19/9 – 29/9: Altea – Moraira (El Rinconet)

Uiteindelijk zijn we tot 25/9 in Altea gebleven. Rond de 21ste zou er een hevige (tegen)wind opsteken, wat het verder varen niet echt aangenaam zou maken. En intussen hadden we al een schitterend restaurant gevonden in het historische centrum, waar we onze 39ste huwelijksverjaardag zouden kunnen vieren. Het stond zelfs in de Michelin. Dus hadden we tijd zat om te wandelen, te lanterfanten , een paar half- mislukte pogingen te ondernemen om in de zee te zwemmen ( te veel golven door de wind) en het zeer mooie oude centrum te bezoeken. Echt een aanrader. Maar dan moet je wel een stevig stuk klimmen over trappen tussen de huizen. Het centrum ligt immers bovenop een heuvel, die uittorent over Altea. En gelukkig heeft het stadsbestuur daar in Altea, in tegenstelling tot veel andere kuststadjes, voorkomen dat er aan hoogbouw werd gedaan. En wordt er maar één kleur toegelaten: wit. Heerlijk om er door te wandelen en op tijd een terrasje te pikken. De meeste terrasjes liggen helemaal bovenaan, op een gezellig pleintje, met uitzicht op de zee, de haven en de benedenstad. Dus kortom, een parel in de Costa Blanca.
En op 24/9 inderdaad de kers op de taart: het restaurant Oustau helemaal boven op de heuvel heeft ons echt verwend op onze huwelijksverjaardag. Superheerlijk. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat we de wandeling ernaartoe ( een half uurtje) nog te voet hebben gedaan, maar de terugkeer was dan wel met een taxi.

25/9: van Altea naar Calpe, op motor. Nog steeds snikheet, met temperaturen boven de 30 graden, en nauwelijks wind. Calpe heeft wel een heel bijzondere rots, die uit de zee oprijst en de stad domineert, maar voor de rest is het toch weer een ontgoochelende chaos van hoogbouw en nog hogerbouw. Ook het centro historico, dat we met onze fiets hebben bezocht, is niet veel soeps. Nog een paar overblijfselen van een oude omwalling, en voor de rest horeca, die enkel maar ‘s avonds opengaat. Overdag dus een desolate blik.
We zijn er vervolgens wel in geslaagd om 5 minuten te zwemmen aan het rotsachtige strand, naast de haven. Zelfs met snorkel. Maar weinig te zien.


Dus na 2 dagen , op 27 september, verder naar de volgende stop, Moraira. Nauwelijks 5 mijl varen, op motor, wegens geen wind. En het bleef snikheet. De haven is een private marina, wat dus duur betekent. Sanitair is echter maar basic. Het stadje heeft een zekere charme, wegens geen hoogbouw, met een paar gezellige straatjes en pleintjes. Het hoogtepunt is wellicht het , een mijl verder gelegen (dus op wandelafstand) baaitje El Rinconet, met een prachtig zandstrandje, tussen de rotsachtige heuvels. En met een paar leuke terrasjes.
Vandaar dan ook dat we besloten om op 29/9 naar El Rinconet te varen, en daar een nachtje voor anker te liggen. ‘s Morgens vroeg dan naar daar getrokken, met nog een laatste overleg hoe we zouden voor anker gaan. Het adrenaline- en stresspeil bij één van de bemanningsleden bereikte weer een recordpeil. Alle heisa was echter voor niets, want wat bleek: het baaitje was uitgerust met een 4-tal uitnodigende aanmeerboeien. En er waren er nog een paar van vrij. Dat was al een tijdje geleden. En dus aan een boei, genoten van de rustige deining, een paar snorkelpartijtjes, en een tochtje met de dinghy ( eindelijk werd die nog eens gebruikt) naar het strand. Meer moet dat niet zijn. De wind zou tegen de avond volledig vallen, dus het belooft een rustige nacht te worden. En voor luxebeesten is er zelfs een maritieme versie van Deliveroo voorhanden: we zagen geregeld een motorbootje maaltijden leveren aan de hier aangemeerde jachten. Wij hielden het op een meloentje en de rest van onze jamon iberico, die ons trouw heel onze tocht heeft vergezeld, maar bij elk gebruik een beetje dunner werd. En nu aan zijn (letterlijk) einde is gekomen.
Maar echt, het verblijf op een licht schommelend boot, na het nuttigen ‘s avonds bij ondergaande zon, van een lamskoteletje van de gasbbq met ratatouille, in een zwoele avond is echt in onze harde schijf gebrand. Dat kunnen ze niet meer van ons afnemen.
En intussen geraken we meer en meer in een melancholische fin-de-saison stemming. Op de stranden overheersen de 70-plussers (dus geen mooie borstjes meer in monokini, enkel dikke buiken en hangende toestanden), de terrasjes zijn niet meer zo gevuld, de dagen worden korter, de vrees dat dit goede warme en zonnige weer niet lang meer zal aanhouden wordt elke dag groter. Fin-de-saison.

En soms overvalt ons de gedachte dat wij zelf ook stilaan fin-de-saison aan het worden zijn. In de solden gaan wij niet veel meer opbrengen.
Maar eerlijk, dan is dit echt een wondermooi seizoen dat we nu aan het beëindigen zijn. En dat mag voor ons nog zeer lang duren. We kijken nu al uit, volgend jaar, naar de doortocht door de Middellandse Zee, via de (niet budgetvriendelijke Balearen) naar Sardinië, Corsica, de Italiaanse kust, en dan misschien al Korfoe? Arwen goes to Hellas!



6-19/9: VAN MURCIA TOT ALTEA

De dichtsbijgelegen luchthaven bij Cartagena is Murcia. Toen we dus terugkeerden naar Spanje, en onze,, lieve bloedjes van kinderen en kleinkinderen terug in de steek lieten, beslisten we om een paar dagen in Murcia te overnachten om de stad te bezoeken. Het was weeral terrasjesweer, 30 graden en meer. En dat was het beste wat deze stad te bieden had: mooie pleintjes met uitnodigende terrasjes. Echt veel meer was er niet te beleven: de welvaart was, zoals in zoveel steden, gepaard gegaan met een bouwwoede ten koste van het grootste deel van het historisch centrum.

 
Cartagena, waar we op 8/9 arriveerden heeft echt veel meer te bieden dan Murcia. Zeer verzorgde stad, met nog veel monumenten die het rijke verleden weerspiegelden. De stad werd gebouwd door de Puniërs, Carthago Nova, en verder uitgebreid door de Romeinen en de  Moren en vervolgens door de katholieken. 
Het bezoek aan het prachtig gerestaureerde Romeins theater was indrukwekkend. 


Minder indrukwekkend was de toestand van onze zeilboot. Het Saharazand, meegevoerd door de soms krachtige zuidenwind, lag werkelijk overal waardoo de witte kleur volledig was verdwenen. Uren hebben we geschrobd om de boot weer proper te krijgen. En met een temperatuur van meer dan 30 graden was dat geen lachertje. 

Cartagena is ook een stopplaats voor cruiseschepen. En juist bij onze aankomst lag er zo een mastodont in de haven. Als je ooit aan cruises zou hebben gedacht, dan vergaat je de goesting bij het zien van zo een gedrocht. Dat is de naam boot niet waardig.


En toen we een wandelingske in stad maakten en genoten van een bord lekkere mejillones zagen we de passagiers, in groepjes van 20-30, achter een gids met een nummerbordje – we zagen nummers van 30 tot 45, de eerste 30 zullen dus wellicht weer aan boord zijn – langs ons terras slenteren, ietwat verveeld en het gebrek aan enthousiasme was overduidelijk te zien.


Op 11/9 kozen we dan eindelijk weer het ruime sop en zetten we koers naar de haven van Thomas Maestre, aan de Mar Menor, dit is een grote binnenzee, van de Middellandse zee gescheiden door een , met appartementen volgebouwde, duinengordel en bereikbaar door een kanaal, waarover een ophaalbrug liep, die om de 2 uur openging voor het botenverkeer.


De tocht van 27 mijl hebben we grotendeels op motor afgelegd. Slechts de laatste 2 uur was er voldoende wind om te zeilen. De haven gaf dezelfde aanblik als zovelen: indertijd gebouwd als onderdeel van een groot toeristisch complex, maar nu versleten met veel leegstand. Maar het sanitair was treffelijk, en dicht bij de boot.


Op 12/9 dan naar Torrevieja. Nu zouden we voor onze kop niet op motor varen. We hadden maar 15 mijl te doen, en konden ons dus wat dobberen veroorloven. En dat deden we in het begin, met nauwelijks wind, maar terug een lekker zonnetje. Iets voor de middag stak dan de zeebries op en konden we tot aan de volgende haven zeilen. Zalig. Wat ik aan de telefoon reeds had vermoed werd bij de aankomst bevestigd: de medewerkster van de capitainerie had er blijkbaar weinig zin in om op zondag te werken, rekende ons 15€ teveel  aan en vond het niet nodig om ons een ligplaats aan te duiden: we moesten maar aan het wachtponton blijven liggen, waar het nogal schommelde. Mijn ongenoegen kon ik niet verstoppen. Het sanitair was waarschijnlijk ontworpen en gebouwd  in de jaren tachtig. De originele verf was meestal nog aanwezig … Een uurtje later kreeg ik toch een telefoon van ons madam om te zeggen dat ze zich had vergist, en dat ik morgen van haar collega’s 15€ zou terugkrijgen. OK dan.
Nadat we schoon schip hadden gemaakt konden we eens Torrevieja verkennen. Voor het eerst kregen we een echt Costa-Blanca gevoel. En dat bedoel ik niet echt positief. Horden mensen op de dijk, van alle pluimage en klederdracht. Stalletjes met steeds dezelfde (chinese) prullaria en hopen immigranten, die ook hun kans in “de handel” wilden wagen en hun “luxewaren” ‘(Louis Vuitton, Armani, Guess, Nike, …..) ongestoord op een deken op de straat konden uitstallen. 
En ‘s avonds dan keiharde muziek uit de installaties van de lokale dj’s, waarvan we vanop onze boot vooral van de Boem-Djoenk-Boem konden genieten. Zalig zij de uitvinder van de oordopjes.

De volgende dag zeilden we naar Alicante. De motor kwam enkel van pas bij het uitvaren en het aanmeren. Voor de verandering bleef het de hele dag bewolkt, met zelfs een paar spatjes regen, die echter de 28 graden niet konden afkoelen. Rond 16u legden we aan in de haven van Alicante, een mooie moderne haven, met supervriendelijk personeel. En met vingerpontons! We waren bijna vergeten hoe zo moesten aanmeren.


We zouden hier 4 dagen blijven. De eerste dag van ons verblijf werden we nog vergast met een paar fikse regenvlagen, maar onder ons zonnedak konden we het droog houden. En konden we onze nieuwe Nomadiq gas-bbq uitproberen. Zo konden we warm eten, zonder dat we de temperatuur van onze kajuit nog een paar graden meer de hoogte in moesten jagen. Super handig materiaal ( maar toch niet ideaal voor het grillen van een entrecote, daarvoor wordt het spul niet heet genoeg).
Alicante is een mooie stad, met een zalige Esplanada de Espana, een zeer brede, verkeersvrije boulevard, met dubbele rijen palmbomen omzoomd, waar het heerlijk flaneren was. De grote burcht, die boven de stad uittorent, hebben we uiteindelijk niet bezocht. De lift ernaartoe was buiten dienst, omwille van Covid, en de steile wandeling zagen we bij een temperatuur van 30 graden niet echt zitten. Eerst een wandeling door de oude barrio. En daarna maar gekozen voor ons geliefde alternatief: een terrasje. 

de barrio van Alicante


En de bewoners van de barrio hebben wel een originele manier om de wandelaars aan te raden het netjes te houden:


Op 16/9 hebben we een boottocht geboekt met de ferryboot Kontiki naar het mooie eilandje Tabarca. Bij onze zeiltocht naar Alicante waren we er al eens langs gevaren, maar we zagen er geen boten voor anker liggen (ankeren was volgens onze pilote ook verboden in het natuurreservaat rond het eiland), en we zijn dan maar door gevaren.

Het eiland is bekend voor zijn superhelder water, ideaal om te snorkelen. En dat was het inderdaad, helder en warm.

We

Maar toen we aanstalten maakten om in het water te gaan, werden we gewaarschuwd dat er veel “ medusa’s” rondzwommen. We zijn dan een beetje verderop toch in het water gegaan, het was te aanlokkelijk, maar na het zien van 3 kwallen in evenveel minuten hielden we het toch voor bekeken en maakten we een vroegtijdig einde aan ons snorkelplezier. Zonde. Dan maar het kleine mooie dorpje bezocht en nog wat rondgewandeld. En lekkere vis gegeten in een van de restaurants langs het water . 

Op 17/9 zeilden we naar Puerto de Campello, een rustig goed verzorgd haventje dicht bij het mooie zandstrand. Hier zagen we toch de eerste tekens van het nakende fin-de-saison. Veel horecazaken waren al dicht, en ook voor de nog opengebleven waren er veel te weinig toeristen. En de verhuurder van ligbedden en parasols was er al mee gestopt. We voelden het ook aan de dagen die nu snel aan het inkorten waren. En de meteo die geen 30 graden meer aangaf. Maar 26 is ook nog heerlijk warm. 

Op 18/9 nog een leuke zeiltocht van een 25 mijl, naar Altea, gestart met 2 beaufort, maar op het einde toch een pittige 5. Gelukkig met ruime wind, zodat we de zeilen niet moesten reven. En een mooie snelheid van meer dan 7 knopen konden optekenen. 
Mooie haven, goed uitgerust, zelfs met een zwembad. Dat overmorgen echter sluit. Fin-de-saison. Nog juist tijd om er eens van te profiteren. En ook om van de wifi te profiteren van het restaurant om de blog van foto’s te voorzien en te publiceren.

Cartagena bereikt

Op 17/7 verlieten we het leuke San Jose, en zetten we koers naar Garrucha, een tocht van 32 mijl, (weinig) wind op kop, dus 7 uur op motor. En 30 graden in de schaduw. Gelukkig dat de zee voor wat afkoeling zorgde. En Garrucha is een haven om snel te vergeten, deze “nieuwe” haven dateert van 2012, maar de stroomkasten op de pintons staan er al schots en scheef bij, de boten meren langszij het ponton wegens overvloed van plaats, het kantoor vinden we na lang zoeken in een container, en de toiletten…….

18/7: van Garrucha naar Aguillas ( Puerto Deportivo Juan Motril).

Relatief korte trip van 19 mijl, met een tussenstop rond de middag om in een baai voor anker te gaan. Deze baai lag goed beschut voor de bescheiden Noordoostenwind en zag er aantrekkelijk uit. Met wat moeite van Ann om de connector van de ankerbediening aan te schakelen, konden we uiteindelijk ankeren en genieten van een mooie rustperiode op anker. Lunch en wat snorkelen in het niet zo heldere water (misschien omwille van de hevige wind van de voorbije nacht?

We misten alleszins het zo heldere water van San José). Maar het was toch heerlijk genieten. En in de vroege avond aangelegd in de moderne, goed uitgeruste avond van Aguillas, waar we door het supervriendelijke personeel werden geholpen bij het aanleggen.

19\7: Aguilas-Mazarron

de afstand van 21 mijl hebben we quasi volledig op zeil kunnen afleggen, in het begin zeer rustig, met een paar lange racks om op te kruisen, maar in de tweede helft van de tocht kregen we toch onze 5 beaufort met bijhorende hoge golven en werd het wat pittiger.

In de haven kregen we een plaats aan de steiger, waar de meeste horecazaken waren gevestigd.

De marinero en plaatsdoend havenmeester was eerder van het norse type, enkel Spaans sprekend, en behalve voor het aanleggen totaal niet behulpzaam. En ook de sanitaire installaties waren very basic. En Mazarron is ook een louter toeristische plek zonder enige charme, maar wel een overvloed van horecazaken. Alweer. We missen toch een beetje de charme van de Portugese kleinschalige en minder door overdreven toerisme verpeste haventjes. We gaan met plezier volgend jaar de Spaanse toeristische industrie achter ons laten. Maar om nog dit jaar de oversteek naar, bvb, Sardinië te doen, zou te stressend zijn, en ons de kans ontnemen om de Balearen op ons gemak te ontdekken. We zullen dus de laatste etappe aan de Oostkust van Spanje blijven, een plaats zoeken om in de omgeving van Valencia op het droge te overwinteren, en in januari beginnen te plannen voor onze volgende tocht, dwars door de Middellandse zee.

20/7: Mazarron-Cartagena.

terug een mooie zeildag, op ons gemakskes genieten van de zee en de wind, met een rustige wind met kracht 4 beaufort die zorgde voor de nodige verkoeling voor de 31 graden. We hadden gepland om halfweg nog eens voor anker te gaan in een mooie beschutte baai, maar snel bleek dat Ann eergisteren ietwat te hardhandig met de connector van de ankerbesturing was omgesprongen. Totaal verbogen. Verzachtende omstandigheid: het systeem was al meer dan 15 jaar nauwelijks gebruikt, en was door het zoutwater in de ankerbak zo gecorrodeerd dat het toch aan vervanging toe was. We konden dus onze lunch en snorkelpartij op anker vergeten en zetten we noodgedwongen, gelukkig opnieuw onder zeil, koers naar Cartagena, waar we ons moesten inhouden om niet op zeil de haven binnen te varen. Want we wisten dat we het zeilen weer voor een aantal weken zouden moeten missen.

onze ligplaats in Cartagena


De ontvangst en service van de havenmedewerkers was echt super, de sanitaire faciliteiten luxueus. En ze zorgden voor een technieker, die de connector van onze ankerbediening gaat vervangen. Spijtig genoeg was het zo warm dat we het mooie Cartagena, met zijn talrijke Punische en Romeinse monumenten, niet echt hebben kunnen bezoeken. Misschien is het iets koeler als we in september terugkomen voor de laatste etappe van dit jaar? En ja, we hadden vanaf de eerste avond al ons “stamrestaurant” , Bar Sol, gevonden in Cartagena. We waren er al snel kind-aan-huis. Lekker en leuk en goedkoop. De tweede en de derde dag weren we vergast met een lekkere limoncello van het huis. We weten al waar we naartoe zullen gaan als we terug in Cartagena arriveren.

Bar Sol, ons stamrestaurant in Cartagena

De Costa del Sol langsgevaren.

Op 3/7 waren we na een windstil tochtje van 47 mijl aangemeerd in Almerimar. 
Deze niet meer zo moderne ( maar toch niet echt goedkope) marina met daarbijhorende badplaats werd in de jaren 80 gebouwd tussen de klippen en een artificiële dam. Een ruime marina met diverse inhammen waarrond telkens appartementsblokken zijn opgetrokken. Veel ( soms gesloten) horeca , en zeker in de weekends veel verkeer. Voor de ontwikkelaars was auto nog steeds koning, want langs de volledige lengte van de kades was een rijweg voorzien, die vooral in het weekend druk werd gebruikt, al dan niet door spaanse macho’s met hun opgefokte motor ( op zoek naar een parking? Of naar een goed gevuld terras? Of just-for-fun?).

Enfin, ‘s avonds leek het wel een gemotoriseerde paseo. 
Voor de rest was het daar aangenaam toeven, een terrasje, een betaalbaar etentje en een wandeling naar het strand, juist naast de haven. In de hitte was het water superdeugddoend. 

Op 5/7 de volgende etappe: Almerimar – Aguadulce (17 mijl – 3u30 varen).
Marina de Aguadulce is een grote haven, gebouwd tegen de rotsen, aan het oostelijk einde van de stranden van Roqueras del Mar en Aguadulce. 


We arriveerden er om 13u55, aan het wachtponton. De madam van het havenkantoor kwam mij al tegemoet toen ik met mijn paperassen haar kantoor binnenstapte om te melden dat ik om 16u30 mocht terugkomen. Ze sloten om 14 u( en intussen hadden we al de ervaring dat het gemiddeld een half uur duurt alvorens alle papierwerk is ingevuld). Tijd dus voor een terrasje, dicht bij de boot en rond 17u30, na het papierwerk kregen we een plaats toegewezen aan de overkant van de haven. Relatief rustig, maar wel 10 minuten stappen tot aan het sanitair. Best geen buikloop opdoen….
Onze buren waren Zwitsers ( die vanuit hun thuishaven Marseille een tochtje rond deze gebieden van de Middellandse Zee maakten en een Belg, Marcel, die definitief naar Aguadulce was verhuisd, en hier ook zijn boot had liggen. Die gepensioneerden toch!)

We zijn in totaal 9 dagen blijven liggen in Aguadulce ( gelukkig een goedkope haven). Deels omdat we Almeria hadden bezocht ( dichtbijgelegen, met de bus bereikbaar, maar de minst aantrekkelijke stad van de Costa del Sol)

Almerimar is misschien weinig aantrekkelijk, maar we vonden wel een leuke tapasbae

en vervolgens ook een auto hebben gehuurd om het hinterland te verkennen. Maar deels ook omdat we in het tweede deel te kampen hadden met een hevige Oostenwind, waardoor verder zetten van de tocht niet aangeraden was. Was ook de mening van onze beide buren, die eveneens wilden uitvaren. 

Met onze huurauto (die gezien een, al dan niet artificieel, tekort aan huurauto’s dubbel zoveel kostte als normaal) hebben we de eerste dag de Desierto de Tabernas bezocht met het westerndorp Fort Bravo, dat daar werd gebouwd in de jaren 60 als decor voor diverse (spaghetti-)westerns, waaronder die van Sergio Leone. Tegen onze verwachting in was dit een zeer leuke ervaring. We voelden ons echt deel uitmaken van een echte western, met stofferige straten waar het zand door de wind werd opgewaaid, en nu en dan in oog kwamen te staan met een levensechte cowboy. Onze camera van onze smartphones deed overuren. 

Voor een late lunch reden we naar stille dorpje Tabernas, waar we onder het lommer van de bomen op het centrale pleintje een kleine bar-restaurant vonden. En daar ervaarden we eindelijk dat je, ver weg van de toeristische oorden, niet goedkoop, maar SUPERGOEDKOOP kunt eten.  We bestelden daar elk 2 drankjes met telkens een tapa erbij, wat voor ons meer dan voldoende is want de tapas zijn hier ruim bemeten. En bij de afrekening bleek dat we enkel onze (goedkope) drank moesten betalen, want de tapas waren gratis. Met koffies inbegrepen betaalden we 14€……

De volgende dag was een tocht door de Sierra Nevada gepland. Het voorspelde een hete dag te worden, en misschien zouden we daar wat verkoeling vinden in dit hooggebergte waar er in de winter wordt geskied. Ontbijt in het kuuroord Alhama de Almeria ( waar er niets te zien is) en dan via een veelvoud van haarspeldbochten naar het mooie witte dorp Ohanes, tegen de bergflank gelegen, op 1200 meter hoogte.

Ohanes

Mooie wandeling door de kleine steegjes, maar in de warmte wel knap lastig. Dan terug de auto in en door de bergpas (2000m hoog) van de Sierra Nevada, weeral met het nodige bochtenwerk op een smalle weg, met gelukkig nauwelijks tegenliggers. Mooie uitzichten, dat wel, maar toch een aardig stuk rijden, tot we aan de overkant in Castillo de la Calahorra stopten voor de lunch (En door de hitte werden overvallen toen we uit onze geairconditionneerde auto stapten). Het kasteel, waarnaar dit dorp werd genoemd lieten we links liggen(was bovendien nog een flink stuk omhoog te wandelen) en in het enige restaurant dat we de moeite vonden omdat er zoveel locals zaten, hebben we het terras gelaten voor wat het was en binnen gevlucht waar de airco voor wat verkoeling zorgde. Buiten was het al 38 graden, in de schaduw. 
Onze laatste halte was het mooie Guadix. De nog steeds bewoonde grotwoningen aan de rand van de stad hebben wij nog bezocht.

Dat wil zeggen, we hebben onze auto 5 minuten verlaten, en na een moorddadige klim naar een uitzichtpunt, gevlucht in één van deze woningen. Waar het een koele 20 graden was, zonder airco. Toen we daarna terug in de auto kropen stond de thermometer op 46 graden. Niet te doen. Het nochthans aantrekkelijke middeleeuwse Guadix hebben we “bezocht” vanuit de auto. Zelfs te warm voor een terraske.

Op 12/7 hadden we nog altijd niet kunnen uitvaren. En hebben we dus Ann’s verjaardag in Aguadulce gevierd. Gelukkig hadden we op internet een voortreffelijk restaurant, Bacus, gevonden, ver van het commerciële gedoe. Een voltreffer!

Op 14/7 hebben we dan eindelijk in devroege ochtend, Aguadulce, en dus ook de Costa del Sol verlaten en koers gezet naar Guarracha. Dat is een tocht van 55 mijl, op motor, want voor de verandering is er nu nauwelijks wind. De haven ertussen is Puerto de San José, waar we al een aantal dagen tevergeefs naar een plaats hadden gesolliciteerd. “Completo”.
Tot we, rond 11u, na meer dan 3 uur varen, nogmaals telefoneerden en…..een plaats kregen. Blijkbaar hadden de bezoekers, die de haven hadden gevuld, gewacht tot dit rustige weer om verder te varen en zo de plaatsen vrij te maken. Toen we iets over de middag  San Jose binnenvoeren zagen we rap hoe het kwam dat de haven completo was. Het is een miniscuul haventje, grotendeels met motorbootjes gevuld, want bijna overal te ondiep voor zeilboten. Enkel aan de hoofdkade was er ruimte voor één zeilboot. Wij dus.

Het was daar echt idyllisch liggen, met enkel zicht op 2 restaurantjes en voor de rest uitkijk op de mooie baai van San Jose, een wit dorp, wel met heel wat toeristische accomodatie, maar waarbij de plaatselijke overheid blijkbaar elke hoogbouw hebben geweerd. En zo kon de charme bewaard blijven (maar het was wel de duurste haven tot nu toe).  De volgende dag was de wind weer opgekomen, met windstoten tot 25-30 knopen en ook de dag daarop zou het nog onstuimig weer zijn. Dus ons verblijf verlengd tot 3 dagen. Dan hebben we nog 5 dagen over om de laatste 88 mijl naar Cartagena af te leggen. Want in Cartagena zouden we onze boot voor een 5-tal weken achterlaten en op 23/4 met het vliegtuig vanuit Murcia naar België en naar onze (klein-)kinderen te trekken. En nog juist op tijd zijn voor de doop van Fleur, ons jongste kleindochtertje.

Eerste kennismaking met de Middellandse Zee

Op 27/6 lieten we het leuke Estepona achter ons en zeilden we (maar na anderhalfuur was het eerder “ motoorden”) naar Marbella. Marbella is een mooie stad, met leuke steegjes waardoor je kriskras door de oude stad kunt wandelen. Veel toeristen, maar toch veel te weinig voor de talloze horecazaken. Zelfs op de befaamde “Plaza de Naranjas” was het geen probleem om een terrasje te doen.

Waar is de tijd ( ca 20 jr geleden), dat we hier ook zaten, voor een koffietje, en we na 20 minuten tevergeefs wachten om de rekening te betalen maar niemand kwam opdagen, dan maar ostentatief zijn recht gestaan en verder gewandeld. Om dan 2 minuten later door een woedende garçon te worden ingehaald. 
Nu niets van dat alles, en op de vraag naar onze rekening werden we op een vingerknip bediend.
Oh ja, de jachthaven van Marbella is de faam van de stand niet waardig. Voor de sanitaire ruimte kregen we zelfs geen sleutel, maar “ no problema” er is altijd een marinero, 24 uur op 24 uur om de deur te openen. Totdat ik rond 22u voor een noodzakelijke sanitaire behoefte voor een gesloten deur stond, geen marinero aanwezig, en enkel een automatisch antwoord kreeg op het telefoonnummer dat de havenmeester ons had gegeven. Dan maar naar de, steeds aanwezige, dichtstbijzijnde gelegen bar gegaan, een klein ( jaja, een klein) pintje gevraagd, naar het toilet gegaan, en daar , gelukkig vooraf, vastgesteld dat er geen papier was. Dan maar naar de boot met opspelende darmen in bed gedoken. Het is niet altijd rozengeur en manenschijn ( misschien toch wel, maar er ontbreken toch soms een paar attributen om dit alles idyllisch te maken).

Op 29/6 dan naar Benalmadena, een 20 mijl verder, op motor wegens (terug) quasi geen wind.
Goed uitgeruste haven, en op een half bus-uurtje van het prachtige Malaga.


Die stad hebben we op 30/6 bezocht, in een nog juist te overleven hitte, en er toch in geslaagd om niet alleen het historisch gedeelte te doorkruisen, maar zelfs om het boven de stad torende Alcazaba te bezoeken en daarna nog, levensmoe als we zijn, de klim naar het nog hoger gelegen Castillo de Gibralfaro af te werken.

En dit nog vóór de lunch. Daarna hebben we ons beperkt tot een bezoek aan het prachtige Picasso-museum, en ons minder beperkt aan een pint op het daarna dichtstbijgelegen terras. 
Volgende dag fietsjes, mét bijhorende motors, bovengehaald voor een tochtje naar het oorspronkelijke dorp Benalmadena. Ietske meer authentiek, maar toch niet om over naar huis te schrijven ( waarom zet ik dat dan in mij blog ?🤔). Oh ja, een verkeersteken “ sens unique” geldt ook voor fietsers, hier in Spanje. De Policia Local was al aan het overwegen om een bonnetje uit te schrijven toen we die regel aan onze laars hadden gelapt, en ons zo een omweg hadden bespaard, maar toen bleek dat ik geen gebenedijd woord Spaans kon uitbrengen, gaf hij het maar op en was hij tevreden dat we van onze fiets afstapten. Stomme buitenlanders…..

Intussen een klein beetje paniek uitgebroken in de rangen ( vooral de vrouwelijke helft) van de familie Bouckaert. Op onze vraag naar een ligplaats voor de volgende 2 havens hadden we nul op rekwest gekregen. Oei, dat wordt dan een dagje (en nachtje) ankeren voor onze volgende etappe. De wind zou echter de volgende dagen nagenoeg afwezig blijven, en na wat bijpraten bleek dan toch de voltallige bemanning akkoord om het er op te wagen.

Op 2/7 dan vertrokken, verder naar het Oosten. Toch nog rond 10u30 nog eens getelefoneerd naar Marina del Este om te vragen of ze toch geen plaatske zouden hebben. “Si Senor”.Deze twee woorden hebben iemand aan boord zeer gelukkig gemaakt. En zo konden we na een dag varen ( op motor dus), en na onderweg een grote groep dolfijnen te kunnen aanschouwen, aanleggen in de mooie Marina del Este.


Een klein, weliswaar artificieel haventje, maar volledig opgetrokken in traditionele stijl, met witgekalkte gebouwtjes rond de haven, zodat het wel heel wat charme had. Slechts één minpuntje: die avond verloren de Rode Duivels tegen Italië in de kwartfinale van het EK met 1-2. Er toch niet echt goed van geslapen durf ik bekennen.
De volgende dag moesten we verder, want de marina had geen plaats over. Terug op motor naar Almerimar. Weeral 8u voor de boeg.

22/6 Door de straat van Gibraltar

En dan, op 22/6, het moment suprême ! We gaan de Atlantische Oceaan inruilen voor de Middellandse Zee. Een tocht van 44 mijl. Bij de aanvang hadden we 2 knopen wind, en zelfs ter hoogte van Tarifa, waar het 300 dagen per jaar spookt, was het relatief rustig. Zeker geen weer

voor surfers. En dan de straat van Gibraltar in.
Een weetje: het water in de Middellandse Zee is 2 meter lager dan het water in de Atlantische oceaan, door de verdamping. Dat betekent dat er een constante stroming loopt naar de Middellandse zee. En dat was slechts één versnellende factor. De tweede was de wind. Die begon plots hevig aan te wakkeren (wat ook voorspeld was) en verdubbelde in geen tijd in kracht, van 15 naar 25, met stoten tot 30 knopen. Pittig! Intussen hadden we al beslist om niet in Gibraltar aan te leggen, maar door te varen tot over de punt, naar Sotogrande. Zo zouden we het risico niet lopen om dagen in Gibraltar te moeten blijven liggen wegens een zware oostenwind. Ook bij Sotogrande blies de wind nog met meer dan 20 knopen. Spannend om voor de eerste keer aan te leggen in middellandsezee-stijl: achteruit varen tot aan de kade, en dan landvasten achteraan bevestigen en vervolgens een mooringlijn uit het water vissen om de boot vooraan vast te maken. Met behulp van de marinero’s verliep alles ( een beetje onverhoopt ) zeer vlot. We hadden ons dus voor niets veel zorgen gemaakt. De haven Sotogrande is een artificieel iets, gebaseerd op Port Grimaud. Megajachten, sjieke auto’s, appartementen in pseudo-lokale stijl en horeca bij de vleet. De voorzieningen in de haven zelf waren echter de setting niet waardig, en dat voor liggeld dat 2 keer zo hoog was als normaal, voor 1 nacht ( we zijn er dus ook maar 1 nacht gebleven).

Op  23/6 zeilden we dan in de late voormiddag, met een 4-5 bft naar Estepona. Mooie haven, met een zeer vriendelijke ontvangst en prima voorzieningen. Hier zouden we een paar dagen blijven. Tijd genoeg om op zoek te gaan naar een loopplank. Want de soms  halsbrekende toeren, die Ann moest uithalen om op de wal te geraken waren misschien wel amusant om naar te kijken, maar niet voor herhaling vatbaar.  Ze was dus vlug overtuigd om deze investering aan te gaan. En we vonden ons gerief in de nautic store aan de haven. En voor een klein bedragje extra werd de loopbrug netjes geïnstalleerd. En intussen genieten van het zonnige Estepona. Zalig. 

Cadiz – Barbate, op ZEIL

Op 14/6 vergrootten we nogmaals onze ecologische voetafdruk door opnieuw het vliegtuig te nemen, van Charleroi naar Sevilla. De dag ervoor ( vroeger kon niet) ons nog laten testen op Covid, want onze vaccinatie was nog juist geen 14 dagen oud. Dit grapje kostte ons meer dan onze vliegtuigticketten. En dan maar hopen dat ons testresultaat tijdig zou binnenkomen, wat uiteindelijk ook gelukt is. Oef.
We hebben er van geprofiteerd om Sevilla nog eens te bezoeken, en hiervoor 4 nachten geboekt in het zeer mooie Soho Boutique Hotel, een aanrader.



Zelfs met een zwembad(je). We zijn er zelfs in geslaagd om 10 minuten te verblijven in deze overmaatse wastobbe. En intussen dagelijks onze 10 km afgewandeld in deze prachtige stad. 


Op donderdag 18/6 dan de trein genomen naar Puerto Sherry. Bij ons vertrek regende het in Sevilla, maar in Puerto Sherry brak de zon al door de wolken. Vlug naar de boot om onze rolfok uit te proberen. De zeilmaker had ons immers de week ervoor gemaild dat het zeil was hersteld. En inderdaad, de fok rolde probleemloos uit en weer in. Met plezier hebben we de (zeer schappelijke) herstelkosten betaald ( de oorzaak van het probleem was een te grote sluiting boven in het zeil, die was verschoven, en zo bij het uitrollen tegen een bevestigingshaak duwde, waardoor het systeem blokkeerde. Maar het heeft lang geduurd voor deze oorzaak was opgespoord. )
Nu konden we terug aan zeilen denken. En aan de doorsteek door de Straat van Gibraltar. De meteo gaf nu nog een (stevige) westenwind, wat voor ons positief was, maar de wind zou bij Gibraltar halfweg volgende week draaien naar  oostenwind, wat het voor ons onmogelijk zou maken. Dus de zaterdag 20/6 vertrokken we in de vroege ochtend naar Barbate, een tocht van 36 mijl, die we met een 4 beaufort op halvewindse koers quasi volledig op zeil hebben kunnen afleggen. Heerlijk. Barbate heeft een tamelijk moderne haven, maar met een desolate indruk, wegens volledige leegstand van de havengebouwen. Terug een projectontwikkelaar die hier zijn broek serieus heeft aan gescheurd. 
Met de meteo in ons achterhoofd beslisten we om nog een dagje langer te blijven. Ideaal om met onze fiets naar het 10 km verder gelegen bergdorp Veger de la Frontera te trekken. Onze electromotoortjes waren zeer nuttig om een hoogteverschil van ca 200 m te overbruggen.  Veger de la Frontera is wondermooi, met zijn witgekalkte huisjes en kronkelige steegjes. Fotogeniek. Heeft ook terecht 2 sterren in onze Michelinreisgids. 

Dan toch in Cadiz geraakt, op motor.

Sergio heeft inderdaad een vriend, Mario, die zijn ganse leven in het zeilersmilieu heeft doorgebracht. Zeilboten over de oceaan gebracht, jaren kapitein van een megajacht geweest voor een sjeik uit Dubai, deelnemer aan diverse grote regatta’s, en zelfs eigenaar van een zeiljacht, dat ooit door prins Philips , de man van Queen Elisabeth, was gebouwd, eind de jaren 40, volledig in aluminium, gerecupereerd van afgedankte oorlogsvliegtuigen. Dit zeer buitengewoon schip lag ook aan ons ponton. Spijtig dat ik er geen foto van heb genomen. Enfin dus, een man met een dergelijk curriculum vitae zou ons probleem vlug oplossen. We hebben hem de mast ingeholpen, daarna een busje WD40 nagestuurd, en lap, het probleem was opgelost. Volgens hem was het rolsysteem boven wat versleten ( quid? Slechts 4 jaar oud?), maar als we de fok telkens wat lieten zakken vóór het uit- of inrollen zou er geen probleem meer mogen optreden. Wij waren die stoere zeebonk zo dankbaar. Eèn van onze laatste pintjes van “het Verzet” hebben we hem aangeboden, wat hij met smaak heeft gedronken. Uit beleefdheid vroegen we hem nog of we hem iets moesten betalen. De zeerover dacht er enkele seconden over na, en liet te kennen dat zijn tussenkomst 100€ kostte….

Ik had gelukkig nog voldoende cash om onze verlosser te vergoeden, maar vergat wel om onze fok nog eens volledig uit te rollen, als ultieme controle.
De volgende dag , 17/5, eens uitgevaren naar het eiland Culatra. Daarvoor moesten we terug door de ondiepe lagune varen naar een duinengordel, die tussen de lagune en de open zee lag. Er was nauwelijks wind, dus alles op motor.
Het gehucht Culatra heeft geen haven voor zeilboten, waardoor er meestal 10 tallen zeilboten voor anker lagen vóór het eiland, en het soms echt moeilijk is om nog een ankerplaats te vinden. Maar nu niets van dat alles, er lagen slechts een 8-tal boten zodat we alle ruimte hadden om te ankeren, wat lukte bij onze tweede poging. Om zeker te zijn dat onze boot niet zou “verhuizen” bleven we er nog een tijdje op, genietend van het zonnetje en een lichte lunch. Dan konden we eindelijk de motor van onze dinghy uittesten. In tegenstelling tot zijn grote broer op de Arwen, deed hij het onmiddellijk perfect en konden we naar Culatra tuffen. We konden ons aanleggen naast de steiger, waar het normaal gonst van de taxiboten, die toeristen van en naar Faro en Olhao brengen, maar waar nu nauwelijks enige activiteit was.
Op het eiland zijn er, naast de vissershuisjes van de eerste bewoners, vooral horeca en vakantiehuizen te vinden (gelukkig geen hotels of andere hoogbouw) en zijn er geen wegen. Want er rijden daar ook geen auto’s (tenzij misschien 1 terreinwagen van de Vlaamse eigenaar van een restaurant, dat te ver van het dorp is gelegen, zodat hij de toestemming heeft om met zijn auto zijn voorraden aan te voeren). Dus een nogal idyllisch, maar nu vooral verlaten plaatje. Zo verlaten zelfs dat we, aan het eind van onze wandeling dwars door het eiland naar de kant van de open zee, voor de gesoten deuren van de strandbar stonden. En wij hadden natuurlijk geen water meegenomen.

Dus terug naar het dorpje, waardoor we daar wel een restauranthouder konden verblijden met onze consumptie.

Op 18/5 vertrokken we dan naar Spanje. De eerste haven over de grens met Portugal is Ayamonte, een 3 mijl stroomopwaarts gelegen op de rivier Guadiana, die de grens vormt tussen Portugal en Spanje. De 35 mijl hebben we op motor gevaren, wegens….geen wind. En heet dat het was ! Ayamonte is een aantrekkelijk stadje met een treffelijke jachthaven. Goed dus om er een dag langer te blijven en wat door de meestal lege straten te kuieren.

Op donderdag 20/5 zouden we naar El Rompido varen. Het zou vandaag goed waaien, dus we keken er al naar uit om er een mooie zeiltocht van te maken. Eénmaal op volle zee het grootzeil opgetrokken en dan mocht Ann de fok uitrollen…..en konden we vaststellen dat niet de fok maar wij gerold waren. Halverwege bleef hij terug volledig blokkeren, en hadden we zelfs alle moeite om hem terug opgerold te krijgen. Gelukkig dat er op dat moment nog niet te veel wind was. Maar de wind nam snel in kracht toe, en was eerder aandewinds zodat we , zonder voorzeil, weinig goesting hadden om meer dan 5 uur op motor de tegenkomende golven te trotseren. Dan maar naar de eerstvolgende haven, Isla Canela, een goede 10 mijl varen. Ook dit haventje ligt in een diepe inham, en was oorspronkelijk een vissershaven, die we nog aan stuurboord zagen liggen, met de vissersbootjes dobberend in het water of getrokken tot op het zand, en omzoomd door kleine, witte huisjes, waarvan een aantal van een terrasje waren voorzien. Een idyllisch plaatje, was het niet dat aan de andere kant de hotels en appartementen torenden rond een moderne, weliswaar goed uitgeruste, jachthaven. Maar enfin, we hebben al in minder mooie haventjes gelegen.
En intussen een leuke mail ontvangen. Onze volgende haven zou Mazagòn worden. We wisten dat onze buren op ons ponton in Nieuwpoort ,Filip en Geneviève, al jaren geleden naar daar waren verhuisd. We hadden altijd zeer goed met hen kunnen opschieten en daarom hadden we ze graag nog eens teruggezien. Gezien we echter niet over hun coördinaten beschikten, hadden we een vraag naar contactgegevens verstuurd naar onze zeilvrienden . En Liesbeth van de Shetwins had de gegevens van Jan en Clairette, de vrienden van Filip en Geneviève en die ook in Mazagòn woonden. En zo kreeg ik een mail van Clairette en van Geneviève met de boodschap dat we mekaar zeker zouden ontmoeten voor een hapje en een natje. Afspraak op zondag 23/5. We kijken er al naar uit!

21/5: op motor, ondanks een leuke halvewindse 3 Bft, waardoor het opgetrokken grootzeil toch wat ondersteuning gaf, naar Mazagón, een 33 mijl verder. Dit is een tamelijk recent vernieuwde en uitgebreide haven, met slechts 1/3 van de ligplaatsen bezet, en ook de commerciële locaties in het moderne havencomplex waren slechts voor een deel in gebruik. Maar het sanitair en doucheruimte was zeker OK. Niets om over te klagen. Het centrum van het dorp, dat niets om het lijf had maar wel de nodige horeca en enkele winkels bood, was op wandelafstand, maar dan mits een pittige beklimming van een heuvel. Maar een beetje lichaamsbeweging is steeds welkom. Dus niet geklaagd.

Zaterdag 22/5 was een dag om het strand en de omgeving te verkennen, een teen in het water te steken en te besluiten dat het nog te koud was om te zwemmen, zelfs niet om pootje te baden, maar het was wel voldoende warm om te schuilen onder de parasols van de strandbar Chiringuito Puerto Colon, waar het al heel druk was. Hoe een eenvoudig , maar wel groot, pintje zo maar een zalige glimlach op onze lippen kan toveren. Genieten.

Zondag 23/5. Hapjes stonden klaar, wijn, bier waren gekoeld, onze ijsmachine had een voldoende grote voorraad ijsblokjes geproduceerd. Al onze kussens waren bovengehaald.En zo maakte we kennis met Jan en Clairette, en zagen we Geneviève terug, die nog geen haar was veranderd. Wat volgde was een gezellig aperitief aan boord, en daarna, om 14u ( vroeger zou in dze streek doodzonde zijn), allen samen naar het buitenrestaurant Mi Momento, aan de rand van het dorpspark, waar we ons tegoed deden aan 8 diverse, superlekkere, hapjes “to share”. Megagezellig en een ontdekking van smaken die we daarvoor nog niet hadden meegemaakt. Een voltreffer. En dan hadden Jan en Clairette nog de euvele moed om ons bij hen thuis uit te nodigen voor een afsluitend pintje. Filip, die bij het eten niet aanwezig kon zijn, wegens een superbelangrijk golftoernooi, was nog juist op tijd om samen met ons de volledige biervoorraad van Jan en Clairette soldaat te maken. Zoals we beschaafd zeggen: moe maar voldaan vonden we gelukkig nog de weg naar de Arwen, om nog wat na te genieten van weeral een verrassend lekker leuke en leutige dag. Nog iets dat ze ons niet meer kunnen afpakken.

24/5: dagje fietsen in het natuurpark de la Donana. Prachtig weer en een mooie vlakke tocht, waardoor we onze electromotoren weeral niet nodig hadden. Tuusenstop in de Parador de Donana. In eerdere tijden waren de paradores in Spanje het nec plus ultra, hotels voor le grand chic. Dit hotel gaf echter meer een afgeleefde indruk ( tenzij voor liefhebbers van de 60ties vingtage stijl), nog versterkt door het feit dat er nauwelijks hotelgasten waren. Dan nog een klein uurtje verder gefietst naar de camping De Donana, met een prachtig strand tussen de rotsen (maar ook daar nauwelijks volk). En dan terug naar de boot om alles voor tebereiden voor onze voorlaatste tocht van deze etappe.

25/5: Mazagon – Chipiona. Een rustig (motor) tochtje van 38 mijl op kalme zee, genieten van het zonnetje, en continu uitkijken naar visnetvlaggetjes. Een prettig weerzien met het stadje Chipiona, dat we een 20-tal jaar geleden hadden aangedaan tijdens een rondreis in Andalusia. Het hotel Cruz del Mar, eigendom geweest van bekende Waregemnaar Bernard Devos, die we daar in die tijd ook hadden ontmoet, wordt nu, na een 13 jaar leegstand, omgevormd tot een appartementcomplex. Voor de rest blijft Chipiona een rustig vissershavenstadje, met een veel te grote jachthaven met te grote ambities, en te weinig huurders voor de daaromheen gebouwde horeca- en shoppingzaken. Een steeds terugkerend, triestig verhaal over een tijd dat de bouwwoede in Spanje alles overheerste en veel mensen en gemeentes veel illusies en nog veel meer geld heeft gekost. Maar het etentje ‘s avonds in restaurant Los Corales, op de klippen boven het strand, met gratis ondergaande zon, smaakte overheerlijk.

26/5: Chipiona – Cadiz. Einde van de eerste etappe.

ik zeg Cadiz, maar eigenlijk koersten we naar Puerto Sherry , in de gemeente Puerto de Santa Maria, wat in de Golf van Cadiz aan de overkant ligt van de stad. Maar hier hadden ze tenminste een zeilmaker ! We hadden 4 dagen tijd om die gast ons probleem uit teleggen en hem aan het werk te krijgen. Daarvoor had hij wel 3 bezoekjes aan de boot voor nodig, met 2 man, zodat ze samen héééél rustig de situatie konden overschouwen, samen konden overleggen en dan naar de mening konden luisteren van de buren. Slotsom, de man vroeg niet wanneerwe vertrokken naar België, maar wanneer we terugkeerden. Want ze hadden het zó druk, dat ze er nog niet konden aan beginnen. Ik heb tegenover hem onze aankomst met 4 dagen vervroegd, in de hoop dat ze tegen dan de klus zouden kunnen klaren. Ik had toch mijn twijfels. Enfin, intussen hebben we in die 4 dagen dat we nog in Puerto Sherry verbleven nog iets anders te doen dan ons zorgen te maken over onze nukkige rolfok, en bezochten we Puerto Santa Maria en het zeer mooie Cadiz.

30-31 mei: Terug naar België, en hoe !
Het is niet evident om in volle coronatijden vanuit Spanje naar België te reizen. Iedereen die vanuit Spanje (rode zone) België binnenkomt moet 14 dagen in quarantaine. Maar keerden juist naar België terug om onze tweede prik op 1 en 2/6 te ontvangen. Indien in quarantaine, mochten we daarachter fluiten. Dan maar creatief geweest. Op 29/5 boekten we een treinticket van Cadiz naar Sevilla, voor de dag erop. Aansluitend hadden we een busgevonden, die ons van Sevilla naar Faro in Portugal zou brengen. Dan een nachtje hotel in Faro en de volgende ochtend een vlucht vanuit Faro naar België. Gezien we dus uit Portugal ( oranje zone) kwamen, moesten we niet in quarantaine……

dus op 30 mei in de ochtend kwam een taxi ons halen voor een (dure) rit van Puerto Sherry naar het station in Cadiz. Na een koffietje in het station stapten we op de trein, en zo een half uur later passeerden we het station van…….Puerto de Santa Maria 😱. En alsof dit alles was: toen de controleur onze kaartjes bekeek, fronste die zijn wenkbrauwen, controleerde hij de kaartjes nogmaals , en wist ons toen te zeggen dat die kaartjes geldig waren voor de trein van 29 mei, gisteren dus, de dag van aankoop. Die madam aan het loket had ons niet een ticket voor mañana, maar voor hoy verkocht! Kieken (of lag het toch aan ons Spaans??? ) Dus een nieuw kaartje gekocht, gelukkig heeft de brave man ons geen boete aangerekend.

De rest van de reis liep zonder probleem. Wat we niet meer gewend zijn.

En ja, we zijn nu volledig gevaccineerd.

En we gaan verder, met horten en stoten

Vrijdag 14/5 was onze tewaterlating gepland, om 16u. Om 14u30 hoorden we echter al de botenkraan onze richting naderen. Wij uiteraard nog niet volledig klaar, en dus lichte paniek bij mijn aangetrouwd familielid. Wat had ik gezegd? Portugese tijd is relatief, maar dat geldt zowel in plus als in min. Enfin, wij het water in. Eenmaal in het water werd de Arwen dan met touwen wat verder aan het kleine ponton van de werf gelegd. Want er volgden nog 2 (Duitse) boten en dan zouden we in kolonne van 3 door Martin in zijn kleine bootje begeleid worden door de ondiepe wateren tot aan boei 23, waarna het kanaal dankzij de vele boeien gemakkelijk te volgen was. Dit was het plan. Dan maar , zoals elk jaar een spannend moment, maar steeds zonder problemen, de motor eens uittesten…….geen kik. Alles checken, nogmaals proberen…..geen kik. Dan maar Bruce (rare naam voor een volbloed Portugees), de leader of the band, erbij geroepen. Diagnose rap gemaakt: de startbatterij was een stille dood gestorven. Maar geen probleem, hij sprong op zijn scooter, reed naar Auchan en kwam een half uur later terug met een gloednieuw exemplaar. Ik had intussen juist voldoende tijd om het lijk te bergen en op het ponton achter te laten. Met wat duw en trekwerk kon Bruce de nieuwe batterij, die een slagske groter was, installeren, aankoppelen, en…..de motor startte als een naaimachien (waar haal ik die vergelijking?). Nu nog wachten op Martin, die intussen de 2 Duitsers al had begeleid naar de diepe wateren, en om 16u10 konden we dan toch eindelijk vertrekken naar Olhao, dat ook aan Ria Formosa lag, maar dan aan de andere kant van deze lange lagune. Na 2 uur varen, op motor, daar aangemeerd.De volgende dag het stadje verkend ( aantrekkelijk authentiek binnenstadje, maar omgeven door nieuwe appartementen en hotels) en dan terug naar de boot om een aantal karweitjes af te werken en een ogenschijnlijk klein probleempje op te lossen: wellicht was de spi-val rond de genua-val gedraaid waardoor beide geblokkeerd waren. Na 2 uur gezwoeg (en opkomend gezaag van 2de helft van trouwboek) de brui aan Maarten gegeven. Het spel zat muurvast, de genua was niet uit of in te rollen, laat staan hem naar beneden te laten.En dan kregen we het bericht van het thuisfront dat ons pasgeboren kleindochtertje Fleur, amper 3 weken oud, in het ziekenhuis was opgenomen met RVS. Dit was dus echt geen leuke avond. En geen rustige nacht. 
Nu vandaag zondag, na het ontbijt, besloten om in de mast te kruipen om die 2 vernestelde touwen te ontwarren. Ann zag het eerst echt niet zitten, blijkbaar was mijn snelle dood nog geen optie, maar dan hebben we alle stappen van de operatie èèn voor èèn voorbereid en geoefend en ging het daarna wonderwel gesmeerd. Helemaal bovenaan heb ik de twee touwen kunnen ontwarren, een beetje tijd genomen voor een foto-shoot, en dan terug veilig naar beneden. Dankzij de zorgvuldige voorzichtigheid van Ann. …….Maar het rolsysteem blijft haperen. Ik aan het einde van mij latijn ( of portugees), en nu maar hopen dat onze bereidwillige buren inderdaad een technieker, die ze kennen, kunnen contacteren om de boot weer zeilklaar te maken. Alternatief is dat we in een paar etappes, enkel op grootzeil en motor, naar Cadiz varen, waar we een zeilmaker gevonden hebben. ………

Zo een zeilavontuur blijft toch telkens zo onvoorspelbaar. Nooit wordt het saai.

Eindelijk terug van start. Bloody Corona

Het is nu vrijdag, 14 mei, 13u.
Nog  3 uur, en de Arwen gaat eindelijk terug in het water. Ons oorspronkelijk plan was om eind maart naar Portugal te vliegen, en de boot tegen begin april varensklaar te maken. Maar Corona heeft hier een serieus stokje voorgestoken. Uiteindelijk konden we ten vroegst op 6 mei een vlucht naar Faro nemen. En hadden we al een eerste vaccinatieprik achter de rug. Onze tweede prik is vastgelegd op respectievelijk 1/6 voor mij en 2/6 voor Ann. Wat betekent dat we eind mei nog eens voor een weekje terug naar België zullen keren. Dure prik. Maar zo zien we de kids ook nog eens terug.

We hebben het ons wel comfortabel gemaakt, en een prachtige Airbnb geboekt in het centrum van Faro. Splinternieuw appartement met alle comfort in hartje Faro, in een winkelwandelstraat waar we dus geen enkele last hadden van verkeer. En een mooie balkon waar we ‘s morgens in de zon van ons ontbijt konden genieten. En de achterblijvers in het kille België jaloers konden maken ( 2021 kent èèn van de koudste lentes in België sinds decennia).

Faro is wel voorzien van goede restaurantjes. We onthouden l’Osteria, A do Pinto ( superlekkere Cataplana) en Portas de sao Pedro.


Overdag was het wel werken aan de boot, het jaarlijks terugkerende schrobben, verven, kuisen en stofzuigen, kleine reparaties en dies meer. Hiermee waren we een weekje mee zoet. Intussen de tewaterlating met 2 dagen uitgesteld wegens de weersomstandigheden, zodat we de laatste nacht nog in een hotel zijn moeten overnachten. Enfin, nu zitten we in het zonnetje op de boot kunnen en nu nog de tijd wat doden (wat oneerbiedig is voor het schrijven van deze blog) en om 16u het water in. ( tijdstip is wel relatief, want we zijn hier in Portugal)