensdag de 25ste dan eindelijk een echte wandeling door de natuur over de heuvels naar het verder gelegen baai Camp de Mar, een nogal mondaine aangelegenheid, met o.a. de grootste prive-villa die we ooit hebben gezien.

Een ontmoeting met wilde geiten


Eén van de attracties van de baai is het restaurant La illeta, gelegen op een rotseilandje vóór het strand, waarmee het met een houten loopbrug is verbonden. Zichtbaar ook vooral bedoeld voor de bewoners van de grote villa’s in de buurt of de eigenaars van de grote motorboten ( google eens “Odyssee III”). Maar gelukkig waren we juist op tijd om een plaatsje te vinden onder een parasol, “ just for a drink”, toen het begon te stortregenen.

Restaurant La Illeta in Camp de Mar. De Odyssee III is vanaf hier niet zichtbaar.

We bleven zitten tot de regen eindelijk stopte, en dan verder gewandeld naar de veel volksere Bar Bagari, een ouderwetse bedoening, wat verwijderd van het strand, maar met lekkere hapjes en echt niet duur. De voertaal was daar blijkbaar duits, want veel anders hoorden we daar niet spreken. Met de bus terug naar de boot.

De volgende dag bracht de app Watch About ons met een wandeling over de heuvels en langs megavilla’s, verscholen in de woeste natuur, tussen de heuvels en bossen ( we hadden gezien dat één van deze kanjers voor 14,9 mio € te koop stond via Sotheby’s) terug naar het stadje Andratx. Maar nu waren we met de bus snel terug naar de haven. Onze stappenteller was zeer tevreden.

De dag erna, het was dan al vrijdag 27/5 (wat gaat de tijd toch snel), afscheid genomen van Puerto de Andratx en koers gezet naar Puerto de Soller. Volgens de voorspellingen zou het een noordenwind worden met 8-10 knopen, wat ons dus liet hopen op een prachtige zeildag, met halfwindse koers over 25 mijl. Daarom goed op tijd vertrokken en, met volle ambitie, onmiddellijk buiten de haven al het grootzeil opgetrokken. Dat we het stuk tussen Sant Elm en het kleine eiland Draghoneira nog op motor moesten afleggen was niet erg. Wind is coming. Niet dus. De windmeter geraakte niet over de 3 knopen, en de windrichting was helemaal zoek. Het pijltje ging alle richtingen uit. Ons grootzeil hing daar maar werkeloos wat te klapperen. Wat we wel kregen was een toenemend deining, waardoor de boot steeds meer begon te slingeren. Veel lezen of binnen in de kajuit gaan zat er echt niet in of wij, stoere zeebonken, zouden zelfs zeeziek kunnen worden. Intussen was ook de zon verdwenen, en zagen we vóór ons dreigende regenwolken. Toch nog de moed gevonden om af te wijken van onze rechte koers om een kijkje te nemen naar het fotogenieke schiereiland Faradada, bekend voor zijn enorm doorkijkgat in de rots. Goed voor een fotootje, maar met wat zon en minder schommelende golven zou het toch nog een stuk fotogenieker geweest zijn.

Het schiereiland Faradada

De laatste 4 mijl ging het van kwaad naar erger en kregen we golven van meer dan 2 meter voor de boeg, zodat ik mij begon af te vragen hoe we veilig zouden kunnen aanmeren.

Puerto de Soller.

OK, Puerto de Soller ligt volledig in een inham, langs 3 zijden omringd door hoge klippen en heuvels, een natuurlijke, beschutte haven heet dat dan, maar de golven die uit het Noorden kwamen vonden toch hun weg in de baai. Wat tot hefige momenten leidde bij het binnenvaren. Gelukkig was het achter de kleine havenmuur en de steigers toch al wat rustiger zodat we al bij al nog relatief vlot konden aanleggen, tussen 2 andere boten. Oef, dachten we. Maar toen merkten we dat alle boten rondom ons, en dus ook de Arwen, op en neer en heen en weer aan het dansen waren, trekkend aan alle touwen, met het nodige gepiep en gekraak tot gevolg. En die donkere regenwolken hingen nog steeds boven ons. De bemanning geraakte al in paniek met de vrees dat ze vannacht geen oog dicht zouden kunnen doen.Maar wonder boven wonder: alles kwam goed. De zon begon weer te schijnen, de regen is nooit tot bij ons geraakt, en de deining begon meer en meer af te nemen.We hebben geslapen lijk roosjes.
Zaterdag 28/5 was het terug wandelen geblazen, met ons badpak aan, in de hoop dat we de moed en de goesting zouden vinden om te zwemmen. Na een lichte aanraking van de grote teen met het zeewater, bleek dit een illusie. Het zal dus wandelen worden. Met 22.000 op de stappenteller.
De volgende dag zouden we het echte wandelwerk aanvatten. Met de bus naar Deija, een prachtig dorpje in de bergen ( maar die pracht is niet verborgen gebleven voor de rijken der aarde, zodat er nu in één van de landhuizen een megachique hotel is neergestreken, en alle huizen van het dorp en boerderijtjes in de buurt gerestaureerd zijn en nu vakantiestulpjes zijn voor die arme rijke sukkelaars). Maar het blijft wondermooi, met hoge heuvels, doorsneden door grillige kloven en een vallei, die kronkelend haar weg vind naar de zee bij Puerto Soller.

Het mooie Deija
Wandeling met hindernissen

Ook ons wandelpad was grillig, en ging nu eens steil omhoog, en dan weer omlaag. Steeds werden we getrakteerd op onbeschrijfelijk mooie vergezichten. Na een uurtje passeerden we plotseling een tafeltje, waar een drietal kinderen van een lokale sinaasappelboer met de nodige ondernemingszin lekker vers geperst appelsiensap verkochten. En in de loop van de dag zullen we merken dat er veel wandelaars dit pad hadden gekozen. Die gastjes gaan gouden zaken gedaan hebben.‘s Middags konden we heerlijk verpozen in “San Mico”, een oude kasteelboerderij waar een Franse moeder en dochter iedere dag verse taartjes en quiche serveerden op hun terras dat uitkeek over de heuvels.
We hebben de laatste 2 stukken quiche en de laatse citroentaart kunnen te pakken krijgen. We waren inderdaad niet alleen, deze dag, op dit wandelpad.We zetten onze weg verder tot aan Soller, besloten toen dat het genoeg was, kozen voor een leuk terrasje en dan met het trammetje terug naar de Puerto. Een smakelijke bbq aan boord was een waardige afsluiter van deze heerlijke dag.
De volgende dag, 30/5, wilden we een volgende “to do” van ons lijstje afvinken: voor anker slapen in een baai. We kozen voor Cala St Vincente, zoals ook aangeprezen in onze Pilote. Terug de ambitie om de geplande 25 mijl op zeil te doen, en inderdaad slechts de laatste 2 uur hebben we de motor moeten bijsteken. Onderweg konden we misschien nog een halte inlassen in de blijkbaar wondermooie Cala de la Colobra. Maar het baaitje was letterlijk gevuld door het megajacht (164 m lang) Rising Sun van David Geffen ( gegoogeld: één van de rijkste mensen van de wereld, en o.a. eigenaar van Dreamworks ).


Cala de Colobra, wellicht de mooiste kreek in de Balearen
Dat megajacht van David Geffen

Toertje gedaan en dan doorgevaren naar onze baai van bestemming. Cala St Vincent is een zeer mooi baaitje met een klein gehuchtje met wat oude huisjes….en een afgrijselijk lelijk megahotel (welke burgemeester heeft hier zijn zakken gevuld met de vergunning?). Maar toch, de omgeving was echt de moeite waard. Ons Rocna-anker deed mooi zijn werk en we waren er klaar voor. Zwemmen zat er echter niet in, ondanks het kristalheldere water: de baai wemelde van de medusa’s (kwallen). Op het strand hing zelfs de medusa-gevaren vlag. Met de dinghy dan naar de kant gevaren, wat gewandeld en een gezellig terrasje gevonden (elk zijn specialiteit).Bij het terugkeren nog ongewild wat vermaak verstrekt aan de strandgangers, want onze buitenboordmotor was blijkbaar niet goed vastgezet in de behuizing waardoor hij bij het achteruitvaren naar boven schoot, en tegen dat we hem terug hadden vastgezet lagen we weer op het strand. Enfin, we leren altijd bij.Leuk toch.Tot de nacht kwam. Een grote deining begon zich vanuit het Noorden op te bouwen en golfde in de baai. De boot lag geen minuut stil, rolde langs alle kanten, trok aan het anker met knarsend geluid tot gevolg, dat werd aangevuld met een continu geklots tegen de romp. Geen oog dicht gedaan de eerste uren. Dan toch in slaap gesukkeld, met horten en stoten (letterlijk) zodat we uiteindelijk pas rond 9 u uit ons bed konden kruipen. En blij dat ons anker geen kik had gegeven. Het ankeralarm was werkloos gebleven.
Cala St Vincent – Puerto de PollencaZo stonden we op 31/5 op, onder een stralende zon, en geen medusa’s meer rond de boot. Maar toch hadden we er wat genoeg van en besloten we na het ontbijt verder te varen naar Pollensa, en halverwege een ander uitnodigend baaitje aan te doen. Cala de Engoussabar was volgens de Pilote zeer aantrekkelijk: kalm, beschut van de noorderwind, kristalhelder water en geen huizen of hotels in de buurt.Maar pech: ook de toeristenbootjes hadden hetzelfde gedacht, en het lag er dus vol van. Toch een plaatsje gezocht waar we tussen al het zeegras in zand zouden kunnen ankeren, maar na een derde poging blokkeerde het anker. We hielden het voor bekeken voor vandaag en gezien de wind intussen goed was opgekomen deden we het tweede deel van de tocht dan volledig op zeil, wat veel goedmaakte.Rond 15u meerden we aan in de Marina van IB Ports in Pollenca. Een mooie rustige haven met prima uitgerust sanitair en een klein restaurant, La Cantina, op het einde van de pier. Waar we lekker gebruik van hebben gemaakt, want na de vorige woelige nacht had ik echt geen zin om nog boodschappen te doen en te koken. Mañana.
1/6 zou de laatste dag op Pollenca worden. Want we hadden voor de volgende dagen al een ligplaats geboekt in La Ciutadella, de dichtstbij gelegen haven op Menorca. Het werd vooral een wasdag gevolgd door een wandeling langs de noordelijke kant van de baai, waar de statige prachtige oude villa’s in groene tuinen, van het strand enkel gescheiden door een wandelweg overschaduwd door bomen, nog geen plaats hebben moeten maken (en hopelijk ook nooit) voor die onpersoonlijke nieuwbouwprojecten, die we overal zijn tegen gekomen.En ‘s avonds wel zelf gekookt: spaghetti con cozze e vongole. Om stilaan over te schakelen van tapas naar pastas.Dit was Mallorca. Voor ons een openbaring, en een aanrader voor iedereen, voor elk wat wils. 

IBIZA (9 – 18 mei)


9 – 12/5 San Antonio, een eerder saaie plaats, maar onverwacht bezoek maakte er toch iets onvergetelijks van.

We zouden in de voormiddag het stadje bezoeken. Maar daar waren we vlug klaar mee. Langs de waterkant terrasjes waar we enkel Engels hoorden spreken, in de straten erachter, nu nog, gesloten nightclubs, kleerwinkels e.d. De Mercat Central bestond nog, was open, en bood ruimte aan vis-, vlees-, groenten- en andere voedingszaken. Maar op één groentenzaak na, hadden die het allen voor bekeken gehouden. De plaatselijke bevolking was wellicht grotendeels verdreven door de Engelse toeristen. En hun dieet bestaat wellicht voornamelijk uit liquid of fastfood. Geen klanten dus voor verszaken. Ergens tussen al dat “moois“ vonden we toch , helemaal bovenaan het stadje, nog een heel speciale middeleeuwse kerk, die meer op een burcht leek en de dorpelingen bescherming moest bieden bij een aanval van piraten. Maar dat was het.
Over de middag lunch aan boord en juist toen ik aan de blog wou beginnen te schrijven, passeerde er een dinghy van waarop 2 mensen blijkbaar geestdriftig naar ons aan het zwaaien waren. Eerst gedacht dat die ons wellicht voor de verkeerden hielden, maar toen ik nogmaals goed keek herkende ik plots Thomas, een ex-collega bij KBC, waar ik altijd heel graag had mee samengewerkt. Ik wist dat hij vroeger ook al onze blog volgde, omdat zij gelijkaardige reisplannen hadden. En inderdaad, wat bleek: zij, dwz Thomas en zijn sympathieke echtgenote Ann, waren verleden jaar ook vertrokken en waren nu met hun zeilboot eveneens de toer van Mallorca aan het maken (zij waren intussen al aan de terugreis begonnen). Thomas wist dat we ook in de buurt waren, had tevergeefs via Facebook willen afspreken (ik ben echt geen Facebook-adept, en elke poging om met dat ding te werken draait op niets uit), had dan gezien op AIS dat wij in Sant Antonio lagen, was ook naar daar gevaren en geankerd,  en dan met zijn dinghy in de haven naar ons op zoek gegaan. En gevonden. Wat volgde was een heuglijke ontmoeting in 2 delen. Eerst op onze boot, en dan ‘s avonds een diner in het voortreffelijke restaurant La Kasbah, dat uitkijkt op de baai van Sant Antonio (en op hun boot die daar voor anker lag) met zicht op een prachtige zonsondergang.

Onze onverwachte bezoekers Thomas en Ann


En babbelen dat we gedaan hebben. Thomas is altijd een spraakwaterval geweest, en dat is ook na zijn pensioen zeker zo gebleven. Enfin, ik ga het hier uiteraard niet hebben over de onderwerpen die we hebben aangesneden, maar het blijkt dat hun reisplannen nig wel iets ambitieuzer zijn dan de onze. Met hun aluminium 14,5meter jacht gaan ze de oversteek doen naar Madeira en daarn de Canarische. En als het hen goed bevalt, ligt Brazilië in het vizier. Dit is voor ons wel iets te ver gegrepen. Het feit dat Thomas en Ann minstens 5 jaar jonger zijn zal hier ook wel iets mee te maken hebben. Morgen zouden ze al terug vertrekken. 
De volgende dag nog wat gewandeld, in de vooravond een pintje gepakt in het beroemde Cafe de la Mar met uitzicht terug op de baai (maar daarvoor betaal je wel 16€ voor 2 biertjes), en dan onze 1ste bbq aan boord op onze gasbarbecue. We zijn weer helemaal in de stemming.


12-16 mei : Ibizastad, niet alleen maar discotheken


We varen binnen in Ibiza stad


De 12de dan vertrokken naar Ibiza. Relatief vroeg (8u15) gestart, want we hadden 30 mijl voor de boeg en we hadden de ambitie om zoveel mogelijk te zeilen. We startten met een 2 beaufort en konden er een 4-5 knopen uitpersen. Tot de oosterwind, in de luwte van het eiland quasi volledig wegviel, zoals verwacht. Motor terug aan tot we bijna aan de westelijke punt van het eiland waren, waarna het terug wat begon te waaien uit het noorden, en in het begin ideaal voor onze noordoostelijke koers. Maar snel moesten we 1 rif bijsteken. En de wind bleef verder aanwakkeren, en begon meer op de neus te zitten. Bij een strakke aandewindse koers het tweede rif gestoken. Intussen zagen wij dat overal rond ons heen de boten die nog op zee waren beschutting aan het zoeken waren in de baaitjes. Gezien de wind echter niet verder zou aanwakkeren dan toch besloten om verder te varen, maar met 2 reven vaart de boot echt niet goed meer aan de wind. Die nog iets meer op de neus was komen te liggen. Gezien opkruisen in deze omstandigheden ons weinig dichter bij ons doel zou brengen, en 50% van de bemanning er stilaan gevoeg van had, dan toch maar motor aangelegd en op zeil+motor de rest van de tocht afgelegd, zodat we uiteindelijk rond 16u de Marina de Botafoch in Ibizastad konden binnenvaren. Het aanmeren zou normaal geen probleem geweest zijn, al was de ligplaats tussen een grote motorboot en een andere zeilboot nogal smal uitgevallen. Maar bij het maneuver, toen ik heel langzaam moest mikken tussen de twee boten, viel de motor volledig uit. Gelukkig kreeg ik hem onmiddellijk weer aan de praat, terwijl Ann ons van de dichtste boot kon afduwen, en bij een tweede poging lukte het wel. Oef, maar toch beter eens laten nakijken. Wellicht moest de gashendelkabel enkel wat worden bijgesteld, maar dit was geen spek voor mijn bek. 
Wij hadden gekozen voor Marina Botafoch, dat aan de overzijde van de baai van Ibiza lag. Dit had zo zijn voordelen: verder van het drukke stadsdeel en heel wat goedkoper. Die prijzen van 200€ per nacht waren hier nog ver weg, en wellicht enkel geldig van toepassing in juli of vooral augustus. En het fabeltje dat ook aanleggen aan een boei superduur is, klopt ook niet. Want er zijn daar geen boeien. Enige goedkope optie zou in die piekperiode wellicht voor anker gaan in de baai van Talamanca, door een landtong gescheiden van de baai van Ibiza, maar ik vermoed dat het daar in het seizoen ook eivol zal liggen. En nog een voordeel van de Marina de Botafoch: er vertrekt daar elk kwartier een toeristenferrybootje naar de kade van de oude stad. Laatste afvaart in de avond is wel om 23u, zodat een nachtje stappen er voor ons niet zou inzitten. (NB:  volgende dag merkten we dat de beroemde Pacha-discotheek niet aan de overkant lag, maar op kleine wandelafstand, en dus ook hoorafstand, van onze marina)

Het ferrybootje van Marina Botafoch naar Ibiza



De volgende morgen eerst op zoek naar een technieker. Er was een Volvo Penta specialist in de haven, en de verantwoordelijke sprak voortreffelijk Engels en was zeer vriendelijk. Maar hij kon niet onmiddellijk iets beloven, het was vrijdag en er waren veel boten die rond deze tijd in vaart werden gebracht – begrijp je?- maar hij zou zijn best doen. Ik moest hem om 16u opnieuw contacteren. Intussen moest ik hem alle specificaties van de motor doormailen. Wat ik onmiddellijk heb gedaan, uiteraard. En nu hadden we tijd voor een eerste kennismaking met Ibiza. En Ibiza was echt een ontdekking. Tot nu toe was de naam Ibiza voor ons synoniem met discotheken en nightclubs, maar wij zagen een (weliswaar zeer toeristisch) oud stadje, waarvan het meeste deel achter imposante verdedigingsmuren lag. Kleine straatjes en steegjes, nu en dan een gezellig pleintje (met de onvermijdbare terrasjes). De wandeling tot aan het hoogste punt was, zeker in een hitte van 30 graden, nogal uitdagend.  De volgende dagen hebben we 2 stadswandelingen ondernomen, wat we enkel dankzij de terrasjes hebben overleefd. Uiteraard liggen rond de oude stad dan de typische hoogbouwappartementen en stranden volgepropt met ligzetels, met daarop zonnebaders in diverse kleurschakeringen van witroze tot vuurrood, maar dat was niet aan ons besteed,O ja, toen we rond 16u terug naar het bureau van Volvo Penta gingen, was de verantwoordelijke juist vertrokken….. Maar ik moest maandag zeker terugkeren, a la mañana….

Een paar impressies van het oud stadsgedeelte van Ibiza


We hebben van Ibiza genoten, en hadden het geluk om in een zeer gastvrije haven te liggen. Met zelfs een strand aan de andere kant van de dijk (maar we hebben alleen met onze tenen de watertemperatuur verkend – nog iets te koud voor ons tere lichaam). Maar a la mañana bleef a la mañana. We hebben dus nooit iemand gezien om naar onze motor te kijken. Intussen was ik er echter zelf ook al meer gerust in: bij volgende testen, en met wat voorzichtigheid, luisterde de motor perfect naar de gashendel. 

16-18 mei: Santa-Eulalia, laatste stop vóór Mallorca


En zo konden we op 16/5 het mooie Ibiza verlaten en varen naar Santa Eulalia, de haven die het dichtst lag bij Mallorca, ons volgende doel.Een sympathieke badplaats, met een mooie versterkte kerk op de heuveltop, die boven het stadje lag. En ook mooie wandeling langs de grillige kustlijn en over de klippen tot aan de Cala S’Estanyol, een leuk baaitje omgeven door pijnbomen, met een paar restaurantjes, waar het leuk vertoeven is. Op 18/5 waren we klaar en uitgerust om naar Mallorca te varen. 

De kerk van Santa Eulalia

6 – 9 mei: Ibiza, here we come

Op 6/5 uitgevaren onder een stralende zon, richting Denia. Aanvankelijk op motor, maar na een tijdje trok de wind aan tot een 2 beaufort en konden we toch zeilen. Uiteraard niet aan een grote snelheid maar toch voldoende om Gandia te bereiken. Denia zou dan voor de volgende dag zijn. Langer dan 1 dag moesten we ook niet blijven in Gandia, want de haven was nog niet veranderd met zijn rudimentair sanitair in een paar containers. 

Op 7/5 dan naar Denia gemotord ( 2-3 knopen wind) en geboekt voor 2 nachten. Morgen was het immers Moederdag, en ik wou het Ann niet aandoen om dan de ganse dag op zee te te vertoeven op weg naar Ibiza. Na een beetje zoeken had ik een restaurant, “Samaruc”, gevonden dat in de Gault&Millau stond. Het lag op een 3-tal km van de haven. Fietsen zat er niet in, want ik had teveel last van mijn rug, waardoor de fietsen uit de bakskist halen geen goed idee zou zijn.

En dus besloten we op Moederdag om te voet naar het restaurant te gaan. Wat een mooi zonnige wandeling bleek te zijn, langs de kustlijn, en zelfs met een tussenstop in de Marina Real. En het restaurant was zeker de wandeling waard. In 9 kleine gerechtjes toonde de kok dat hij met een sterrenchef kon wedijveren. We genoten vanop een gezellig terras van deze culinaire pareltjes en betaalden maar de helft van de prijs van wat een dergelijk festijn in België zou hebben gekost. Zalig. En ons moedertje was content.

Moederdag 8 mei in restaurant Samaruc in Denia

Op maandag 9 mei dan eindelijk de oversteek naar Ibiza. Voor een tocht van 56 mijl was het vroeg opstaan geblazen. Zon komt op om 6u45, dus wekker op 6u gezet, ontiegelijk vroeg naar onze standaarden, en een half uur later trossen los, in 1 rechte lijn van Denia naar Puerto San Antonio op het eiland Ibiza. Bij de start konden we genieten van een mooie zonsopgang. Het beloofde weer een zonnige dag te worden.Via internet hadden we al een ligplaats kunnen reserveren voor 2 nachten. En dit aan een normale prijs. Duidelijk nog geen hoogseizoen.
De tocht was niet echt boeiend. Bij een 1-2 bft op motor en volle zeil maakten we een 6 knopen. Dit betekende dat we tussen 17 en 18u op onze bestemming zouden arriveren. Het enige meldenswaardige is dat we in de namiddag vo het eerst sinds lang terug een paar dolfijnen hebben gezien. Om 17u15 aangelegd . De rest van de dag en avond zouden we het rustig aandoen en op een terrasje nog iets kleins gaan eten. En konden we beginnen met Ibiza-toeristen te bekijken. Je hebt ze in alle maten en gewichten. Tatoeages in de meerderheid. En geen enkele schroom om zich te maquileren en op te maken in een restaurant. We zagen daar een amerikaanse schone die hier meer dan een half uur over deed, aangemoedigd en becommentarieerd door haar 2 vriendinnen. Wat waren die nog van plan? Gelukkig ligt de echte uitgangsbuurt van San Antonio niet aan de haven. En hebben we dus goed geslapen.

2022: Ons zeilavontuur gaat zijn vierde jaar in.

19/4 – 5/5: Oropesa – Valencia
‘s Namiddags, onder een grijze lucht, geland in Valencia. De huurauto bij Europcar opgehaald (slechte service, volgende keer terug naar Avis), en dan naar Oropesa gereden, voor een deel in de regen. Het appartment (AirBnB) viel wel zeer goed mee, klein en alle nodige (basic) uitrusting, maar met fantastisch zicht op zee, én …..met verwarming!  Nooit gedacht dat we in Zuid-Spanje nog zo blij zouden zijn dat we verwarming in het appartement zouden hebben.

Uitzicht op zee vanuit ons appartement

Op die kille maandagavond hebben we uiteindelijk, na zéér lang zoeken, en met een stilaan onderkoeld humeur, een restaurant gevonden dat open was op maandag. Door het lekkere eten kwam de stemming er gelukkig weer helemaal in.De volgende dag , dinsdag 20/4, blij terugzien met de Arwen, die er helemaal niet verkommerd uitzag. Enkel het saharastof van de vele regens die uit het zuiden kwamen had zijn sporen achtergelaten. En gelukkig kwam Andres Garcia opdagen, de eigenaar van NauticaAG, die zou zorgen dat onze motor en generator zou worden gereviseerd en onze defecte dieptemeter hersteld. Morgen zouden ze komen kijken….dat belooft!
Enfin, de volgende dagen was het weer treffelijk, soms zelfs warm te noemen, zodat we de boot volledig onder handen konden nemen. Volledig intensief reinigen, van onder tot boven, chroom poetsen, de volgende dag eerste laag antifouling en de dag daarna de tweede. Andres Garcia is inderdaad langsgekomen, enkel om te zeggen dat ze volgende week maandag de dieptemeter zouden komen herstellen en de revisies pas zouden uitvoeren als de boot in het water lag.Na 3 dagen onafgebroken werken, en omwille van het stralende weer, ons op zondag 24/4 op een dagje vrijaf getrakteerd. Vanuit Oropesa kun je met de fiets (of tevoet) naar Benicassim gaan over een oude, heraangelegde treinbedding, de Via Verde. Prachtig tochtje. En zo zagen we ook nog eens Benicassim, en de oude villa’s daterend tussen eind 19de eeuw tot begin jaren 30 van de vorige eeuw, de beginjaren van het kusttoerismen, maar dan enkel voor de happy few.  Ja, gelukkig is niet alles gesneuveld onder de bouwwoede van de projectontwikkelaars vanaf de jaren 60. Voor de rest is Benicassim zoals nagenoeg alle andere Spaanse badplaatsen. 
Op maandag 25/4 zou dan de technieker van NauticaAG komen . Niet dus. Mañana a la mañana. Niet erg, zo hadden we de ganse dag om de boot te polieren, onder terug een stralende zon. De volgende dag dan grootziel, buiskap en bimini geïnstalleerd en de technieker, en de nieuwe dieptemeter, met open armen ontvangen. De woensdag, 27/4, dan eindelijk in het water. Motor startte onmiddellijk, de boegschroef werkte en ook de dieptemeter was weer operationeel. Oef. En Andres Garcia was van zijn woord: zijn mechanicien kwam aan boord en de scheepsmotor werd onderhouden met nieuwe filters en impeller. Maar niet de generator: ze hadden geen passende impeller, en de oude was volledig naar de vaantjes. Gezien we van plan waren om op de Balearen geregeld voor anker of aan een meerboei te liggen, vond ik het noodzakelijk dat we over een goed werkende stroomgenerator zouden beschikken. Dus moest NauticaAG hun werk overdoen en op zoek gaan naar een passende impeller voor de generator (blijkbaar mensen die eerst aan het werk beginnen en pas dan kijken welk materiaal ze nodig hebben, ipv andersom. Maar ja, we zijn in Spanje, en we laten ons niet opjagen). Het plan om morgen al te vertrekken ging dus niet door. 

Wachten op Andres Garcia en zijn mechaniekers

Op 28/4 leverden we de huurauto in in Castellon ( en dan met trein terug naar Oropesa) en verhuisden we van ons appartement naar de boot.Op 29/4 de laatste karweitjes uitgevoerd, de genua gestoken en de ganse dag gewacht op Andres Garcia en de impeller. Uiteindelijk kwam die dan toch op de valreep, rond 17u, met de juiste impeller en in 10 minuutjes was de klus geklaard. Zo konden we dan toch morgen Oropesa met de boot verlaten. Eindelijk. 

De 30ste, op motor (1 beaufort) naar Burriana vertrokken. Bij het uitvaren een nieuw probleem: boegschroef werkt niet ! Niet ernstig bij kalm weer, maar wel vervelend om aan te leggen bij meer (zij)wind. Dat gaan we dan maar in Valencia oplossen. Al varend de marina van Burriana opgebeld om een ligplaats te vragen, maar die gasten hadden die dag waarschijnlijk niet veel zin om te werken want op onze vraag naar een ligplaats voor 1 nacht kregen we geen duidelijk antwoord. Dan maar doorgevaren naar Puerto de Siles. Daar hadden ze wél plaats en waren daarenboven supervriendelijk. We hadden vorig jaar nog langs die mooie haven gewandeld, toen we Sagunto hadden bezocht. Ook sanitair was bijna luxueus te noemen. Geluk bij een ongeluk dat we niet zijn binnengeraakt in Burriana. Wat inkopen gedaan (want morgen is het 1 mei, en dus alles gesloten) , gewandeld langs de dijk en op hetzelfde terrasje als vorig jaar nog een glas gedronken. Gewoontedieren ? Er was nu wel veel meer volk dan vorig jaar eind oktober. Wel veel frisser, maar even zonnig.
Ook op 1 mei was het zonnig en even windstil, zodat we de laatste 15 mijl naar Valencia terug op motor hebben afgelegd. Ligplaats op de D-steiger, die het dichtst bij de havenmonding lag. Dat gaan we ons nog beklagen……Ineens voor 4 dagen geboekt, omdat er een periode van zware wind op ons afkwam én omdat ik, op advies van de marina-medewerker, Varadero de Valencia had gecontacteerd om eens naar mijn boegschroef te kijken.

2/5 veranderde het weer, kwam er geregeld een bui en begin de wind aan te wakkeren. Wat boodschappen gedaan, o.a. nieuwe schoten voor de genua gekocht en een nieuwe broodrooster (de vorige, nog een geschenk van ons nichtje Ilse, had na 14 jaar trouwe dienst de geest gegeven) en een paar kleine klusjes aan boord. En Varadero de Valencia gestalkt. 
Op 3/5 stonden we op onder een gietende regen, en een stormachtige wind. Dat hadden we al gemerkt, want veel geslapen hebben we echt niet gedaan. De wind kwam uit het noorden en blies de golven zo in de havenmonding. Wij lagen op de eerste rij, en kregen dus de volle laag (of deining) over ons. De boot trok continu aan de touwen en het krakende geluid dat hiervan het gevolg was en het voortdurende geschommel waren niet de beste omstandigheden om van een goed nachtrust te genieten. Het regende nog het grootste deel van de dag, waardoor er zelfs water in de koppeling van onze electriciteitskabel lekte. Met kortsluiting tot gevolg. Met een plasticzak over de stroomkast en de electriciteitsaansluiting getrokken konden we het zaakje vervolgens wel droog houden. Enige lichtpuntje in deze verregende dag was dat de Varadero beloofde om morgen een technieker te sturen. 
Op 4/5 was het nog steeds stormachtig en nat. De electriciteit lag weer uit, maar nu was het de stroomkast zelf die het had begeven. Gelukkig stopte het tegen de middag met regenen zodat de nodige herstellingen konden worden uitgevoerd. Ze hadden er wel een paar uren voor nodig. Veel minder tijd had de technieker van de Varadero nodig om de boegschroef te herstellen. Een losgekomen draadje van het contact was vlug weer vastgezet…..
En op 5/5 begon het dan toch te zomeren. Het werd dus wasdag en tegen de midddag hingen de lakens aan de wasdraad te drogen in een deugddoend zonnetje. En konden we met de fiets naar het centrum, naar de Mercat Central, en naar een zonnig terrasje er vlak naast. 

30/9-27/10: Moraira – Vichte

Op 29/9 is Ann’s tante Lucie (°1928) overleden, de zuster van haar moeder en met wie ze steeds een zeer goede band heeft gehad. Dit betekent dat we terug naar België moeten, om de begrafenis bij te wonen. Er zit niets anders op. Het plan is dat we zo ver mogelijk het Noorden opvaren, richting Valencia in afwachting dat we het tijdstip van de uitvaart kennen. En dan de eerste vlucht naar België.

Dus haalden we in de morgen van 30/9 het anker op (of beter, losten we de boei waar we deze nacht aan hadden gelegen) en verlieten we de mooie baai van El Rinconet om op motor koers te zetten naar Denia.

Mooie, zeer goed uitgeruste haven. Maar Denia is ook één van de voornaamste havens voor de ferryboten naar Ibiza. En men heeft er alles aan gedaan om in de haven al een Ibiza-gevoel te creëren, met loungebars en bijhorende nightclubs. ’s Avonds dus opnieuw oordopjes in.

Nightlife in de haven van Denia

Denia heeft ook een mooi oud centrum, met terug weer heerlijke pleintjes gevuld met de onmisbare terrasjes. we hadden al vlug onze “stamcafé” gevonden in de Plaça de Sant Antoni.


Over het centrum kijkt het Castillo de Denia uit, een imposante burcht, nog gebouwd door de Arabieren in de 11de eeuw, (op restanten van een nog veel oudere vesting) . Van buiten ziet het er indrukwekkend uit, maar het bezoek heeft weinig indruk op ons gewekt. Wellicht heeft men hier een 10-tal jaar geleden veel investeringen gedaan, maar hier is nu nog weinig van te merken. Nauwelijks tot geen uitleg, geen info-bordjes, een klein, onbruikbaar, foldertje werd ons toegestopt bij de betaling van ons ticket (seniorentarief van 2€). That’s it. Daarenboven was het nog steeds zeer warm, waardoor ons bezoek zeer snel eindigde op ons stam-terrasje. Maar onze stappenteller had weer overuren gedraaid.
En de volgende, weeral warme, dag zijn we nog eens in zee gaan zwemmen (een volle 5 minuten !).

We zijn tot 3 oktober in Denia gebleven, want intussen vernamen we dat de uitvaartplechtigheid pas op 9/10 zou plaats vinden. Dus vlucht Valencia-Brussel geboekt voor 6/10 en onze terugvlucht op 11/10.
Zo konden we nog een tussenstop in Gandia plannen, vooraleer Valencia binnen te varen. De haven zelf is zeer klein, en de havenfaciliteiten zijn echt primitief (containers). Aan de ingang van de haven hangt een groot bord van hoe de nieuwe gebouwen er (ooit) zullen uitzien, maar daar hadden wij uiteraard geen boodschap aan.
Gandia (heeft overigens niets met ons “Gent” te maken) was echter niet echt de moeite waard – het historische centrum lag op een klein halfuur fietsen van de haven. We waren echter rap door het centrum gewandeld (een paar historische gebouwen in een voor de rest weinig aantrekkelijke omgeving) en door een lokaal feest (waar we niet veel van merkten) was het moeilijk om een plaats op een terras te vinden.

Dan de volgende dag , 4 oktober, naar Valencia gezeild, een pittig tochtje met toch een mooie 5 beaufort. Lang geleden dat we nog 2 reven in het grootzeil hebben gestoken. Valencia heeft een supergrote haven, maar nog weinig plaats beschikbaar: veel zeilers gebruiken deze haven immers als overwinterplaats (alhoewel m.i. toch niet superbeschut tegen noorderlijke winden). Maar enfin, we lagen daar goed, met alle faciliteiten dicht bij onze steiger, en het strand met een reeks restaurants (waaronder het lekkere “La Divina Comedia”) op 15 minuutjes wandelen. Het supermooie historische centrum van Valencia ligt op een 30 minuutjes fietsen verwijderd van de haven. Maar overal in de stad liggen er fietsautostrades, zodat het fietsen er echt een plezier is. De rivier, die vroeger pal door Valencia naar de zee stroomde, werd in de vorige eeuw omgelegd, voorbij de stad. De zo vrijgekomen rivierbedding werd in een supergroot, kilometers lang park aangelegd, waarin moderne architecten hun creativiteit konden botvieren met ontwerp en bouw van musea en universiteitscampussen. Fantastisch.

En op 6/10 dan vlucht naar België.

thuis gelukkig weerzien met de kinderen en kleinkinderen, tijd om de tuin terug wat te ordenen, in zijn wanorde. En, gezien de begrafenis van onze tante op 9/10 was gepland, hadden we al een vlucht terug naar Valencia op 11/10 geboekt. Maar, ….Ann had nòg een (superlieve) nonkel, Oswald, 96 jaar oud, die tot voor een jaar nog zeer kwik was en van het leven kon genieten, maar nu wel wat op de sukkel was. En, je raad het, op 10/10 was plotseling zijn kaarsje uit. Nog een begrafenis .

16/10: terug naar Valencia

Zo zijn we uiteindelijk pas op 16/10, de dag na zijn begrafenis, naar Valencia kunnen terug vliegen. En daar hebben we nog 3 dagen van deze prachtige stad kunnen genieten, dankzij onze superhandige electrische fietsjes. Het weer was super, het restaurant Panorama in de haven lonkte zo naar ons zodat we de verleiding niet konden weerstaan en ‘s avonds daar buiten op het terras, met zicht op zee én haven , van zalige tapa’s hebben kunnen genieten. Ook in stad, de volgende dag, na bezoek aan de overdekte (gastronomische) markten en mooie trendy winkelstraten ( gelukkig zonder onze creditcards te moeten bovenhalen), konden we nog van een leuke lichte lunch genieten in het restaurant El Ocho y Medio aan het zeer bezienswaardige Plaza Redonda. En nog veel meer…… Valencia heeft ons volledig ingepalmd.

20/10: Valencia – Burriana

het einde van het seizoen nadert, en we hadden onze overwintering in Oropesa del Mar geboekt. Moeilijk om te denken dat we binnenkort terug in België zouden arriveren, waar ze één van de natste zomers ooit hebben gekend, terwijl wij nog aan het genieten waren van een zonnetje en 31 graden. Maar ja, vooruit met de geit (sorry, Arwen), en dus naar het niet zo gezellige Buriana gezeild ( jaja, nauwelijks motor gebruikt). Terug een overgedimensioneerde haven met veel vrije plaatsen. De marinero’s dachten ons een plezier te doen met ons een plaats voor een grote boot aan te bieden (onze Arwen meet 37 voet, en was vroeger, zeg 10-15 jaar geleden een relatief grote boot – maar nu zij we, zoals reeds diverse malen geschreven, eerder een kleinere middenmoot). Maar de ankerlijn was dus ook gemeten voor veel langere boten, zodat we die onmogelijk tot aan onze boot konden binnentrekken. Zeker een half uur gesukkeld, en dan met een bijkomend touw toch uiteindelijk kunnen aanmeren. Onze bemanning kon er echt niet mee lachen. En die avond ook geen terrasje of restaurant, maar etentje aan boord (we waren begonnen aan onze zorg-dat-alle-teveel-gekochte-proviand-op-is-voordat-we-naar-huis-vertrekken-actie begonnen).

21/10. Burriana – Oropesa del Mar

Onze laatste 20 mijl voor dit jaar moesten we spijtig genoeg, met 1 bft, maar onder een stralend zonnetje en 32 graden, quasi volledig op motor afwerken. De jachthaven van Oropesa is niet super, maar toch volledig uitgerust, met supervriendelijke bediening en meerdere restaurants aan de kade. 
Op 25/10 zou onze boot uit het water gaan, dus hadden we nog een paar dagen over om de regio te verkennen en hiervoor een auto gehuurd in Castellón. Met die auto konden we daarna dan ook naar Valencia terug rijden, om de paar dagen tot aan onze terugvlucht op 27/10 te overbruggen (we mochten immers niet op de boot blijven slapen als die op het droge stond).

Onze eerste rit vanuit Oropesa was naar Peniscola. In lang vervlogen tijden, toen onze kindjes nog klein (én braaf) waren hebben we daar meerdere zomervakanties doorgebracht. We konden toen een huisje huren in de Urbanizacion Font Nova, een 2-tal km van het centrum gelegen, met zicht op zee en een superzwembad op 50 m van onze woning. Inclusief een gezellig restaurant. Voor onze kids was dit toen de hemel op aarde. En ook de bezoekjes aan de oude stad van Peniscola, volledig ommuurd, langs drie zijden omgeven door de zee, met eindeloos krokelende kleine straatjes en steegjes, met witgekalkte huisjes, en terrasjes langs het water met heerlijke paella’s en gegrillde sardientjes 😋. Enfin, dat was onze herinnering van een goede 30 jaar geleden. 
De Urbanizacion Font Nova bestond nog maar gaf toch een wat afgeleefde en ongezellige indruk. Daar toch nog eens op het terras van het restaurant moederziel alleen een pintje gedronken, uitkijkend op een droog zwembad, achter een afrastering die niet betalende gasten uit het zwemband moet weren en vooral oude herinneringen ophalen. Maar gaf toch ergens een goed gevoel. Weemoed rijmt immers op zoet.

Maar het stadje Peniscola heeft nog niets van zijn charmes verloren. Blijft een aanrader voor iedereen die in die streek verblijft. En het restaurant El Peñon kunnen we alleen maar aanbevelen.

De volgende dag een bezoek gebracht aan Saguntum. Nog bekend van onze lessen over de geschiedenis van de Romeinen. Een romeinse stad in Provincia Hispanicum, die door de Carthagers onder Hasdrubal na een lange belegering werd ingenomen, en waarbij geen enkele inwoner het had overleefd. Men zegt dat vrouwen en kinderen collectief zelfmoord hadden gepleegd, om te ontkomen aan de Carthagers. Enfin, veel geschiedenis, maar de enorm grote site zelf was 1 grote teleurstelling. Vooral ook omdat er nauwelijks informatie te vinden was. Van de romeinse periode waren ook niet zo veel intacte overblijfselen, gezien de burcht nog tot in de 19de eeuw (Napoleon) een militaire functie had behouden. De dag besloten met een bezoekje aan Puerto de Siles, en de terrasjes er rond.

En zo liep onze derde etappe ten einde en ging de Arwen volgens plan op 25/10 uit het water. Grappig detail: toen ik vroeg om de boot af te spuiten, duwden de marinero’s mij de hogedrukreinger in mijn handen en mocht ik het zelf doen. Ik veronderstel dat er een afspraak is met de diverse bedrijfjes in de haven, die boten onderhouden, dat de marinero’s geen boten afspuiten, maar dit aan deze aannemers overlaten (of aan een doe-het-zelver, die na gedane arbeid zo snel mogelijk moest gaan douchen).