Afscheid van de winderige Cycladen

Maandag 15 juni: Batsi – Karystos op Evia.
Rustige overtocht, grotendeels op zeil, waarna we na 4 uurtjes konden aanmeren in Karystos. Aan de havenmeester een rustig, veilig plaatsje gevraagd want de meteo voorspelt opnieuw een serieuze storm (8-9 Bft) voor de komende week. En we kregen het beste plekje van de haven, in de hoek, waar de wind ons zou wegduwen van de kade maar waar we ons ook, gezien we langszij lagen, veilig aan de kant konden vastleggen. En de haven liep achter ons vlug (bijna) vol. Er waren nog schippers die geen goed oog hadden op de voorspellingen. Onze buur werd de Hallberg Rassy “Bleu Lezard” van Elena en Maurizio. Italianen uit Trieste die voeren met een boot onder Franse vlag. Zeer lieve mensen. Maurizio misschien wel iets te supervoorzichtig en bedachtzaam. Een gepensioneerde herenboer . We hebben samen een flesje lekkere Griekse wijn op onze boot gekraakt, op de laatste dag in de haven.

Dinsdag 16 juni – 23 juni: Karystos
We zijn dus 8 dagen in Karystos moeten blijven. Met een serieuze Meltemi als continue metgezel. Soms zetten we eens de windmeter aan en konden we 40 knopen wind noteren met een piek tot 48 (= 9 Bft). En dit in een relatief goed beschutte haven. Maar onze boot lag inderdaad zeer veilig en bougeerde nauwelijks. Enkel één klein akkefietje met onze meertouwen, waarvan één touw voortdurend over de rand van de betonnen kade schuurde en na 3 dagen al volledig doormidden was. Touw ingekort en met 2 stukken van een oude waterslang, waardoor ik het touw had ingebracht, en nu op de rand van de kade waren gepositioneerd, was het euvel verholpen. En dus, ongelofelijk, jullie mogen zich aan geen nieuwe spannende toestanden verwachten. De storm doorstaan verliep rimpelloos, ondanks de hoge golven (sorry voor de spoiler). En voor de rest hebben we genoten van ons gedwongen oponthoud.

Karystos heeft niet de charmes van een Cycladische stad. Maar er zijn wel veel charmante mensen : van de behulpzame havenmeester, de vriendelijke dame van het wassalon, de dienster van de beachbar, waar we elke dag in de beschutting van het baaitje konden snorkelen en achteraf een pintje drinken, en de eigenaar van het (gastronomische) restaurant Geusinplous , waar we twee keer super lekker hebben gegeten en met de sympathieke eigenaar heel wat samen hebben nagepraat. Op die manier willen wij nog veel stormen uitzitten.

Woensdag 24 juni: Karystos – Chalkoutsi.
Eindelijk! Toen we op 15 juni waren aangemeerd in Karystos had ik, met het oog op de meteo, ineens gereserveerd tot de woensdag van de volgende week. Dagelijks keken wij naar de meteo. En telkens volgde de bevestiging: woensdag de 24ste will be the day. En inderdaad, de dag ervoor, dinsdag, was iedereen koortsachtig bezig om hun boot klaar te maken voor de uittocht. Gelukkig ook de catamaran vóór ons en de Bleü Lezard van Maurizio naast ons. Want die hadden ons in de hoek gedrukt. Afspraak was: woensdagmorgend vanaf 6u zou iedereen uitvaren. En zo geschiedde. Met quasi geen wind vertrokken we één voor één, wij als allerlaatste de kade. Elk zijn eigen koers. Enkel de Bleü Lezard zagen we nog een tijdje voor ons. Maar toen verdween die ook uit het zicht. Het oorspronkelijke plan was om vandaag 40 mijl te varen tot Varakos, een klein haventje in het noordoosten van het kanaal. En dan de volgende dag nog 15 mijl naar Chalkoutsi. Halfweg begon de wind al terug aan te wakkeren tot een goede 4 Bft. Dus terug op zeil. En intussen begonnen we ons af te vragen waarom we die omweg naar Varakos zouden maken. Chalkoutsi was immers maar 5 mijl verder. Natuurlijk, 2 dagen voor anker zonder enige beschutting is ook niet super. En toen vond ik op Navily het telefoonnummer van Kostas de “havenmeester” van Chalokoutsi. Dit moest de laatste dagen gepost zijn want op mijn vorige opzoekingen was dit nog niet te vinden. Volgens de pilot was de haven van Chalkoutsi te ondiep voor onze boot. Maar op het bericht op Navily bleek dat er toch mogelijkheden waren. Een berichtje naar Kostas, met prompt antwoord dat hij wel een plaats voor onze boot met 2m diepgang kon regelen. We moeten maar berichten wanneer we bij de haven waren. (Dus wel via SMS of Whatsapp, want Kostas sprak geen woord Engels en alles verliep via Google translator). Dus koers gewijzigd, richting Chalkoutsi, met een plotseling zeer tevreden bemanningslid.

Rond 16u lagen we voor de haven. Berichtje naar Kostas. Antwoord na een half uur. Sorry, hij was nu in Athene. We zouden moeten wachten tot zijn terugkeer, zo rond 19u00. Dan maar voor anker. Nooit geweten dat 3 uur wachten zo lang kan duren. Maar om 19u het verlossende berichtje en konden wij varen naar het uiterste puntje van de ingang van de haven. De dieptemeter zei dat we 0 cm over hadden. Er wellicht hebben wij wel eens de (gelukkig zanderige) bodem geschuurd maar we konden ons probleemloos , met de hulp van Kostas, aanmeren in een nauw gat tussen 2 boten. Zelden heeft die frisse pint na het aanmeren zo gesmaakt.
’s Avonds lekker visje gegeten in restaurant Almyra in plaats van de geplande spaghetti amatriciana aan boord voor anker. Het geluk van de bemanning kon niet op.

Donderdag 25 juni: Chalkoutsi
Boot geprepareerd voor de uit-het-water-lating.
Bagage gepakt. Wandeling van een half uur, naar de werf. Zeer vriendelijke ontvangst. Echt lieve mensen. Maar ook de suggestie gekregen dat we best vóór de geplande 7u15 zouden klaar liggen. Het maneuver kon enkel bij kalme zee en volgens de voorspellingen zou de zee morgen voormiddag snel opnieuw woelig worden. Niet goed voor onze nachtrust.

Vrijdag 26 juni: Chalkoutsi – Mati (bij Nea Makri)
Zelfs zonder wekker waren wij wakker om 6u. Dankzij de goede voorbereidingen konden we snel de trossen losgooien en waren we iets vóór 7u ter hoogte van de werf.
Om een ongekende ervaring mee te maken. Het was daar nogal ondiep. Dus hoe geraken we hier uit het water?
En toen kwam er een vrachtwagen die een metalen gevaarte van wellicht 50 meter lang de zee induwde. Op het einde van die constructie zat een bootstoel, een nauwe opening waarin ik moest varen, waarna de boot met een lier werd opgetrokken in de stoel, waarna het volledige stel mèt onze boot er in terug uit het water werd getrokken. Ik begreep dat dit bij woelige zee onmogelijk was. Maar nu slaagde de manoeuvre wonderwel en een kwartier later lag de boot al vast in zijn stelling, goed voor 2 maanden rust.
Om 8u15 zaten we al in de taxi. Om 9u20 kwamen we aan in het prachtige (maar betaalbare) Mati hotel in Nea Makri, waar we nog 3 dagen konden nagenieten. Supervriendelijk personeel, prachtige locatie met één klein minpuntje: op zee woei terug een Meltemi van 7 Beaufort. Maar het ruime zwembad compenseerde het feit dat we niet in de zee konden duiken.
Het was een supermooie afsluiter van een even supermooie en soms superspannende episode. Maar nu morgen, 29/6, zo snel als mogelijk naar de (klein) kinderen.


Cycladen -deel 2

1 juni Naoussa – Naxos
Ook in Naxos hadden we een plaats kunnen reserveren zodat we het rustig aan konden doen, zonder “havenstress”. Nog wat gewandeld in Naoussa en dan rond de middag uitgevaren. Tien mijl, deels gezeild.
Naxos was voor ons een verrassing in positieve zin. Allereerst een treffelijk uitgeruste haven, met zeer behulpzame marinero’s, en weinig geschommel van in- en uitvarende ferries. Maar het stadje zelf is een juweel, gelegen tegen een heuvel en bekroond met de resten van een Venetiaans fort, dat nu echter grotendeels de plaats heeft moeten innemen voor grote huizen. En straatjes waar je dagen in kunt ronddolen. Maar goed ook want wegens de opnieuw opgekomen wind zouden we hier 4 nachten blijven liggen.

2-4 juni Naxos.
De eerste dag waren we zoet met het verkennen van het stadje en de haven. Onze stappenteller deed weer overuren.
Voor de tweede dag hadden we terug een autootje gehuurd. Zo konden we een paar bezienswaardigheden op dit wondermooi, boeiend en groen eiland bezoeken. We lieten ons hierbij een beetje inspireren door de route van de toeristenbussen. In het begin was dat niet echt een goed idee, want toen wij als eerste stop de tempel van Demeter bezochten, waren wij daar niet echt alleen. De bussen en huurauto’s stonden bijna in file. En ook aan de kassa moesten we aanschuiven. En zelfs in de ochtend was het al heet. Mooie, deels gerestaureerde (resten van een) tempel. Dat wel.
Dan doorgereden naar Chalki, de vroegere hoofdstad van het eiland. Nu een slaperig dorpje, dat wel elke voormiddag wordt overrompeld door dat diezelfde bussen en huurauto’s. Na een eerste wandeling, vonden we nog een plaatsje op het terrasje van, wat wij dachten het enige cafeetje van het dorp. Een oude typische taverna. En ook aan de overkant hadden ze tafeltjes en stoelen op het voetpad gezet. Mooi zicht: aan de ene kant waar wij zaten, zat het vol toeristen. Aan de overkant waren de tafels bezet door de ouderlingen van het dorp die nipten van hun koffietje en hoofdschuddend neerkeken naar het dagelijks schouwspel van die toeristenkudde.

Pas toen we onze wandeling door het dorp verderzetten ontdekten we waar al die toeristen naar toe gingen. De eerste zijstraat die we introkken, was volgestouwd met horecazaken en toeristenwinkels. Plus een oude distilleerderij waar we van een overigens lekkere citroenlikeur konden proeven.

We dachten nog om te wandelen naar het byzantijnse kerkje Agios Georgios, maar na een tijdje merkten wij dat de bewegwijzering, die wij volgden, die waren van een wandeling van 6 km. Dan maar op onze stappen teruggekeerd.

Volgende stop was Filoti, waar we in het kleine centrum van dit, eveneens toeristisch dorpje een lichte lunch aten op een pleintje in de schaduw van oude platanen. We zaten daar niet alleen.

Daarna naar Apiranthos, een wit bergdorp op een hoge heuvel gebouwd. We zijn tot boven gegaan, door een warboel van straatjes en trappen. En in die warmte. Om wat te zien?

Onze dag geëindigd op het strand van Agia Anna, niet ver van Naxos. Geen zin om ons badpak aan te trekken en enkel onze voeten eens in het water gestoken. Misschien morgen toch eens gaan zwemmen?

Maar de volgende dag bleef het ook bij wandelen. Het waaide nog te veel om te zwemmen, of was dit meer een “excuus”?

5 juni: Naxos – Eiland Rhenia bij Mykonos, althans dat was de bedoeling, maar het werd de baai van Azolimnos bij Spiros. Weeral een verhaal!
In de voormiddag verlieten we het mooie Naxos. Het plan was om voor anker te gaan bij het eiland Rhenia, rechtever Mykonos. Zonnig weer en een mooie halvewindse wind. Dus op zeil. De wind begon echter langzaam in de verkeerde richting te draaien. Ofwel opkruisen naar Rhenia ofwel motor aan. We kozen voor het laatste, want dan konden we nog voor lunchtime voor anker gaan. Motor aan. En ik hoorde een iets anders geluid dan normaal. Vlug gekeken naar de uitlaat van de waterkoeling. Geen uitstromend water! Dus geen koeling. Onmiddellijk motor uit! Wellicht probleem met de impeller, de schroef die het water uit zee naar de motor pompt. Ik ben geen technicus, verre van zelfs. Maar de cursus van de zeevaartschool van 20 jaar geleden kwam nu van pas. En ik had een set van reserveonderdelen aan boord. Dus eerst een veilige halvewindse koers gekozen, op autopilot, met verminderd zeil. Ik mocht immers niet rekenen op de stuurmanskunsten van het panikerende andere bemanningslid. Dan naar de motor. Impellerkap losvijzen (op een schommelende boot is zelfs het losvijzen van 6 schroefjes echt niet gemakkelijk). En inderdaad, de impeller was stuk. Bij de nieuwe impeller stak ook een beknopte handleiding die ik nauwgezet volgde om geen fouten te maken. En uiteindelijk, na een uur, was de klus geklaard, zat de nieuwe impeller op zijn plaats en konden we de motor starten. Geen succes, nog geen koeling. Ook niet toen we eerst water in het koelsysteem toevoegden. Geen koeling. Terug motor uit.

Met de huidige wind konden we nu het best richting Syros varen. En intussen tijd genoeg om een oplossing te vinden. Eerst een telefoontje naar de havenmeester. Maar dat was zonder succes. Het enige wat hij wist te zeggen was dat wij zonder motor zijn haven niet mochten binnenvaren wegens te druk ferry verkeer. Geen advies of hulp. OK dan.

In de Navily reviews over Syros gedoken en daar stootte ik op het telefoonnummer van een blijkbaar goede technieker. Veel telefoontjes later bleek dat we best weer verder zouden zeilen naar de baai van Azolimnos, ten zuiden van de haven en daar voor anker zouden gaan. Dan zou de technieker daar eventueel aan boord kunnen komen met behulp van onze dinghy. Het ankermaneuver zonder motor lukte wonderwel, het was gelukkig ook kalm weer. En we hadden alles mee voor een BBQ aan boord. Intussen was het andere bemanningslid genoeg gekalmeerd – oei, zo weinig vertrouwen in haar kapitein – zodat het al bij al nog een gezellige avond werd. En kregen we een telefoon van de mechanieker dat hij morgenochtend samen met een bevriende visser onze boot, voor een zacht prijsje, naar de marina van Syros zou slepen.

Zaterdag 6 juni Azolimnos – Syros (Ermoupolis)
En inderdaad, in tegenstelling tot veel Griekse ervaringen, kwam er zoals afgesproken om 8u30 een vissersbootje de baai ingevaren. Het slepen ging zeer vlot en een half uurtje later lagen we langs zij van één van de kades van de desolate, nooit afgewerkte marina van Ermoupolis, de hoofdstad van Syros (en van de Cycladengroep). De herstelling ging zeer vlot. De impeller, die ik had vervangen, was OK. De waterpomp werkte naar behoren. Maar bij het onderhoud van de motor had de technieker van Asprakis de waterslang niet voldoende hard aangedraaid. Die was dus losgekomen, zodat de waterpomp lucht zoog in plaats van water. Prutsers. Daar zien ze ons nooit meer. Gelukkig viel de kost van slepen en herstellen zeer goed mee. En hadden we tijd om een gezellig klapke te doen met de 80-jarige vader van de technieker die voor hem optreedt als tolk en die nog in vorige tijden in Antwerpen in de haven voor Siemens had gewerkt. Bij het afscheid kregen we zelfs nog 5 pakjes met Grieks snoepgoed mee. Heerlijke mensen.
En zo hadden we nog voldoende tijd om de stad Ermoupolis te bezoeken. Het oude, wondermooie centrum lag op een klein halfuur wandelen van de marina. En we merkten vlug dat Ermoupolis een echte stad was met luidruchtig en zenuwachtig autoverkeer en een zeer drukke ferryhaven. Gelukkig was de historische kern autovrij. We hebben er de hele dag gekuierd in de straatjes, zelfs een beachbar aangedaan, intussen genietend van de alomtegenwoordige zestiende eeuwse Venetiaanse architectuur.
We kozen om ’s avonds te gaan eten in La Maison de Mezze. De weg via Google Maps uitgestippeld. Het was maar 20 minuutjes stappen. Maar Google houdt geen rekening met reliëf. Na 40 minuten en 600 treden later arriveerden we op onze bestemming, prachtig gelegen, (zeer) hoog boven de haven. Super lekker gegeten! Allemaal kleine hapjes voor betrekkelijk weinig geld. Maar terug naar de marina was wel met taxi. Meer dan 20.000 stappen was genoeg voor vandaag.

Zondag 7 juni: Syros – Tinos
Een mooie, zonnige dag en met een halve windse koers het grootste deel van de tocht naar Tinos op zeil. De haven van Tinos is groot, goed uitgerust, gezellig en de ligplaatsen spotgoedkoop. Maar goed ook want er komt alweer een nieuwe Meltemi op ons af. We zouden hier 5 dagen moeten blijven.
De eerste 2 dagen konden we vullen met wandelingen in het stadje. Tinos is een bedevaartsoord, met de mooie klooster Panagia Evangelistria waar een of andere heilige icoon wordt aanbeden. En waar vrouwen op hun knieën de lange reeks trappen beklommen, gelukkig liggen er tapijten. Enfin, zot zijn doe geen zeer, maar hun knieën wel.

Dinsdag 9 en woensdag 10/6 hadden we een auto gehuurd om het boeiende Tinos te verkennen. De foto’s maken duidelijk dat dit Cycladisch eiland nog grotendeels ongerept is gebleven, met nog geen toeristische kaalslag en veel kleine charmante dorpjes. Onze favorieten waren Kardiani en Volax. En in de haven lazen we ’s avonds 40 knopen op onze windmeter.

Donderdag 11/6 was weeral een pechdag. Uit onze kranen kwam geen water. De pas gevulde watertank was leeg. Een lek, geen twijfel aan. Maar toen ik overschakelde op de tweede tank ook geen water! Was de waterpomp oververhit geraakt wegens geen water? Ze was blijkbaar een groot deel van de nacht blijven pompen, maar door onze efficiënte oordoppen hadden we er niets van gehoord. Het was Ann, die in de vroege ochtend was opgestaan, die de pomp had horen zoemen en ze had uitgeschakeld. Eerst met de bilgepomp al het water terug naar buiten gepompt en intussen het andere bemanningslid wat gekalmeerd. Het laatste was moeilijker dan het eerste. Van waterpompen ken ik geen snars. Via de havenmeester een technieker gevonden, die er zeer snel arriveerde. Pomp getest. Pomp gedemonteerd en meegenomen voor revisie. Na een uurtje terug. Pomp was in orde. Gemonteerd. Gestart. Geen water. Gelukkig had ik het vloergedeelte boven de bilge pomp nog niet terug op zijn plaats gelegd. En zag ik het water terug in de bilge stromen! De pomp werkte dus, maar pompte het water rechtstreeks in de boot, en juist de enige plaats in de boot waar ik door tijdsgebrek nog niet naar had gekeken, op zoek naar een lek, bleek de plek van het onheil te zijn. Onder het keukengedeelte was de dichtingsring van de waterleiding losgekomen. In 2 minuten was de klus geklaard en was alles weer OK. En betaalde ik nogmaals een technieker.

In de namiddag , de Meltemi was intussen wat geluwd, met de fietsjes naar het strand. Waar het terug niet verder kwam dan natte voeten. Het zeewater was nog niet warm genoeg naar onze goesting. Verwende nesten !

De Cycladen

Zondag 3 mei Poros (of niet?)
Terug een koude ochtend met nog steeds veel (te veel) wind. En onder het havenpersoneel verwarring alom. Chaos is inderdaad een Grieks woord. Moeten we nu weg of niet. Beste strategie is om niets te vragen, ons van krommenhaas te houden en af te wachten. De helft van de parkerende boten hieven het anker en voeren weg. Wij bleven. Geen reactie uit de haven. En dan gebeurde het totaal onverwachte: de haven liep stilaan weer vol met andere boten, meestal van flottieljes en konden ongestoord aanleggen. En kregen wel te horen dat ze morgen ten laatste tegen 9u terug moesten uitvaren. Geen probleem voor ons. Dat was immers ook ons plan. (En diep van binnen had ik wel gedacht dat het zo ging uitdraaien)

Maandag 4 mei Poros – Lavrio Zonnig Geen wind.
Om 8u de trossen los. We hadden 7u varen voor de boeg. Geen golven onderweg. Maar ook geen wind. Rustig op motor de Saronische Golf doorkruist naar Lavrio, aan de ZO-kant van het vasteland.
We waren eerst van plan om voor anker te gaan in de baai van Kaap Sounion, maar toen we daar rond 14u aankwamen lagen er maar 2 boten.

Terecht, want nu was de wind dan toch wat opgekomen. De zon was wel aanwezig maar had de boel nog niet kunnen opwarmen. We hadden weinig zin om op een schommelende boot koude te lijden. Dus besloten om door te varen, een uurtje verder, naar de Marina van Lavrio (Olympic Marina) waar we door de marinero’s zeer goed werden begeleid naar een ponton om aan te meren. Na de drukte van Poros was de rust hier een verademing.
En ’s avonds prima gegeten in Kaleo, het restaurant van de marina.

Dinsdag 5 mei Lavrio – Olympic Marina
Mooi zonnig weertje. Ideaal voor een nieuwe wasdag. Volgens Navily beschikte de marina over een self-wash. Daarom hadden we deze haven gekozen, alhoewel die aan de dure kant was (57 €/nacht). Maar je kon het raden: geen wasautomaat.
Alternatief snel gevonden: alle was in een reiskoffer en met taxi (5 € / rit) naar het stadje Lavrio, 2km verderop. Waar we passeerden langs de mooie kade waar veel zeilboten waren aangemeerd. Ok, minder luxe maar aan een fractie van de prijs van de marina. En dichtbij de wasserette. Weeral bijgeleerd. Goed voor de volgende keer.
Het wassen en drogen nam toch snel een paar uurtje in beslag. Tijd voor een eerste verkenning van het aangename, horeca-rijke centrum.
En na het wasje en plasje, gaan eten in het restaurant van de vismarkt. Lekker en spotgoedkoop.

Het heeft gesmaakt.
In de latere namiddag terug naar de boot. En van de gelegenheid gebruik gemaakt om te informeren of we hier onze boot in de zomer konden achterlaten. De vijf aanwezige bureaucraten konden geen antwoord geven. Ik moest mijn vraag via mail naar hen sturen. Die Grieken toch.

Woensdag 6 mei Lavrio – Korissia op Kea 16,7 mijl
Onze eerste kennismaking, althans met onze eigen boot, met de Cycladen. Op motor op een rimpelloze zee. Van 9 tot 12u. We treffen een compleet lege haven aan.

Ann maakte zich al ongerust of het misschien verboden zou zijn om aan te meren. Neen dus. En toen we op anker de kade naderden stond Andreas van restaurant Nisos al paraat om ons te helpen bij het aanmeren. En om reclame te maken voor zijn restaurant. Overigens zeer lekker, met een paar originele toetsen, maar relatief prijzig. Hadden we ’s avonds kunnen ondervinden. En gelukkig konden we binnen zitten, want ’s avonds is het buiten nog steeds te koud.

Donderdag 7 mei: Korissia op Kea.

Boot wat gekuist want die had blijkbaar vannacht gediend als openbaar toilet voor de zeemeeuwen. En 34 € havengeld (voor 2 dagen) betaald aan de havenmeester.
Het was aangenaam zonnig tot 25 graden met een beetje wind. Ideaal voor een wandeling naar het wat verder gelegen Vourkari aan de andere kant van de baai. Zo geraakten we vandaag weer aan onze 10.000 stappen. Er lagen daar een 15-tal boten zowel aan de kade, aan een boei of op anker. En de pint op het terras was van de dure kant.
Toen we terugkwamen lag de kade van Korissia quasi volzet. Het was donderdag. En alle in Athene gecharterde boten, moesten vrijdag terug worden afgeleverd. En blijkbaar was Kea dan de ideale laatste tussenstop. In de zomer moet je hier op een donderdag niet zijn.

Vrijdag 8 mei: Korissia op Kea.
We waren van plan om vandaag uit te varen naar Kythnos het volgende eiland zuidwaarts. Maar de wind kwam uit het zuiden en zou ons venijnige windstoten leveren. En het was zeer grijs vanmorgen, er was regen voorzien. Geen zin om vandaag tegen de wind op te boksen. Dus nog een dagje langer op Kea. Boodschapjes, klusjes en de blog wat aanvullen. We waren intussen al terug zeer bedreven geraakt in het ontmeren.
En tegen 16u liet de zon zich weer zien.

Zaterdag 9 mei: Kea naar Merichas (Kythnos).
We hebben vastgesteld dat, in tegenstelling tot vorig jaar, er al heel wat boten onderweg zijn. Als je ergens op een latere namiddag nog een plaats in de haven wilt vinden, loop je het risico dat je toch ergens anders moet gaan ankeren. En luxebeestjes zoals wij willen dergelijke toestanden vermijden. Daarom maken we er een gewoonte van om in onze tochtplanning te voorzien om telkens rond 14u onze bestemming te bereiken.
Vandaag hadden we 22 mijl voor de boeg. Dus vertrokken we om 8u30, met ontbijt op zee wat een gewoonte wordt. Terug alles op motor.
Om 13u konden we aanmeren. Er was plaats. Merichas is een klein vissershaventje, (met plaats voor een 10-tal passanten) waar de vissers nog elke ochtend hun vangst verkopen in een klein, overdekt “vismarktje” aan de haven. Als je ziet hoe beperkt die vangst is en de verkoopprijzen laag (niet in de restaurants) dan vraag je je toch af hoe ze hiervan kunnen leven. Europa?
Het plaatsje heeft zijn charme bewaard alhoewel ook hier de horeca wellicht de grootste werkgever is geworden.

10 mei Moederdag in Merichas. Zonnig.
3 bakkers bezocht, maar de beloofde croissants kon ik Ann niet presenteren. Maar we maakten er het beste van. En op de middag konden we één van de twee flessen champagne, meegebracht uit België, kraken. En ik had uitgebreide hapjes voorzien. Meer moet dat niet zijn.


We hadden een mooie wandeling gepland, naar één van de mooie baaitjes wat verderop. Niet om te zwemmen weliswaar, want watertemperatuur bedroeg amper 20 graden. En dat had ook zijn gevolgen. Want de strandbar, volgens Googlemaps geopend, was nog potdicht. Er waren inderdaad geen zwemmers. En drinkwater hadden we ook niet mee. Eens terug in de haven hebben we zelden zo een lekkere pint gedronken.
Voor moederdag hadden we een studie gemaakt van alle restaurants in de haven en er uiteindelijk Byzantio uitgepikt. Teleurstelling: ondermaatse eten, we hadden nochtans op geen euro gekeken, en barslechte bediening. Foei Tripadvisor.

11 mei: Rondrit op Kythnos met huurauto.
Tijd om eens het eiland en zijn binnenland te verkennen. Hier in de cycladen heet in elk eiland de hoofdstad (of hoofddorp) Chora. Het Chora van Kythnos was prachtig. Witte huisjes in kubusvorm met meestal blauwe ramen en deuren. Smalle straatjes in een wirwar-patroon waarin je onmiddellijk verdwaalt. De Cycladen op zijn best.
De volgende stop, Loutra, was een beetje teleurstellend. Het kleine haventje miste de charme van Merichas. En daarenboven ontsierd door een groot hotel dat al 30 jaar gesloten was en het volledige uitzicht verknalde.
Een wandeling langs de rotsachtige kust leverde wel een aangename verrassing op. Er was daar een prachtig gelegen restaurant dat boven de baai uittorende. Maar het ging pas binnen een uur open.
Op ons schuchter verzoek kregen we wel een positieve respons. Ze gingen eens kijken of de kok wat vroeger kon starten. Geen probleem. En het smaakte heerlijk.
Dan verder gereden naar Driopida, dorpje hoog in de bergen. Weeral op en top Cycladen, een wit dorpje, pure authenticiteit, slaperig in de warme namiddag. Nauwelijks een levende ziel, tenzij die van de alomtegenwoordige poezen.
De laatste stop was Kanala, een badplaatsje in het Zuiden van het eiland, dat ook nog wachte op warmer zwemwater. Desolaat. Toch een taberna van de locals gevonden om onze dorst te lessen.

12 mei: Van Kythnos naar Serifos.
25 mijl te gaan, met gunstige wind waardoor we een groot deel konden zeilen. Maar toen begon de wind toch echt te hevig te worden. Uiteindelijk voor het laatste deel eerst willen reven, maar toen één van de touwen vast kwam te zitten dan maar het zeil volledig naar beneden en de motor deed opnieuw zijn werk.

13 mei Serifos (Livadhi)
Een dagje pauzeren. En de moeite waard. Want de Chora boven de haven is wondermooi. Een busritje van een kwartier en we waren daar, iets na 11u. Tijd genoeg om het hele Cycladisch pareltje te verkennen en een zalig terrasje. Gelukkig tegen de muur in de schaduw want op het hele centrumpleintje was er geen parasol te bespeuren. Misschien (en terecht) omdat deze de charme van het geheel zouden ontsieren? En in juli hebben we ’tijd’ tijd. De eerste bus terug naar beneden was er om 16u. We besloten om niet in de Chora te eten maar om een taxi te vragen. Kost van de taxi lag veel lager dan de prijs van een lunch. Daarenboven waren de meeste restaurants nog dicht. We blijven toch naar onzen portemonnee kijken.

14 mei Serifos – Platia Gialos op Siphnos
Terug een mooie zonnige dag, tot 25 graden. En er was geen wind om die warmte weg te waaien of om in onze zeilen te blazen. Dus, 21 mijl op motor naar dit kleine maar toch ietwat mondain haventje. Een wandeling langs de horecazaken deed ons besluiten dat het vanavond spaghetti van de chef aan boord zal zijn.

15 mei Siphnos – Kimolos (Psathi)
Siphnos heeft dan wel chique restaurants, maar geen bakker. Gelukkig hadden we nog joghourt als ontbijt. En om 9u de haven uit voor een tochtje van 12 mijl naar Kimolos. Een klein haventje met weinig faciliteiten en blijkbaar ontsnapt aan de aandacht van de charterboten. We waren de enige boot. Met wat moeite, en met hulp van een vrachtwagenchauffeur, konden we langszij aanleggen. Pas toen we goed vastlagen zagen we dat die chauffeur niet alleen was. En aan de andere…kant van de pier lag een roestig vrachtscheepje, volgeladen met grind. En ze begonnen nog maar juist die lading grind over te hevelen naar een rij vrachtwagens, die één voor één hun opwachting deden op de kade, naast ons. De boot had een kraan aan dek die het grind oppikte uit het ruim en loste in de bak van de vrachtwagen. Met telkens een enorme hoeveelheid stof. En de wind zat perfect: al het stof kwam over de haven en dus ook over, op en in onze boot.
We zijn niet lang in de boot gebleven. Er was één horecazaak open. Liever daar een klein hapje eten als lunch dan stof te moeten slikken. Zeer vriendelijke mensen. Maar hun kaart was erg beperkt. Moussaka hadden ze niet, maar op onze vraag zouden ze die voor de avond wel voor ons willen klaar maken. Okay. In de namiddag een wandeling van 20 minuutjes naar de kleine maar zeer karaktervolle Chora. Water hadden we (weeral) niet mee. En de paar café-restaurants gingen pas ’s avonds open. Maar op het eind van onze ontdekkingstocht stootten we toch op een oude taverne, gericht op locals, die ons nog een pint kon serveren. En wat bleek: het was de eigenaar van de “The Wave”, het restaurantje in de haven waar we moussaka hadden gereserveerd.
En ’s avonds had die moussaka in “The Wave” (de originele Griekse naam heb ik niet genoteerd) goddelijk. Nog nooit zo een lekkere gegeten. En met super vriendelijke bediening. Griekenland op zijn best.

16 mei Kimolos – Adamantas Harbour (Milos)
Een tochtje van 14 mijl, een deel op zeil, waarbij we langs het de kust vaarden, al een eerste kennismaking maakten met dit mooie eiland. Volgens velen het eiland met de mooiste natuur van de Cycladen.
Iets over de middag bereikten we de haven. Havenmeester opgeroepen via marifoon en via telefoon. Geen antwoord. Ook langs de kades niemand die naar ons zwaaide om instructies te geven. Geen idee waar we of niet mochten / konden aanmeren. We volgden dan maar een andere zeilboot, met buitenlandse vlag. Blijkbaar een zeilinstructieboot. Die zouden het wel weten. Intussen was er een ferme wind opgestoken. In de Cycladen beginnen we dat gewoon te worden. En die legden aan aan een kade met mooring lines. En hadden het daar knap lastig mee. Een boot met 6 jonge mannen, waarvan toch een paar professionelen en als het al voor hen moeilijk was, wat dan voor ons ?
Na een derde poging lagen die aan de kade. Wij dan maar onze boot langs de hunne aangelegd. Althans, dat was de bedoeling. Mijn stille hoop dat ze ons een serieus handje gingen toesteken werd bewaarheid. Toen we de mooringlijn van achter de boot vanaf de kade, naar de voorsteven moesten trekken om hem daar vast te leggen, liep het mis. De boot kreeg weer een zijdelingse windstoot, die hem wegduwde van onze buurman en van de mooringlijn. Dan maar de boegschroef in volle kracht om de boot terug recht te krijgen. Dat lukte, maar een stuk van de mooringlijn zat in de boegschroef. Gelukkig was er nog genoeg touw over om ons vast te leggen. Maar daar lagen we dan. En toen kwam plots de havenmeester opduiken. Wellicht juist terug van zijn middagdutje. This is private mooring. You have to move immediately or I call the Port Police. Leuke ontvangst. Hem duidelijk gemaakt dat ik niet kon “moven”, want we hingen met de mooringline in onze boegschroef vast aan de kade. Hij gaf een duiker geroepen, wilt ons 150 € zou kosten. Wij niet akkoord. Weer gepalaver. Intussen kregen we gezelschap van een paar andere Grieken, die inderdaad met hun deze kade bezetten. En één van hen was bereid om, voor 50 €, in het koude woelige water te duiken om te proberen het touw los te maken. Klus geklaard in 2 minuten. En nu moesten we naar de tegenoverliggende kade varen en ons daar aanleggen. Ondanks de strakke wind. OK dan maar. Touwen los en weg. Maar toen een volgend klein probleempje! Het zit zo. Om de boot in een al dan niet woelige haven of ankerplaats stabiel te houden kun je het stuurwiel vastzetten met een grote schroef. De onze had het laatste jaar serieus gemankeerd, en ik had die laten repareren. Toegegeven, ik moest die blokkade vóór het uitvaren hebben losgemaakt. Maar tot nu toe was dat steeds een fluitje van een cent geweest. Tot nu. Ik kreeg de blokkade niet vrij, wegens zelf te stevig aangedraaid. Zo was de boot een moment stuurloos en werd hij door de wind tegen de andere boten geduwd. Dit kon ik alleen niet aan: de boten beschermen en afduwen en tegelijk proberen het roer te deblokkeren. Het andere bemanningslid was te veel in paniek om hier nuttig te zijn. Gelukkig sprong een buurman op onze boot en met tweeën kregen we hem terug op koers zonder schade te berokkenen. En konden we eindelijk veilig aanleggen. Het was genoeg voor vandaag.

Wij lagen aan de kade op 200 meter van de
ferrypier. En elke aankomst en vertrek van een ferry ging gepaard met heel wat deining, die onze boot heen en weer deed schommelen. En er waren veel ferries !
Milos is een mooi eiland de haven omgeving is aantrekkelijk maar de ligplaatsen
zijn een nachtmerrie. En de gratis harde muziekcdie we iedere avond en nacht meekregen van dtegenover onze boot gelegen nachtclub maakte het er niet beter op. Gelukkig hadden we onze voortreffelijke
oordoppies.

17-20 mei – Milos (Adamandas haven)
De eerste nacht had het geregend. Niet veel, maar die regen kwam uit het Zuidwesten. Saharazand!
Dus begonnen met onze boot te kuisen.
Mede gezien de weersomstandigheden besloten we om, ondanks de oncomfortabele ligplaats, 4 dagen te blijven, om de pracht van het eiland te ontdekken.
En om de was te doen.
We huurden een autootje voor 2 dagen. 
Genoeg om het hele eiland te verkennen, althans de highlights.
Dag 1.
Baai van Sarakiniko met zijn door de  wind en de zee uitgesleten grillige rotsformaties
en kreekjes.
Mandrakia, klein vroeger vissersdorpje waar de vissers hun boten “parkeerden” in garages onder hun aan de waterkant gelegen huisjes (nu meestal in gebruik als vakantieverblijf). En een prachtig gelegen taverna Medusa met zicht op zee, het haventje en de klippen.
Plaka, de hoofdstad, prachtig Cycladisch stadje op een heuveltop, maar uiteraard zeer toeristisch. En lekkere restaurants (“Archontoula” is een aanrader). Beneden het stadje, dicht bij het schilderachtige
vissersdorpje Klima, lag nog een goedbewaard deel van een groot Romeins amfiteather.
Tot slot nog Pollonia een vissersdorp zonder vissers maar met een kade volgezet met restaurants.
Dag 2.
Nu was het Oosten en Zuiden aan de beurt.
Geen bezienswaardige dorpjes, maar zeer mooie stranden. We zagen Firiplaka, Provatas (waar we een pilsje dronken in de enige horecazaak, de strandbar van het 5-sterren hotel Milos Beach, en er 18€ kwijt waren) en Paliochori, met zijn hippe bars en stranden. Het was echter nog steeds te koud
(watertemperatuur 21 graden) om te zwemmen. Enkel onze voeten werden nat.


21 mei Milos – Sifnos (voor anker)

25 mijl op motor. Pas tegen het einde begon de wind plots aan te wakkeren. Zo hevig dat we na 3 mislukte pogingen om aan te meren, noodgedwongen de haven moesten verlaten en voor anker gingen in de overigens goed beschutte baai. En voor de eerste keer
onze dinghy gebruikt om naar het strand te varen.
Morgen zouden we naar Paros varen. Volgens Navily zouden we daar een plaats kunnen reserveren. Contact met de supervriendelijke en accurate havenmeester Jason. Spijtig
genoeg lag de haven vrijdag, wegens de vele 
charterboten, vol. We konden nog een dag langer in Sifnos blijven liggen, ofwel morgen voor anker gaan in Paros. Zaterdag zou de havenmeester wel een ligplaats
kunnen regelen. Gezien er een Meltemi was voorspeld vanaf zondag, die minstens 3 dagen zou aanhouden, vroegen we een reservatie ten minste tot woensdag. Maar Jason had voorlopig enkel plaats tot dinsdag. Ik zag ons echter toch niet met 6-7 Beaufort dinsdag
de haven verlaten om terug voor anker te gaan.
We zouden wel zien.

22 mei: Sifnos – Paros (voor anker)

Terug 25 mijl, maar nu wel een groot deel op zeil.
In de vroege namiddag in de baai van Paros,
na 2 mislukte pogingen, voor anker gegaan.
De wind was verder aangetrokken, maar het was zonnig en de baai van Paros was goed beschut voor een noordenwind. We bleven aan boord. Morgen zouden we genoeg tijd hebben om Paros te verkennen, vanuit de haven.
We hebben goed geslapen.

23 mei Paros (Marina)

We hadden dus geboekt voor zaterdag.
Maar sinds vannacht en tot de middag vandaag had het (goed) geregend. En de charter boten, die nu in de haven lagen en zo alles bezet hielden moesten eerst gekuist worden, voordat ze door de nieuwe huurders konden worden betrokken en die konden
uitvaren (en zo plaats maken voor alle boten, die zoals wij, nog wachtende voor anker lagen) En blijkbaar waren er ook duikers actief in de haven. Dus wachten in de boot, voor anker. Zoals altijd hadden we meer dan voldoende proviand. Verhongeren zouden we zeker niet. En rond 16u kregen we eindelijk de oproep van Jason, de havenmeester, dat we konden binnenvaren en aanmeren. Probleemloos. En intussen begon de zon te schijnen. De boot in orde gebracht, eerste verkenning van het stadje Parikia en gaan eten in het restaurant Bountaraki, juist buiten de toeristische drukte. We zaten nog in het van de wind beschutte terras. ’s Avonds buiten zitten op een terrasje zat er nog altijd niet in. Het eten was heerlijk en betaalbaar.

24-27 mei Parikia op Paros.
De voorspellingen zijn accuraat gebleken: we hadden gedurende 3 dagen een Meltemi. Die trekt zich blijkbaar niets aan van het seizoen, want normaal komt hij maar zijn kop opsteken in juni om pas vanaf juli tot begin september met volle kracht te blazen. Gelukkig lagen we in Parikia zeer goed beschut. En het weer begon stilaan toch een meer zomers karakter te tonen. Enkel die vervelende wind nog.
En in Parikia zouden we ons zeker niet vervelen. Ik had in 1980 voor de eerste keer kennis gemaakt met Paros, op een reis “Greece in Jeans” met mijn vriend Pascal. Toen al toeristisch, maar toen zagen we nog de wijnboeren met ezels hun druiven zien aanvoeren waar ze in een druivenpers werden gegooid om er een, toen nog, bedenkelijke, wijn van te maken. Nu waren de grootste ezels de toeristen die in drommen uit de veerboten werden gestort en zich over het eiland verspreidden. En zich wellicht ergerden dat het water nog koud was en het door de harde wind zwemmen in het mooie blauwe water geen optie was. Maar wij genoten.En de binnenstad bleef toch superaantrekkelijk.
En wandelingen langs het strand (met éénmaal in het water tot aan de knieën) werden besloten met een drankje aan een beachbar met zicht op rozerode lichamen die wellicht een melanoom op hun conto konden schrijven. We hebben ook meegedaan aan het eilandtoerisme en een ticket gekocht voor een retourtje naar het buureiland Antiparos. Op zich al spectaculair hoe dat toeristenbootje door de golven sneed. In het doorgaan namen we plaats op het bovendek en moesten we onze stoel afdrogen, en in het terugkeren, met wind en golven op kop, moest iedereen binnen op het benedendek blijven, op straffe van een kletsnat pak.

Antiparos was voor ons een ontdekking. Een klein Cycladisch vissersdorpje, maar ook hier volledig door de toeristenindustrie ingenomen, gelukkig met behoud van zijn charmes. En een aantal lekkere restaurants. Hier komen we nog terug.

28 mei Paros – Antiparos
En inderdaad, de dag dat we konden uitvaren was onze bestemming Antiparos. Waar we aan de kade aanmeerden en een half uur later ons moesten verontschuldigen bij een nijdige havenmeester, omdat we ons niet hadden aangemeld. Uiteindelijk kregen we zijn zegen om één nacht te blijven. Blijkbaar diende de kade voornamelijk voor het aanmeren van superjachten (beter voor de plaatselijke horeca dan ons armoezaaiersbootje). Maar zo hadden we nu volop tijd om het prachtige dorpje te verkennen (en voor onze kleinzoon Robin een T-shirtje te kopen met een giraf erop, zijn lievelingsdier).

29-30 mei Antiparos (Agios Georgios)
Er was, weeral, harde wind voorspeld. Met zoek- en speurwerk, dankzij onze pilot en Navily, zag ik dat de baai Agios Georgios in het zuiden van Antiparos, goede beschutting gaf. Met de stevige wind in de poep voeren we naar die plek. Inderdaad een zeer mooie en goed beschutte ankerplaats. Helderblauw water. Uitzicht op de resten van een Griekse tempel aan de ene kant op een onbewoond eiland, en op een deel nieuwbouw en bouwwerven aan de andere kant. Moeten ze daar echt elk mooi plekje verkloten? Al die bebouwing gaf wel de nodige klandizie voor 2 restaurants aan de waterkant. 5 € te betalen om aan hun kade aan te leggen. En de prijs die we hebben betaald voor een overigens zeer lekkere vis zal ik hier niet vermelden.
Maar wel 2 rustige superrustige nachten, ondanks de wind, die ’s avonds wel afnam, doorgebracht.

31 mei Antiparos – Naoussa
De wind was gaan liggen. En het begon nu echt warm te worden. We hadden een ligplaats kunnen reserveren in Naoussa, een haventje in het noorden van Paros, met St-Tropez allures. Ons klein bootje stak weer af tegenover de superjachten, die daar lagen. Maar het was er dan ook wondermooi. Een postkaart. Schoonheid trekt volk aan , véél volk. En dus had de horeca elk vrij plaatsje ingepalmd om er stoelen en tafels neer te poten.
Ik was in 1980 al eens naar Naoussa geweest. Thuis zal ik eens die oude foto’s opzoeken om de vergelijking met het heden te maken. Dit zal spectaculair zijn.
Het restaurant Yemeni, gelegen in één van de straatjes, was relatief duur maar serveerde wel voortreffelijke kost.

p

2026: Een nieuw seizoen, nieuwe eilanden, nieuwe avonturen.

17/4
8u15 -> Zaventem / Vlucht naar Aegina 11u15. Uiteindelijk opgestegen om 11u30 en geland om 15u30 (Griekse tijd). Om 16u met bagage in taxi. Om 17u in Piraeus. Juist op tijd voor ferry van 17u10 . Aangekomen in Aegina 18u30. Eerst naar hotel, dan ons eerste terrasje bij Miauzo.
Nog grijs weer ca 17°. Lekker gegeten bij Petra’s.

18/4
Aegina Boatyard Afspraak / Huurauto Opel Corsa .
We zagen dat onze hagelwitte Arwen oranje was uitgeslagen. Dat verdomde Saharazand! De hele dag (dus 9u-17u) in de weer met spuit en borstel om hem weer proper te krijgen. Met picknick aan boord. Zalige zonneschijn 22°. Veel wind (18 kn). Diner in Karafakia : Ouzo met Tzatziki, gegrillde sardien en Calamari. Lekker.
Op aanraden van de hoteleigenaar Vasilis om 21u naar muziekcafé Proka voor een jazzavond met blijkbaar één van de beste pianisten van Griekenland.

Mooi en leuk. Het was 23u30 toen we terug naar het hotel trokken.

19/4
Aegina Boatyard.
3 u gewerkt in de VM. Lichte lunch in het restaurant dichtbij de bootwerf. Dan nog 2 u gewerkt. Romp v. boot gekuist, alle inox gepolijst (Ann). 1/3 van de romp gewaxt. Dan terrasje aan haven.
Douche / Tips voor restaurants gevraagd aan Vagelis. Pelaisos aan de kade dichtbij de vismarkt was er één van. Super lekker gegeten : gegrillde dorade was fantastisch. De cod fish van Ann was iets.
Afsluiting nog glaasje wijn in bar Tartugo .

20/4
Aegina Boatyard Zonnig 24° weinig wind.
Boot romp + kuip geboend. Toch nog een 4 u werk. Picknick aan boord. ’s Avonds afscheid genomen van Petra’s . Super lekker diner.

21/4
Aegina Boatyard Zonnig 24°.
Boodschappen in grote Kritikos. Dan in marine winkel fenders laten opblazen, 2 nieuwe hoezen en nieuwe meertouwen gekocht. Die zien hier serieus af van de betonnen kades, waarop ze schuren, zodat we er bijna ieder jaar wel een paar moeten vervangen.
Boot klaar voor launching. Diner in Ouzeri Skotadis.

Calamar grillés. Red Mullet. Lekker maar duur.
Dan nog maar liever Pelagos.

  • ondanks onze vraag hadden ze de dieselmeter niet gecheckt. .
  • de boegschroef was invers ingesteld. Rood was stuurboord en groen bakboord. Wel niet handig, de eerste keer dat we moesten aanmeren
  • water onder motorblok: mecanicien was vlug ter plaatse, corrigeerde tegelijk de boegschroef en. Stelde vast dat water niet van de motor kwam, maar van de schroefas dichting? (nochtans vernieuwd vorig jaar in Monemvasia). Oplossing: Eerst opvullen met vet, testen en als dat niet helpt nieuwe schroefasdichting.

    Ook nog aan boot gewerkt, (tender opblazen en in het water gegooid, buiskap gemonteerd en Ann heeft haar wasje gedaan.
    We hebben de boot niet verlaten, tenzij om ons havengeld te betalen aan de passerende havenmeesteres en electriciteit en water aan te schakelen.
    ’s Avonds spaghetti Matriciana klaargemaakt . (We hadden van voorbije skivakantie 3 stukken Tirools spek meegebracht).

23/4 Aegina haven
Vandaag grijs weer. En koud.
In plaats van uit te varen dan toch propeller getest in de haven.
Blijkt te kloppen dat hij er nieuwe dichting moet komen. Mecanicien gebeld. Uiteraard had hij geen dichting van Volvo in stock, en moest die bestellen. Die zou hij morgen ontvangen en zou dan onmiddellijk naar de haven komen om de oude te vervangen.

In de namiddag grootzeil geplaatst (2 uur werk).
’s Morgens had ik in de vismijn mosselen gescoord.
Niet geaarzeld, want je kan die niet veel vinden in Griekenland. ’s Avonds was dat dus een Belgisch mosselfestijn.

24/4 Aegina haven Zonnig 24°
Met uitzondering van enkele boodschappen (en een terrasje)
op de boot gebleven en de rust opgezocht. Want we bleven stand-by, wachtend op de komst van de mecanicien. Die arriveerde uiteindelijk rond 17u en nogal grumpy. Blijkbaar iets te druk voor hem. Enfin, in een halfuurtje tijd had hij een nieuwe schroefasdichting aangebracht.
De cowboy-werkwijze in Monemvasia, waar die gast in het tamelijk koude water moest
duiken, kwam hier niet van pas. En de klus was geklaard. De dieselmeter was echter een ander verhaal; er moet een nieuwe vlotter komen en die moest……..nog besteld worden. En het was vrijdagavond. Dus ten
vroegste maandag bestellen en dinsdag leveren en plaatsen. Fini ons plan om zaterdag uit te varen. Wij waren dus nog niet weg van Aegina. Dan er maar het beste van maken, te beginnen met opgevulde aubergines vanavond. En intussen nu en dan een
klapke met Patrick, een Antwerpenaar die alleen zeilt op zijn boot, en die vroeger op luxejachten als bemanning 20 jaar heeft gevaren, en dan naar Oostenrijk is verhuisd
waar hij ook al 18 jaar woont en daar in de snowboardbusiness zit.

25/4 Aegina haven Zomers warm 25°
Nog wat kleine klusjes. Wandelen. Boodschappen. Terrasjes. En ’s avonds spaghetti saus gemaakt.
Rustig genieten.

26/4 Aegina haven Zomers weer 25°
Terug rustig genieten. In de namiddag gewandeld.
Teruggekeerd zagen we dat onze boot tegen de kade hing, gelukkig beschermd door onze 2 bolfenders aan de achtersteven. Een snoodaard had ons anker uitgerukt ! Dankzij onze, intussen jarenlange ervaring (toch iets waar we mee kunnen stoefen) was het een fluitje van een cent om uit te varen, het anker binnen te halen en opnieuw uit te werpen en terug aan te meren. ‘s Avonds smaakte onze biefstuk – friet ( in dat geval met gebakken paratjes) overheerlijk.’s

27/4 Marina haven . Zomerswarm 25° wolken in namiddag
Ann heeft een wasje gedaan. Nieuwe kledij gekocht. Afscheid genomen van Patrick. We gaan hem toch missen. Elke dag een klapke, wat zeil- en wat levenswijsheid. Ik denk dat hij in elke haven wel zijn weg en zijn klapke vindt. Alleen zou ik dat toch niet kunnen.

En voor het eerst de kuip overspannen met onze schaduwdoek. We zaten volledig in het ritme van het langzaam voortdoen, genieten van de kleine dingetjes en vanavond van een spaghetti carbonara. En de mechanieker vragen of hij morgen wel zal komen.

jDinsdag 28/4 Aegina
Een strontdag. Het weer was nochtans mooi. De stemming zat er in. Maar het toilet was geblokkeerd. En Asprakis had toch bevestigd dat ze het hadden gereviseerd (en aangerekend). Telefoontje naar de werf. En een half uurtje later kwam er een andere technieker opgedaagd. Blijkbaar totaal onvoorbereid want hij vroeg waarvoor we hem nodig hadden. Erg enthousiast was hij niet met ons antwoord. Maar enfin, hij dook in de badkamer en begon alles te demonteren.
Er zat er een reukje aan. Na een klein uurtje kon hij zijn handen wassen en wist hij te vertellen dat het binnenwerk van de doorspoeling moest vernieuwd worden. Hij had een set in voorraad en zou die in de namiddag komen vervangen.
Zo hadden wij tijd om, met handschoenen aan, de strontboel in de badkamer op te ruimen en te ontgeuren. Leuk is anders.
De man was van zijn woord en rond 14u30 hadden we terug een perfect werkend toilet.
Ook van zijn woord, weliswaar wat laat, was de technieker met de dieselmotor. Die klaarde de klus in de vroege avond. En zo geraakten we toch zeilklaar.
’s Avonds nog eenmaal lekker gaan eten. In Pelagios kozen we nu beiden voor de gegrilde dorade.

Woensdag 29/4 Aegina – Poros 16,5 nM cumul 21 mijl

Eindelijk konden we vertrekken. Onze bestemming was Poros. Er was immers een Meltemi verwacht eind deze week. Niet het moment om een oversteek in volle zee te maken. En in onze Pilot lazen we dat Poros voldoende beschutting bood. De week daarna, wellicht vanaf maandag, zou de wind terug gunstig staan.

Om 8u30 verlieten we Aegina en ontbeten we op zee. Rond 10u30 voldoende wind om de zeilen te hijsen. Pech! Ondanks alle zorgvuldigheid zat er toch nog een cunningham lijn verkeerd waardoor we het zeil terug moesten strijken. Dus verder op motor. Juist vóór Poros hoorden we plotseling een klap in onze boot en verminderde de snelheid drastisch. Oeps. Toch geen propeller verloren? Checken en nee, de boot reageert noch op de versnelling in achteruit. Eens de schroefas checken of er daar iets mis mee was. Ze hadden er immers aan gewerkt en je weet dus nooit. Maar ook dat zag er OK uit. Dus maar rustig verder doen. En misschien lukt het om langzaam aan te meren.

Toen we de steven wendden om achteruit naar de kade varen floepte er plots een grote houten balk vanonder de boot. Die zat waarschijnlijk half onder water toen we erover voeren en daarom niet hadden gezien. Door te draaien was die balk, die dus onze schroef deels blokkeerde, terug vrijgekomen. Dus geen paniek. Probleemloos aangemeerd. De havenbeambte (een halve bitch) was er vlug bij om te komen incasseren. We vroegen een ligplaats tot maandag, gezien de weersverwachtingen. MAAR we konden pas reserveren tot zondag. Dan moeten, volgens de instructies, alle boten weg van de kade om plaats te maken voor de jaarlijkse bootshow. Horror.

Maar we gaan wel zien. Want we zijn hier in Griekenland en daar staat het woord “instructies” altijd tussen aanhalingstekens.

Donderdag 30/4 – Zondag 3/5 Poros
Poros kennen we intussen al zeer goed. Al 2 keer zijn we er geweest tijdens zeilvakanties met de kids, met mooie herinneringen. En ook vorig jaar zijn we er twee keer aangemeerd. Maar het blijft een fascinerend stadje dat vanaf een heuvel op het schiereiland boven de zee torent. En we hadden een aantal dagen om het nog verder te verkennen.

De dag erop, donderdag, na de nodige boodschappen en karweitjes, eens de watertaxi genomen naar het dorpje Galatas, aan de overkant van de nauwe zeestraat. Een mooie zonnige wandeling. Maar veel was er niet te zien. Dat weten we nu ook weer.

Vrijdag kwam dan die storm opzetten. De schaduwdoek, die ons gisteren nog moest beschermen voor de zon, mocht er af. De temperatuur nam al een flinke duik van 24° naar 18°. Toch nog doenbaar om in de namiddag een wandelingetje te maken naar de Russian Bay, waar we gelukkig een hotel vonden met bar dat al open was. We moesten wel binnen zitten, want de opkomende wind leverde een gevoelstemperatuur op van 7 graden. Brrr.

En toen we terug stapten naar de boot begon het goed te regenen. En zeggen dat het daar in België op 1 mei 25 graden warm is.

Zaterdag was het nog frisser én ook regenachtig. Gelukkig hadden we onze luchtdroger, die ook warme lucht opleverde, want ’s morgens was het in de kajuit amper 14 graden. Nogmaals BRRR. Maar in de namiddag kwam de zon terug. De wind bleef echter gieren, gelukkig gaf Poros inderdaad voldoende bescherming. Maar van uitvaren was er geen sprake. En intussen waren op de kade de werkzaamheden voor de opbouw van de bootshow in volle gang. Moesten wel stevige tenten zijn, die deze wind konden doorstaan . We zullen zien wat er morgen zal gebeuren.

31/8 – 8/9: Rethymnon – Chania.

Op 31/8 landden we op Heraklion, en met taxirit van 1 uur terug op de boot in Rethymnon. Buiten een dikke laag stof was alles OK. Geen verrassingen. Op 2/9 verwachtten we hoog bezoek: vorig jaar waren de zus van Ann, Christien, met haar man Frank op bezoek geweest in Korfoe. Nu zouden ze een 10-tal dagen in Rethymnon op hotel verblijven. Ik had een auto voo 3 dagen gehuurd, zodat we hen op 2/9 op de luchthaven konden ophalen, en dan nog 2 dagen een paar bezienswaardigheden konden bezoeken. Gezien ze maar in de avond zouden landen, hadden we tijd genoeg om vooraf Heraklion te bezoeken. In feite hadden we teveel tijd, want Heraklion heeft slechts een beperkte bezienswaardige binnenstad, die we rap hadden gezien. Dan maar veel rondgeslenterd en terrasjes gedaan.
‘s Avonds geboekt in To Pigadi in Rethymnon.
De volgende dag stonden het klooster van Arkadi en een zwembeurt in Bali op het programma. Het was nog steeds heet in Kreta, met temperaturen boven dertig graden.
En ondanks deze hitte planden we toch een bezoek aan Phaestos voor de dag erna.

Rethymnon – Rethymnon

Na de leuke communie, respectievelijk bloeifeest van Arthur en Leo, reden waarom we tussendoor naar België zijn gevlogen, arriveerden we op 28/5 terug in Rethymnon. De storm, die was opgekomen bij ons vertrek, had nog verder gewoed. De boot lag veilig, en in tegenstelling tot Zakynthos, had hij geen schade opgelopen. Maar…….de storm was gepaard gegaan met heel wat regen. En geen normale regen. De bui had zijn passage via de Sahara gemaakt, en daar veel saharazand opgezogen. Wat dan voor een deel op onze boot was aanbeland. De witte blinkende boot die we hadden achtergelaten, was nu een dof oranje schepsel. Twee dagen hebben we er aan gepoetst.


En dan klaar voor een volgende etappe. Maar toch eerst nog eens de omgeving hier verkennen. De wind zat toch niet goed.
Rethymnon is een mooie haven, en zeer beschut. Ideaal om hier een paar dagen te blijven.
En het oude stadsgedeelte is echt de moeite waard.


Alhoewel Chania onze favoriet bleef, was het hier ook leuk om te wandelen door de doolhof van straatjes, een terrasje aan de oude haven, en ‘s avonds lekker te eten. Onze zoektocht, met behulp van de groene Michelingids, leverde ons een paar juweeltjes op: To Pigadi en To Parastratima.

Het gezellige en lekkere To Parastratima

Ook Evanthia kunnen we aanraden. Castelo was een mindere ervaring, wegens teveel een (weliswaar lekkere) eetfabriek. Zoals ge ziet hebben we tijd gehad om restaurants te beoordelen, en dit ondanks het feit dat de bemanning voornamelijk aan boord moest eten wat de kok van dienst hen voorschotelde. We zijn dus langgggg in Rethymnon gebleven. Om eerlijk te zijn: we zijn er nu, dd 29/6, nog altijd 😱.

We hebben immers ontdekt dat Kreta geen ideaal zeilgebied is. Je hebt maar 3 echt bruikbare havens aan de noordzijde (de zuidkant van het eiland is echt niet comfortabel om er te zeilen). Chania is Ok, hadden we al gedaan, maar nogal woelig bij , frequent terugkerend, stormweer. Rethymnon is super, goed beschut voor alle winden. En dan nog Agios Nikolaos, zeer winderig, maar de boten liggen daar veilig. Heraklion heeft nauwelijks faciliteiten voor passerende zeilboten en wordt door iedereen gemeden. Dus was ons volgend doel Agios Nikolaos. We hadden er zelfs een reservatie voor een zomerberging, op het land. Alleen, het is nogal hevig op de tocht naar Agios, met slechts 1 tussenstop mogelijk, het eiland Dia gelegen te noorden van Heraklion, waar je met de heersende Noordwestelijke winden, beschut voor anker kan gaan. Eén probleem: de ambtenaren, want de “marina” van Agios Nikolaos wordt door de gemeente uitgebaat, waren echt niet flexibel . Ik had een standplaats op het droge vanaf 1/7, dat was OK. Maar om vooraf nog een ligplaats in de haven zelf te krijgen, dat was niet evident. “Bel of mail later terug” . “No disponibility”. En zo lang wij geen ligplaats konden bekomen in de marina had het geen zin om daar naar toe te varen. Door de heersende (storm) winden was het sowieso al niet evident om een window te vinden, waar het minder woei. En zonder ligplaats zouden we voor anker moeten gaan in de baai van Elounda, dicht bij Agios, waar we ook geen mogelijkheid hadden om water bij te tanken. En ik wist niet hoe woelig het kon zijn, voor anker, bij weeral een doortocht van de Meltemi. Echt aangenaam zeker niet.
Enfin, om een lang verhaal kort te maken, wij hebben uiteindelijk al onze charmes gebruikt om van de , evenzozeer ,ambtenaren van de haven van Rethymnon toelating te krijgen om onze boot hier achter te laten voor de zomer. Toch nog 1 voordeel: Ons voorschot voor Agios waren we kwijt, maar het liggeld is hier in Rethymnon zo laag, dat we uiteindelijk nog een goed stuk goedkoper af zijn.
We hebben 2 keer een auto gehuurd: de eerste keer om de westkant van Kreta te bezoeken, van 1 tot 4 juni, en de tweede keer, toen we het hadden opgegeven om naar Agios Nikolaos te varen, van 22 tot 27 juni, om de oostkant te verkennen.

Korte samenvatting van de eerste trip:

dag 1 (1/6): Patsos, met een mooie wandeling door de kloof van Agios Antonios, langs een bergbeek, tussen de rotsen.

Vervolgens een bezoek aan het verlaten klooster van Moni Assomatom. Eens een groot klooster, waar in de eerste helft van de vorige eeuw nog een groot complex werd bijgebouwd, nu een spookachtig, grotendeels verlaten en in mekaar gestort geheel.

Moni Assomatom, het verlaten klooster

En dan verder, langs bochtige wegen door het gebergte naar het kleine bergdorpje Meronas waar we laat in de namiddag nog wat eten in , de enige geopende taverna, konden bijeen bedelen. Op het einde nog een laatste stop in Spili, een klein stadje in d3 bergen, maar vooral een verzameling horeca. Maar een fris pintje na een wandeling door het stadje deed wel deugd.
De volgende dag kwamen dan het kustplaatsje Plakias, in het zuidwesten van Kreta aan de beurt, Fragokastello en Chora Sfakion.

Chora Sfakion

Dag 3 : Terug de zuidkust, maar nu ietske meer naar het Oosten. En terug weer heerlijke plekskes, (Assomatos met de bekende Venetiaanse brug, het klooster van Preveli), dorpjes (Agia Galini) mooie stranden ( Ammoudi Beach, het wondermooieAgios Pavlos bij Saktouria) gezien. Zelfs gezwommen.

Strand van Ammoudi ( we hadden er wel meer van verwacht)
De venetiaanse brug van Assomatos
Klooster van Preveli
Agios Pavlos
Agia Galini

De tweede trip: Agios Nikolaos
En omdat we dan toch niet in Agios Nikolaos zouden geraken met de boot hebben we dan maar op 22/6 opnieuw een auto gehuurd, nu bij Avis (een Mercedes A-klasse, maar veel goedkoper dan het lokale autoverhuurbedrijf Arkadi, dat er ons m.i. heeft opgelicht met een Toyota Yaris). En een hotel geboekt in Agios, het fantastische boetiekhotel Port 7, met uitzicht op de haven. En waar we ons, door de supervriendelijke service, onmiddellijk thuis voelden.

Ook de tweede trip ging langs alle aanbevolen sites, nu aan de Oostkant van Kreta, een trip vol nostalgie. In de tijd dat we nog lekker onnozel waren, dus tgv ons huwelijk, hadden we voor onze huwelijksreis een reis door de Griekse eilenden gepland. Het eerste deel een tocht met een kleine passagiersboot (m/s Zeus) door de Cycladen, het tweede deel een verblijf op Kreta , in Agios Nikolaos.
Toen we in Agios Nikolaos verbleven konden we het niet laten om een bezoekje ons vroegere hotel te brengen. Het was weliswaar van naam veranderd, vroeger Astir Palace, nu Elounda Beach Hotel, maar de hoofdgebouwen waren nog herkenbaar en zeer goed onderhouden.


De strandbar was gemoderniseerd en de tuin verder uitgebreid met nieuwe bungalows. Intussen was het een 5-sterren hotel geworden, met prijzen waar wij toch een beetje van schrokken. Het idee om hier ook een nacht te boeken hebben we dan maar in de vergeetput geklasseerd.

Nog enkele impressies van deze tweede trip:

Arkadi Monastery, boven Rethymnon. Een juweeltje, met een tragische geschiedenis. In de tweede helft van de 19de eeuw was dit klooster één van de verzetshaarden tegen de Turkse overheersers. Toen deze na een lange belegering op het punt stonden het klooster in te nemen hebben de paters samen met de andere opstandelingen de lont in hun kruitmagazijn gestoken en namen zo in hun dood nog veel Turken mee. Het is tussen deze beide volken nooit meer goedgekomen.

Het Minoïsche Malia Palace, kost veel verbeelding om in de brokstukken, zoals op de bovenste foto, zich het imposante paleis , zie maquette, voor te stellen.

Het zeer pittoreske Mochlos, in het uiterste Oosten van Kreta, een kolonie van Fransen. Frans is ook de voertaal in de meeste, gezellige horecazaken.

De haven van Elounda, een voormalig vissersdorpje. Klemtoon op voormalig.

De haven van Agios Nikolaos was dus ons oorspronkelijke einddoel van de eerste fase van onze Kretatrip. We zijn er nooit gearriveerd, maar toen we er met de auto waren, was een bezoek een must. En daar vonden we ook de boot terug van onze Oostenrijkse vrienden, die we in Rethymnon hebben leren kennen. En natuurlijk spraken we af om samen iets te gaan eten. Ons hotel had ons een klein volksrestaurant, hoog in de bergen, aangeraden. Ideaal dus om ons weerzien luister bij te zetten. Een restaurant zonder kaart, en waar we in de keuken in de kookpotten moesten kijken. Enkel lokaal gekweekte ingrediënten. Supervriendelijk onthaal. Lage prijzen. Nog een glimpje van het vroegere gastvrije Griekenland.

En zo kwam er een einde aan het eerste deel van onze Kretatrip, waar de auto een belangrijker transportmiddel is gebleken dan onze zeilboot. Op 2/7 vlucht naar Brussel. Twee maanden in België met focus op onze (klein-)kinderen. De eerste afspraken voor babysit waren al geboekt nog vóór we vertrokken.

Einde eerste halve etappe 2025: veel wind

Vrijdag, 9 mei. Kythira was onze volgende etappe. 40 mijl varen. Het grootste deel, inclusief de oversteek van de Peloponnesos naar het eiland Kythera, op motor. Het zeil dat we zeer optimistisch hadden opgetrokken, hebben we halverwege dan maar terug opgeborgen. We voeren langs het eiland, aan de noordzijde, om dan op het oostelijke eindpunt af te ronden naar het zuiden, waar het haventje van Kythera ons opwachtte.
Rond de klip begon de wind wat aan te wakkeren. Wat we hadden verwacht, een natuurlijk fenomeen. Maar ééns voorbij, minderde de wind niet zoals hij normaal hoefde te doen, maar trok hij verder aan. Meteo had geen wind voorspeld , maar onze windmeter tikte 25-30 knopen aan.

En dat bleef zo, ook toen we de redelijk beschutte haven binnenvoeren. Oeps, dat wordt geen makkie. Er lagen al een 3-tal boten aangemeerd. We konden dus rekenen op wat assistentie bij het aanmeren. En dat zou nodig zijn. Anker gesmeten, ver genoeg voor voldoende grip. Langzaam achteruit gevaren, juist voldoende snelheid om, met de blazende zijwind, op koers te blijven. Contact met Ann vooraan verliep nu perfect, via onze nieuwe headsets. Niet meer roepen naar mekaar. Alles verliep vlot, touwen uitgesmeten naar de wachtenden op de kade. Maar dan de boodschap van Ann : ik denk dat ons anker niet houdt. Ik vroeg om aan te trekken, maar er kwam geen spanning op de ketting !
Ik had geen tijd om veel uitleg te geven aan de mensen, die onze touwen hadden aangenomen, onze boot werd door de wind tegen de boot naast ons geblazen, maar we moesten terug uitvaren. Onze boegschroef was niet opgewassen tegen de zijwind, zodat we tegen de andere boot aan lijzijde schuurden, en zelfs aan het einde over zijn ankerketting we4den geduwd. Enkel door volle kracht vooruit geraakten wij uit die penibele situatie.
Maar door al deze manoeuvers had ik geen kans meer gehad om het laatste meertouw volledig binnen te halen. And if shit happens…..

Plots reclameerde de motor. En ik wist het onmiddellijk: touw in de propeller!!! Onmiddellijk motor uit, om erger te voorkomen. Geen motor, en dat in de haven! Een kleine zweem van ongerustheid was hier wel gepast. Maar geen paniek toegelaten, want hiervoor was de situatie te precair. En voor één keer was die smerige wind mijn bondgenoot. Hij blies ons uit de haven, zodat ik, op het gepaste moment, juist buiten de inham van de haven, ver van alle obstakels, aan Ann vroeg om het anker te smijten. En nu pakte het wel, zodat we in de woeste baren toch tenminste vast lagen, en veilig waren. Echt comfortabel was dit niet echt. Maar we mochten niet moeilijk doen.

En nu volgde een reeks communicaties, eerst met de coastguard via VHF, en dan via telefoon. Help, we need a diver! Het was toen al 19u. En uiteindelijk kregen we iemand, via via, te pakken die ons kon helpen. Maar die kon pas rond 21u aankomen. Dus juist tijd genoeg om een korte avondlunch te prepareren. En te nuttigen in een continu schommelende boot. Waar niets bleef recht staan, met dus nogal wat poetswerk tijdens en achteraf. En oh ja, onze duiker moesten we zelf gaan ophalen vanaf de kade van de haven. Betekende dat we onze dinghy nog moesten klaarmaken, de buitenboordmotor installeren…..en hopen dat ie werkt.
En wonder boven wonder, he did it! Dus tufte ik, om 21u, in de woelige baren, naar de kade van de haven. Waar ik het bericht kreeg dat onze redder in nood pas rond 22u zou aankomen. Na een korte wandeling dan toch een terrasje gekozen, met uitzicht op onze boot. Het was intussen al volledig donker. En dus zag ik ons ankerlicht, in de top van de mast, slingeren van links naar rechts. Ann had gekozen om op de boot te blijven (alhoewel, ik weet niet wat ze zou kunnen uitrichten bij enig onheil, tenzij een hulptelefoon naar mij te plegen….). En het was daar dus niet echt een leuk verblijf.

Kloklsag (echt!) 22u arriveerde onze redder. Samen de dinghy in, en toen we maar juist aan de Arwen aanmeeren dook hij het water in, met wetsuit en enkel een duikmasker op. Na 20 seconden was hij terug boven! “OK!”. Blijkbaar , wat ik ook had vermoed, want ik had de motor onmiddellijk uitgeschakeld toen hij begon te haperen, was het touw slechts een beetje rond de propeller gedraaid. Maarg€6’ oef, probleem opgelost. Uiteraard haperde de motor van motor van de dinghy bij het terugvaren, zodat onze koene redder het volledige traject al roeiend heeft afgelegd. En uiteraard sloeg de motor opnieuw aan toen we aan de kade waren aangemeerd. Enfin, terug naar de boot en een korte woelige nacht doorgebracht.

De volgende dag , zaterdag ‘10 mei, hebben we ons dan wel aan de kade kunnen aanleggen, en kreeg ik de volle laag van de Finse eigenaar van de boot waar we, zonder enige schade, tegen aan hadden geschuurd. Niet éénmaal, niet tweemaal, maar driemaal. Het ventje was alleen op zijn boot en had zo blijkbaar een gelegenheid om zich wat af te reageren. Not done.



We bleven toch nog 2 volle dagen in Kythira, om te bekomen van de emoties, én toch wat te genieten van het gezellig haventje, en de mooie oude stad, hoog in de heuvels. De zondag zijn we dus de lange weg omhoog naar het oude stadje gestapt. Het begon al mooi warm te worden. Eens boven konden we genieten van het mooie uitzicht, de witte huisjes, de kleine straatjes, en…..de lege terrasjes.

Want hier is zondag een rustdag! Everything closed. Zelfs geen mogelijkheid om een flesje water te kopen. Dus dan maar, quasi volledig uitgedroogd, terug naar beneden, naar de haven – die gelukkig geen zondagsrust kent – om daar op het eerste terrasje onze dorst te laven. Zelden smaakte een frisse Mythos zo goed.

En dan , op 12 mei, een lange, saaie tocht van 13 uur op motor, naar Chania, de eerste haven op Kreta. Waar we zonder probleem konden aanleggen, in de prachtige oude haven, midden in het centrum, maar waar het dan toch nog relatief rustig was. Blijkbaar niet meer in het hoofdseizoen.
de


Chania wordt terecht de mooiste (haven)stad van Kreta genoemd. Spijtig genoeg zijn wij niet de enige, die dat hebben gelezen. Het was dus nog geen hoofdseizoen, maar toch kan het daar, op bepaalde momenten, krioelen van het volk. Blijkbaar leggen daar ook cruiseboten aan in Souda, aan de andere kant van het schiereiland, om dan met de bus karrenvrachten toeristen te dumpen in het mooie stadje, die vervolgens zoals al diverse keren gezien en geschreven, stomverveeld achter een gids met een plakaatje met het nummer van zijn groep, door de straten en pleinen hotsen. Gelukkig meren er niet elke dag cruiseboten aan.
Maar het blijft ondanks alles een juweeltje. We bleven daar 3 dagen, want op 15/5 wilden we aankomen in Rethymnon, om op 16/5 terug naar België te vliegen.

Ook de tocht naar Rethymnon op 15/5 verliep probleemloos, maar saai want terug volledig ‘op motor. Alhoewel, echt saai was de aanvang wel niet. De dag ervoor had een binnenkomende zeilboot zijn anker blijkbaar juist boven onze ketting uitgesmeten. Er klonk wat paniek via de intercom toen de verantwoordelijke voor het anker bij het uitvaren in de vroege ochtend plots 2 ankers zag verschijnen. Een paar minuutjes van immobiliteit, lichte paniekaanvallen bij derden en dan maar het stuurwiel verlaten, om met een touw het stoute anker te verwijderen van ons anker. En intussen aangemoedigd door nogal wat toeschouwers op de kade. Gratis amusement. En applaus toen we waren vrijgekomen. Toch niet echt onze voorkeur om zo in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Wat daarna volgde was terug een lange, 6 uur durende tocht naar Rethymnon. Enkel het aanmeren was nogal ingewikkeld, want er waren geen mooringlines, zoals we hadden verwacht, maar wel een meerboei, die we moesten aanpikken bij het langzaam achteruit varen naar het ponton. Een deel van de bemanning had hier blijkbaar wat problemen mee. Maar uiteindelijk kwam alles goed, en lagen we veilig en vast aangemeerd. En dubbel beveiligd, met voldoende stootkussens en bijkomende springlijnen, want er was een storm voorspeld voor de volgende dagen, en wij zouden de volgende dag, 16/5, al vertrekken. Maar onze Zwitserse buren Guido en Ursula van de AluDuck zouden een oogje in het zeil houden. Wat ook wel nodig was, want de storm kwam al een eerste keer langs op onze laatste nacht vóór ons vertrek. Onze boot lag dus goed vast, maar Guido en Ursula zijn de hele nacht in de weer geweest: blijkbaar had de ketting van hun meerboei het begeven, zodat ze plots waren vrijgekomen. En hebben ze uiteindelijk toch hun boot kunnen vastleggen aan hun gebuur, een megamotorjacht. Die hadden die nacht niet veel geslapen.

Wij zijn op 16/5 kunnen vertrekken, in een stofwolk van saharazand. En de volgende dag kregen we een geruststellend berichtje van onze buren dat onze boot probleemloos een wind van 45 knopen had doorstaan.


Zaterdag 2/5 – vrijdag 9/5: Monemvasia – Kithera (Ormos Kapsali)

Op zaterdag kwam Giorgio langs. Later dan afgesproken, maar vroeger dan verwacht. Griekse timing. En met zijn medewerker Zaxos, een beer van nen vent. Waar we nog van zullen horen. Ze voerden een grondige inspectie uit van de boot, met beter materiaal dan van dien electrieker, die ons 100€ had gekost maar nul toegevoegde waarde had opgeleverd. Hun conclusie: de kleine batterij moest worden vervangen , niet de grote groep(dus aan 1/5 van de oorspronkelijke kost). En de schroefasdichting zouden ze kunnen vervangen, zonder de boot uit het water te moeten halen, wat ons nogmaals 500€ zou besparen. Klonk goed, we zouden wel zien.
Maandag waren Giorgio en Zaxos daar opnieuw. Om de schroefas te demonteren. En daarvoor moest Zaxos in het water. Enkel gekleed in zijn onderbroek en een T-shirt 😱.
Maar he did it. Nu zaten we zonder schroefas en waren we dus sowieso uitgeleverd aan het duo en hun belofte dat ze alles zouden kunnen oplossen.
En intussen was de storm wat geluwd. Na 8 dagen.
Zo hadden we tijd zat om Monemvasia en omstreken te bezoeken, wat wandelen, zelfs pootjesbaden in de zee (22 graden, nog geen zwemtemperatuur).

En intussen te verbroederen met Pascal en Michéle van de kleine catamaran Mad Too. Superlieve mensen, uit de Bourgogne. En hun zoon was wijnbouwer in de beaujolais. Waarvan we alle coordinaten hebben gekregen zodat we volgend jaar, op onze doorreis naar Ligurie, waar we voor mijn 70ste verjaardag een huis hadden gehuurd voor alle (klein) kinderen, zeker een bezoek moesten brengen. En intussen om de andere dag een apero op mekaars boot. En maar babbelen. En hoe meer we elkaar leerden kennen (en misschien ook hoe meer we van mekaars rosè proefden), hoe leutiger het werd. Zeilers onder mekaar, een wereld apart.
Woensdag 7 mei was de dag van de waarheid (in feite was het op dinsdag gepland, maar…..). Batterij werd vervangen. OK. Zaxos terug in het water, maar nu met wetsuit (blijkbaar was het de vorige keer niet echt aangenaam voor hem geweest). En na één uur was de klus geklaard. En de eerste tests waren veelbelovend. Geen waterinsijpeling.
Dondedagmorgen nog een laatste test, de haven uitgevaren, een toertje gemaakt en inderdaad: geen water. Ons olijke duo had prima werk geleverd.
Morgen vrijdag, 9 mei, waren de voorspellingen gunstig en konden we eindelijk het nochtans heerlijke Monemvasia verlaten, en koers zetten naar Kreta. Want op16/5 hadden we een vlucht van Chania naar Kreta geboekt, zodat we de communiefeesten van onze kleinzoons Leo en Arthur zouden kunnen bijwonen.
We zullen eerste naar het eiland Kythira varen, 40 mijl, en vanaf daar uitkijken naar de goede omstandigheden om de volgende 60 mijl naar Chania af te leggen. Altijd een beetje spannend. En het zou daar inderdaad spannen !

L.24/4-? : Leonidhi – Monemvasia


Mooi zonnig weer, maar geen wind (stilte voor de storm?). Rustig en dicht langs de kust gevaren om de wilde natuur te bekijken, nauwelijks dorpjes of andere bewoning. Met uitzondering van het blijkbaar zeer mooie Kiparissi, dat we niet hebben bezocht, want we moesten de beschutting van Monemvasia bereiken tegen dat de storm zou losbarsten. Dus enkel tussenstop mogelijk in Leonidhi, na 20 mijl.
Een kleine haven, met beperkt aantal plaatsen waar een zeilboot kan aanleggen. Geen probleem, want wij waren de enige. Met wel als gevolg dat er niemand was, die onze meertouwen kon aannemen. Niet eenvoudig, maar uiteindelijk lagen we vast. En kwamen we tot de vaststelling dat ons anker niet goed hield. Betekent dat we ons opnieuw moesten losmaken, anker optrekken en terug neerlaten, terug naar de kant en weer sukkelen om ons vast te maken. Er was daar iemand die het niet meer zag zitten. Gelukkig passeerden er daar juist 2 studenten. Ik vroeg hen of ze 5 minuten tijd hadden om, als we terugkeerden van ons manoeuver, onze lijnen aan te nemen. Zo gezegd zo gedaan en 5 minuutjes later waren we treffelijk aangemeerd. En kregen onze helpers een pintje aangeboden, wat ze niet weigerden. Uit de bijgaande babbel bleek dat de ene studeerde voor piloot en de andere voor fiscalist en dat ze van plan waren om ook een zeilboot te kopen. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd,….en hoe voller de havens in de zomer.
Het kleine dorpje Leonidhi is een sympathiek badplaatsje, met enkele horecazaken, en 1 strandbar, die zelfs open was.

Voor de rest is er niet veel te zien, maar konden we ook genieten van de rust en het zalige weer.
De volgende dag, donderdag 24/4,  7 uur varen naar Monemvasia. Terug op motor. Toen we de haven naderden een telefoontje naar Mateo. Die stuurde een foto van de plaats waar we moesten aanleggen. Intussen passeerden we langs de rots, waar het oude Byzantijnse Monemvasia tegen aan geplakt was. Prachtig. Als we hier toch een tijdje zouden moeten blijven liggen, wisten we wat te doen.


En toen we arriveerden stond onze vriend Mateo ons inderdaad op te wachten om ons bij het aanmeren te helpen. Hij had inderdaad een goed plaatsje uitgekozen, met onze kop naar het noorden (vanwaar de stormwind zou komen), met voor ons een stuk pier waaraan 2 grote toeristenboten waren aangelegd, en die dus voor extra beschutting zouden zorgen.
Beschutting was dus OK, maar ik ontwaarde toch een ander probleem. In Leonidhi was er geen electriciteit, en dus zag ik dat het vermogen van mijn batterijen wat was gedaald. Maar wat alarmerender was: ondanks 7 uur varen op motor was de batterijcapaciteit slechts met 4% gestegen. Probleem met alternator? Matteo zou zorgen voor een technieker om de motor na te zien. En intussen ook te werken aan een klein waterlek. Maar dat was voor morgen.


Onze veilige ligplaats


Intussen de tijd genomen voor een eerste bezoek aan het historische stadje Monemvasia. Waar de tijd bleef stille staan. En ook de auto’s, want die konden de stad niet binnen. Grappig, want er waren nogal wat kleine hotelletjes en bed&breakfasts in het stadje. En dan zag je een taxi of een busje de hotelgasten af zetten aan de toegangspoort. Daar stond dan een kruier klaar, met een kruiwagen (what’s in a name?) om de bagage naar de gewenste bestemming te brengen.
De straatjes , in feite één doolhof, waren nauwelijks breed genoeg om die kruiwagen door te laten, zeker niet waar een cafébaas een terrasstoeltje en -tafeltje voor zijn gevel had gezet. Zalig om door dat labyrint te wandelen, waar ruïnes werden afgewisseld door mooi gerestaureerde middeleeuwse huizen ( meestal hotel of airbnb). En véél kerken. En genoeg restaurantjes en bars (maar niet overdreven) om niet van dorst of honger om te komen. Een juweeltje.

En zo geraakt je bagage in jouw hotel


We zullen dit stadje in verschillende stadia bezoeken, want intussen begon de wind al op te steken. De voorspellingen klopten: er kwam een storm op ons af, die wel een week kon aanhouden.
‘s Avonds een lekker visje en calamari gaan eten in het restaurant van Matteo. De man houdt er een aantal eigenaardige principes op na: wijn enkel per fles , geen frietjes of aardappelen (want “dan vullen de gasten zich met frietjes en bestellen geen tweede schotel”). Echt vol zat zijn restaurant dan ook nooit, tenminste niet in deze tijd van het jaar, maar anderzijds voelde elke zeiler, die vooraf werd geassisteerd door de behulpzame Matteo bij het aanmeren, zich verplicht om toch minstens eenmaal daar te komen eten.
Toen we Matteo vertelden van ons probleem met de batterijen had hij al onmiddellijk de lokale technieker aan de lijn. Die zou morgen eens langskomen.
En inderdaad, de volgende dag , vrijdag 25/4, zagen we Giorgio voor de eerste (en niet de laatste) keer. Inspectie van de motor, proefdraaien, en conclusie: de alternator werkt volgens hen, en de lekkage kan zeker niet erg zijn. Een paar schroefjes aanspannen, en dat zou OK zijn. En voor ons probleem met de batterijen zouden ze morgen een electrieker laten komen.
Dus geen paniek.
Aan onze ligplaats was er geen electriciteit noch water. Wel in de andere hoek van de haven. Gezien de wind nog relatief rustig was, gooiden we de trossen los en voeren we naar de andere kant van de haven, vulden we onze watertanks en dan terug aanmeren aan onze oorspronkelijke plaats. We hadden al met onze franse buren (Pascal en Michèle) vooraf afgesproken dat zij onze lijnen zouden aannemen (we hadden dat ook voor hen gedaan toen zij hier arriveerden). We waren nog maar juist terug op onze plaats, of de wind begon aan te trekken. Zonder ophouden. En tot nu, 7 dagen later, is die nog niet afgezwakt.
Zaterdag 26/4 kwam dan den electrieker. Een man van weinig woorden, want zijn engels was zeer beperkt. Ergens kon ik begrijpen dat onze batterijen “empty” waren. En dat ik morgen de motor nog eens 2 uur moest laten draaien om te zien of ze nog oplaadden. En weg was hij, na een niet onaanzienlijke som cash van ons af te troggelen.
We lieten dit niet aan ons hart komen. Tomorrow is another day. Nog wat boodschappen doen, want we proberen maximaal aan boord te koken en te eten, en voor de rest genieten van de dag, voor zover we ons kunnen beschutten van de continu snijdende noorderwind. En ‘s nachts proberen te slapen terwijl de boot voortdurend aan de touwen trekt, die piepen en kraken en de stootkussens, geperst tissen de boot en de kade, een bijkomend geluid bezorgden. Zonder oordopjes was het slapen onmogelijk, mèt was het juist doenbaar. Maar toch werd een deel van de bemanning hierdoor nogal humeurig. We moeten er door, zeg ik dan maar,
Dus de volgende dag, op advies van den electrieker, de motor 2 uur laten draaien. En inderdaad, de batterijen laadden nauwelijks op. Problem detected. Batterijen zijn aan vernieuwing toe. Lap, weeral een hap uit ons budget. De horeca zal ons nog missen.
Maar niet geklaagd, onder een stralend zonnetje, en een strakke wind, met onze fietsjes (waarvan één van de batterijtjes het liet afweten – het zit ons echt niet mee) naar de poorten van Monemvasia. En vandaar een verdere verkenning van het stadje. Zouden we of niet? Ja we zullen. We namen dan maar het besluit om de steile weg nazr de ruïnes van de opperstad te bezoeken. Een pad, voornamelijk via glibberige, door de vele toeristen, quasi gepolierde trapjes naar de top van de rots. Waar er, met uitzondering van het prachtige uitzicht, enkel vervallen huizen en één enkele gerestaureerde kerk te zien was.



De weg terug was nog enger, want elke trede was zo glibberig dat Ann soms op handen en voeten moest afdalen. En hiermee enkel het voorbeeld van veel andere toeristen volgde. Terrasje achteraf, maar dan één beschut van de harde wind, was de beloning.

Maandag rustige dag, nog altijd zonnig maar nog steeds 35 knopen in de haven en nog 10 meer op volle zee. Er bleven 4 zeilboten in de haven, geen een voer uit en geen enkele boot kwam binnen. Na ontbijt terug motor aan om de batterijen toch wat op te laden en om water op te warmen voor de badkamer en de afwas. Daarna toch eens checken of de lekkage opgelost was. 😱. Toen ik het luik van de motor opende zag ik geen plasje water, maar een vijver! Volledig onder water! Met een simpele spons, want het handpompje dat ik ooit eens had gekocht, werkte voor geen centiliter, heb ik emmertje per emmertje dat water verwijderd. Minstens 15 liter! Hallo Giorgio! De technieker zou morgen dinsdag opnieuw komen. Tijdens de volgende, nogal slapeloze, nacht had ik geconcludeerd dat dat water niet van een lekkende waterpomp kon komen. Het moest gebeurd zijn tijdens ons tochtje heen en weer om water te tanken. Dus toen de schroef werkte. Dus moest het lek wellicht in de schroefdichting te vinden zijn. En dat werd uiteindelijk ook door de technieker, die wel 2 maal zijn afspraak,zonder verwittiging niet na kwam, bevestigd. Betekent boot uit het water. Hoe? Waar? Problemen om op te lossen. Zaterdag 2 mei komt de technieker langs om een oplossing te bespreken. 
We zijn nog niet in Kreta.

16-23/4: Ermioni – Porto Cheli – Nauplion – Astros

(Oorspronkelijk was de titel “16-20/4: Ermioni- Porto Cheli-Nauplion”, maar door een stom maneuver bij het opslaan ben ik de volledige tekst kwijtgeraakt. Meer dan een uur werk. Ik heb dus wel een paar dagen nodig gehad om van deze ontgoocheling te bekomen. Maar enfin, daar gaan we dan weer).

Op 16/4 zouden we de tocht verder zetten, naar Porto Cheli. Toen ik naar de bakker ging kon ik een babbeltje slaan met een paar van die franse jongelui, die we gisteren inzo een talrijke mate hadden zien aanmeren (de ene iets succesvoller dan de andere). En wat bleek: het waren allemaal ingenieursstudenten ( vergeten te vragen van welke universiteit). En jaarlijks krijgen ze de kans van de faculteit om een weekje te gaan zeilen in de Griekse wateren. Ze waren met meer dan 600, verspreid over 70 gecharterde zeilboten! Hun skipper was een oud-student, die nu in California woont en werkt, en die speciaal voor dit evenement ieder jaar naar Europa afzakt.

En dan in de ochtend uitgevaren. Tochtje van een 15 mijl, deels op zeil , onder een stralend zonnetje, tot aan de marina. Nog eens een echte marina, met marinero’s die ons de meertouwen aanreikten, echte toiletten en douches, alles erop en eraan. NB: maar ook onze boot is terug een klein beetje meer gesofisticeerd: bij de laatste revisie hebben wij het douche- en het toiletsysteem op punt gezet. Nu kunnen we lekker douchen en de pot op in de boot. Gedaan met ons dagelijks kak-koffietje in de haven. Maar al dat moois in de marina was uiteraard met een prijskaartje. Goed voor 1 nacht. 

We kennen Porto rCheli nog van 20 jaar geleden, toen we, samen met de kids voor de eerste maal een boot hadden gecharterd. Dit was het verste punt tot waar we geraakt zijn. Toen was er nog geen sprake van een marina. We legden toen op anker aan, aan de kade. In vuil water. Dat herinneren wij ons nog goed. Want Ann-Sophie had haar bikini in het water laten vallen. En haar Johan moest er achter duiken, maar het water was zo troebel dat hij het kleinnood nooit heeft teruggevonden. Het was die dag ook haar verjaardag, en we hebben nog het restaurant teruggevonden waar we hadden getrakteerd. Maar wij zijn deze keer aan boord blijven eten. De kade, waar nu vooral megajachten zijn aangemeerd, stikt nu van de poshy bars en chique restaurants. Sinds een tijd noemt men deze streek dan ook “de Rivièra van Griekenland”. Niet voor niets heeft ook de Nederlandse koning Willem-Alexander hier ergens aan de kust zijn buitenverblijf.

De volgende dag dicht langs de kust gevaren, er was toch geen wind, zodat Ann- tevergeefs – met de verrekijker naar dat buitenverblijf kon speuren. Na een rustige zonnige25 mijl voeren we het prachtige Nauplion binnen.

Ruimte zat om aan te leggen, op anker. En zoals we op Navily hadden gelezen, stonden de “gele hesjes” al klaar om onze touwen aan te nemen. Geen ontkomen aan. En eenmaal deze actie, die geen 3 minuten duurde,  achter de rug stapte hun baas uit zijn auto om 25€ te incasseren. We hadden geluk dat we met een kleine boot varen, want een boot van 14m betaalt al 50€!

Op ons protest beweerde hij dat hij enkel het havenreglement toepaste, en als we niet akkoord waren moesten we het maar aan de havenpolitie uitleggen. Afdokken dus maar.

Maar de stad Nauplion maakte alles goed. Wordt wellicht de mooiste stad van Griekenland genoemd, en dat kunnen we beamen. Smalle straten met prachtige, meestal Venetiaanse, herenhuizen, waarvan de meeste zeer goed onderhouden.


Gezellige pleintjes, ontiegelijk veel uitnodigende terrasjes, en dit alles bekroond door een groot fort, dat op een heuvel boven het stadje uittorende. We zouden hier 4 dagen blijven. Enige nadeel: er was wel water beschikbaar, maar geen electriciteit. De cabines stonden er wel, maar “ there was a little problem, we work on it” ( volgens Navily bestaat dit klein probleempje al jaren).

We besloten ook om een auto te huren. En ditmaal kregen we een echte auto, een Hyundai Tucson automatic, waarvoor we een pak minder betaalden dan bij die afzetter in Aegina voor zijn prutsautootje.

De volgende dag , (Goede) vrijdag zouden we het antieke Mycene bezoeken. Een rustige rit van een half uur door het Griekse binnenland, met de veel olijfbomen en wijngaarden. Zeer rustig zelfs, zelfs op de parking van de site. Vlug bleek ook waarom: gesloten tot de middag. Maar dan zou het veel te warm zijn om tussen de overblijfselen te wandelen. De volgende dag was de site wel open in de morgen. Dus overgestapt op plan B. Het beroemde wijndorpje Nemea was niet ver hier vandaan. Vlug op internet een wijndomein geselecteerd, Barafakas. Waar we met deskundige uitleg van een supervriendelijke dame een uitgebreide wijnproeverij konden mee maken. En uiteraard achteraf  onze voorraad konden inslaan. 

In de namiddag, na een lekkere lunch in een restaurant in het dorp, op advies van onze gastvrouw, nog een bezoek gebracht aan de Larisa-vesting uit de 10de eeuw, in de buurt van het stadje Argos. Indrukwekkend, maar voor de rest niet veel om het lijf.

En ook Argos, een moderne onpersoonlijke stad was de omweg niet waard, tenzij om nog een terrasje te doen. 

En dan de volgende dag Mycene, de kers op de taart. We waren er vroeg bij, rond 9u. Het was nog steeds relatief rustig op de parking, nog geen bussen. Maar de site was open. Eerst het museum bezoeken, waar we alle mogelijke informatie over de site en haar geschiedenis konden opdoen. Zeer overzichtelijk en goed uitgewerkt. We hadden meer dan een uur nodig om door alle zalen te gaan.

En toen naar buiten, waar we de overblijfselen van het antieke Mycene, dat in de 12de eeuw BC haar hoogtepunt kende, en daarna stilaan volledig in verval is geraakt en onder het zand werd bedolven totdat de heer Schlieman rond 1850 zijn opgravingen heeft gestart. Ok, Delphi is veel mooier wegens recenter en beter bewaard, maar een bezoek aan Mycene is een must. Met als hoogtepunten de indrukwekkende citadel zelf, de wereldberoemde Leeuwenpoort, het Leeuwengraf, de tombe van Artreus. En veel stenen.





Intussen waren de bussen wel aangekomen waaruit horden, vnl chinese toeristen stroomden. Blij dat we het museum al achter de rug hadden. Na twee en een half uur hielden we het voor bekeken en reden we naar Mili, een kleine kustplaats niet ver van Nauplion. Met veel restaurantjes aan het water, en nog meer Grieken. We hadden het zelfs moeilijk om een vrije tafel te vinden. Om vervolgens van een lekker visje te genieten. Meer moet dat niet zijn.

De volgende dag was het Pasen. Onze auto was ingeleverd, en dus zouden we er een wandeldag van maken. Wat rond het schiereiland wandelen en voor de rest slenteren door het stadje. Van het paasfeest zelf was er niet veel te merken. Business as usual. Geen processies en fanfares, zoals vorig jaar in Korfoestad. Meeste winkels waren open en de terrasjes overvol. En de zon bleef schijnen, al was het elke morgen nog tamelijk frisjes op de boot (we startten met 16 graden) en moesten we ‘s avonds nog altijd in de kajuit eten. 

Op maandag 21/4 lieten we Nauplion achter ons en na een goede 10 mijl, grotendeels op zeil, konden we aanmeren in Astros, aan de westzijde van de Argolische golf. Een klein leuk gezellig badplaatsje, met een haven met beperkte plaats voor zeilboten. Want de meeste geschikte plaatsen waren gereserveerd voor lokale jachten. Maar toch nog 1 geschikt plaatsje gevonden (pas de volgende dag zagen we dat er aan het tegenoverliggende ponton ook kon worden aangelegd – als het niet door een flottielje is bezet). Het was paasmaandag. En dat zagen we! Alle terrasjes propvol met luidruchtige Grieken. En al een paar dappere kinderen die aan het pootjesbaden waren (watertemperatuur 21 graden). 

We bleven hier 2 nachten want we hadden gezien dat het de enige haven in de omgeving was, waar we onze was konden (laten) doen. Maar dinsdag waren de weergoden ons niet zo gunstig gezind. Een koude killige ochtend, en het regende. 

Tussen de buien door toch een kwartier naar de “wasserij” gewandeld. Geen echte wasserij overigens. Het waren de uitbaters van een appartementencomplex die hun wasmachines, waarmee ze het beddengoed van de kamers wasten, nog een extra centje lieten opleveren door ook de was voor derden te doen. Aan een correcte prijs en de kwaliteit van het geleverde werk was redelijk (Ann is uiteraard zeer kritisch in deze materie). In ï wat konden wandelen. Ons doel was een oud, 12de eeuws fort boven op de heuvel waarop het oude Astros was gebouwd. Mooie wandeling, maar het fort was geen bezienswaardigheid. Wel getrakteerd op een mooi uitzicht.

‘s Avonds een update van de tochtplanning gemaakt. De windvoorspellingen voor het traject naar Kreta waren niet van de poes. Het zou nog 2 dagen kalm blijven, maar dan was het koekenbak. In het zuiden van de Argolische golf, van waar we de oversteek (ca 110 mijl)  naar Kreta zouden maken,  met het eiland Kithera als tussenstop waren er de dagen erna winden tot 50 knopen (10 beaufort 😱) voorspeld. Blijven we in Astros of gaan we naar Monemvasia in het zuiden? Via Navily had ik gelezen dat er in Monemvasia een behulpzame vrijwillige “havenmeester” annex restauranthouder was die ons kon adviseren. Een telefoontje naar hem leerde ons dat Monemvasia voldoende beschut was en dat hij voor ons een veilige ligplaats kon organiseren. OK dan maar.

Morgen varen we een kleine 20 mijl naar Leonidhi, en de dag erop verder naar Monemvasia (30 mijl). Waar we wellicht meer dan een week zullen moeten blijven.