Algarve, einddoel van deze etappe

20/9: Van Sines naar Lagos: Algarve, here we are !
‘s Morgens opgestaan om 6 uur en om kwart voor zeven de touwen los, nog steeds in het pikdonker. Gelukkig begon het rond 7u15 al wat te schemeren, want het was kwestie van op tijd de vissersboeitjes op te merken en te ontwijken. Ik had niet willen dromen om bij windstil weer zonder motor te vallen omat er en lijn in de schroef was gedraaid. Een paar uurtjes later kwam er wat wind op zodat we de zeilen konden bijzetten om zo, samen met de motor, wat snelheid te winnen. Na 2 uur was die wind terug verdwenen zodat we terug enkel op motor verder konden varen. Aan die snelheid berekende onze plotter een ETA van 21u30. Gelukkig wakkerde de wind in de namiddag terug aan zodat we ineens weer heel wat meer snelheid konden maken, zelfs een stukje de motor konden afzetten , en zelfs een uitroep “niet te skief” van een bemanningslid konden noteren, tot we om 16u30  Cabo Sao Vicente konden ronden. 

(Cabo Sao Vicente, waar het kan spoken bij zware wind. Nu wel zeer rustig)
Het zwaarste was achter de rug, maar de wind verloor terug aan kracht, zodat we met motor aan uiteindelijk juist na zonsondergang, om 19u30 de havengeul binnenvoeren. De voetgangersbrug was echter dicht vanaf 19u (een teken dat het hoogseizoen al voorbij is), zodat we aan een wachtponton hebben moeten aanmeren. De boot gelaten voor wat hij was en gestrompeld naar het dichtsbijgelegen restaurant, waar we voor weinig geld nog zeer lekker hebben kunnen eten. En daarna goed geslapen.De volgende dag al een snuifje Lagos opgedaan, in die mate zelfs dat we besloten om hier, ondanks de dure liggelden, hier een aantal dagen te blijven. We hebben immers besloten dat we niet meer naar Spanje zullen gaan, om ingewikkelde covid-toestanden te vermijden. Ik had zelfs gelezen dat Spanje Belgische toeristen weigert. Enfin, Algarve heeft meer dan genoeg te bieden om hier nog een 4-tal weken te blijven en een haven te vinden waar de boot op het droge kan. Eind oktober gaan we dan terug naar huis.



(Lagos, hier een mooi rustig straatje, maar daarnaast ook veel meer toeristische straatjes in het aanbod)

16/9: Sesimbra -Sines
Op ons gemakskes opgestaan, ontbijt, boot klaargemaakt en rond 10u30 vertrokken naar Sines. We wilden daar aankomen voordat het weer zou omslaan. En het weer was blijkbaar op zoek naar verandering. Weg was de zon, grijs en killig was het toen we de haven uitvoeren, gelukkig met voldoende wind om op zeil verder te varen. Maar rond de middag was het liedje uit en moest de motor terug aan. In de late namiddag voeren we de haven binnen, waar een marinero ons opwachtte om te .fhelpen bij het aanmeren. Hij vond ons blijkbaar niet zeer slim, want alhoewel hij ons een plaatsje had toegewezen, waar we met de neus naar het noorden, de kant waaruit de wind meestal, en fors, waait, draaiden wij toch onze boot om achterwaarts in te varen, met de neus naar het zuiden. Hij had blijkbaar de weerberichten niet gelezen, die een zware wind uit het zuiden voorspelden. Of waren wij dan toch verkeerd?🤔‘s Avonds gaan eten in een klein lokaal restaurantje. Adega de Sines, waar de 82-jarige patron achter de houtskoolbbq heerlijke sardientjes klaarmaakte. Ook de chanfana, een stoofpotje van lamsvlees, was super. NB: er was slechts keus uit 4 gerechten.

Donderdag 17 september in was een ideale dag om Sines te verkennen, mooi zonnig terrasjesweer, en de geboortestad van Vasco da Gama was echt het bezoeken waard. En het biertje van Sacarrabos, een minibrouwerijtje met een prachtig gelegen terras was heerlijk.

Enkel voor de inkopen moesten wij wel een heel eindje lopen, om dan vast te stellen dat de Intermarché van Google Maps verhuisd was. We hebben dan maar de nodige inkopen gedaan in een lokaal supermarktje in een sociale wijk, die gepast Supermercado de 1 Mayo was genoemd. Maar het was wel goedkoop.
En dan de meertouwen van de boot nagecheckt en gedubbeld, want morgen vrijdag zou de wind van de partij zijn. En inderdaad, vrijdag kwam die langzaam opsteken maar bleef aan kracht winnen. De golven sloegen over de dijk, de deining kwam de haven binnen en zorgde voor een rollercoaster. Overal zagen we zeilers hun meetouwen aantrekken of nieuwe leggen, fenders aanslepen, of zelfs naar het kleine winkeltje gaan om bijkomende touwen en fenders te kopen. Een zware stalen Engelse zeilboot deed zelfs één van de ijzeren klemmen op het ponton afknappen. Ambiance. En gelukkig lagen we met onze steven naar het zuiden gericht, vanwaar de wind kwam, zodat we vanuit onze kuip dit schouwpel konden gadeslaan zonder nat te worden. 

(De golven sloegen over de kade)
Tegen de avond was de wind al wat gekalmeerd, maar de deining bleef de haven binnenkomen, zodat de boot aan de touwen bleef trekken en we dus nauwelijks een oog hebben dichtgedaan. Zaterdag was het dan weer peis en vree, zodat we er terug op uit konden trekken, zelfs eens wat konden pootje baden (letterlijk: met onze voeten in het water) en terug een terrasje onder de zon konden opzoeken. 



(Sines, geboorteplaats van Vasco da Gama. De man blijft nu voor eeuwig uitkijken naar de richting die hij is uitgevaren)
Want morgen zou het een zware dag worden: na Sines was er geen enkele haven meer tot in Lagos in de Algarve, ca 80 mijl verder. Ankeren was immers geen optie na stemming onder de bemanning ( ik was in de minderheid). Dus dat zou 12 á 14 uur nonstop varen worden.

16/9:Sesimbra

Het werd dus toch Sesimbra. In een dichte mist zijn we omstreeks 8u in de morgen uitgevaren, worst-case scenario, voor een tocht van 55 mijl, naar Sines. Over de tocht is er weinig te zeggen, want we zagen niets. Een zicht van 50 tot maximum 100m was juist voldoende om de talloze drijfboeien met visnetten te ontwijken. Er was geen wind, dus de mist bleef hangen en de motor deed zijn werk. Rond 11u waren we ter hoogte van Cabo Espichel, en pleegden we nog een laatste telefoontje naar de marina van Sesimbra. En…..ze hadden juist één plaats vrij! Er was hier iemand aan boord die “duust content” was. Al 3 uren in dichte mist op motor varen is dan ook niet het meest aangename. Dus onmiddellijk over de kaap naar Sesimbra koers gezet ipv rechtdoor naar Sines. Gelukkig dat er GPS bestaat, want tot 1 km vóór de haven zagen we werkelijk niets. 

(dit was ons zicht gedurende de hele trip)


En toe begon het plotseling snel op te klaren en  toen we tegen  de middag waren aangemeerd, werden we al verwelkomd door de eerste zonnestralen. Het mooie vissersdorp én toeristisch centrum Sesimbra was dus zeker een wandeling waard. Alhoewel omringd door moderne appartementsgebouwen en vakantieresorts, meestal tegen de omringende heuvels geplakt, heeft men juist op tijd toch beslist om het oude en gezellige karakter van dit vissersdorp, dat wordt gedomineerd door een ( gerestaureerd) middeleeuws Moors fort, zoveel mogelijk te bewaren en te herstellen. Mooie wandeling . En het ijsje was ook lekker.


(het oude Sesimbra)


Na een studie van de weersvoorspellingen beslisten we ‘s avonds dan toch om hier enkel te overnachten en de volgende dag verder de tocht naar Sines te hervatten. Dit wordt de laatste stop vóór de Algarve. Maar we zullen wel een paar dagen in Sines moeten blijven, want de wind zal zich beginnen op te bouwen tot 8 beaufort en meer rond Cabo Sao Vicente, de kaap die we moeten ronden voor we in de Algarve zijn. En dus zouden we best wachten op wat kalmer weer, dat vanaf zondag wordt voorspeld. We gaan er het beste van maken.

11-14/9: Parque das Nacoēs – Oeiras


Een vroege vlucht van Ryanair bracht ons op 11/9 al om 8u45 (local time) in Lissabon. Bagage ophalen en na een korte taxirit waren we tegen 10u terug in de haven, waar de Arwen op ons lag te wachten. We zullen pas morgen uitvaren, zodat we alles rustig aan kunnen doen. Ann had thuis immers een serieuze zona opgelopen, en die was zeker nog niet genezen. Ze (over)leefde op 3 dafalgans en 3 ubiprofen per dag. 
Uitpakken, proviand inslaan en ‘s middags een lichte lunch ( één portie gegrillde octopus was zelfs teveel voor ons tweeën) op een terrasje aan de haven, goed beschut van de hete zon (het werd 30 graden en meer). Het leven kan toch mooi zijn (als die zona maar rap achter de rug is tenminste.
De volgende dag na de middag (2 u na hoogwater is het beste tijdstip om met stroming mee de Taag af te varen) verlieten we de haven, zonder één zuchtje wind. Dus weeral op motor. De marina van Oeiras ligt aan de noordzijde van de monding van de Taag, ideale startplaats voor onze tocht richting zuiden. Het is een moderne marina, die zopas haar 15de verjaardag heeft gevierd, met een reeks goed beklante horecazaken, een groot openluchtzwembad, maar met beperkte sanitaire voorzieningen.  En, zoals we al lang gewoon waren, werkte ook hier de wifi niet. Wel een onverwacht pluspuntje: elke morgen kregen we 4 lekkere verse broodjes.
We beslisten om hier minstens één dag te blijven. Maar toen ik de volgende geplande stopplaats, de kleine marina van Sesimbra, opbelde hoorde ik dat de haven volzet was en weing kans op vrijkomende plaatsen in de volgende dagen. De volgende haven is Sines, maar vanuit Oeiras is dit een hele dag varen. We trakteerden ons dan maar op een dagje Oeiras extra, om dan op 15/9 richting zuiden te vertrekken, in de hoop dat we vooralsnog een plaatsje vonden in Sesimbra. Zoniet zou het Sines worden. 

Afscheid van Oeiras

Einde van etappe 1 van 2020

22/8: Cascais – Marina de Parque des Nacoēs ( Lissabon)


Omdat we niet wilden wachten tot het getij in ons voordeel keerde, voeren we dus met nog wat stroming tegen de Taag op, naar de volgende marina, die ook het einddoel was van onze eerste etappe van dit jaar. De marina was gebouwd n.a.v. de wereldexpo van 1998 en ligt dus in een (nog altijd) futuristisch aandoend decor. Ook de haven was toen misschien wel modern, maar begint nu, door gebrek aan onderhoud, wel wat versleten uit te zien. Er is nog slechts één van de twee bassins in gebruik. En, bij laag water ligt, door verzanding, de helft van dit bassin ook droog. De pontons hebben betere tijden gekend, de wasmachines zijn buiten dienst, de toiletten en douches, gevestigd in een op het water drijvend gebouwtje, hebben ook betere tijden gekend. Maar de terrasjes langs de haven waren goed gevuld in het weekend. En de marina was ook de goedkoopste om onze boot daar voor wat langere tijd te laten liggen.
Op 20 minuten wandelen, met zicht op de moderne architectuur van 1998 (want de meeste paviljoens waren blijkbaar gebouwd om ze, na de expo, een definitieve bestemming te geven), lag het indrukwekkende bus+metro+treinstation naast een megashoppingcenter. Vandaar was het gemakkelijk om met de metro naar Lissabon te gaan, en zo de oude stad nogmaals te bezoeken. Ons vorige bezoek was al 20 jaar geleden. Het viel toch op dat het oude centrum van de hoofdstad er veel minder verkommerd uitzag dan wat we er ons nog van herinnerden. Maar blijkbaar is de restauratie ( met geld van Europa) nog ver van afgewerkt, getuige daarvan de talloze gebouwen en monumenten, die nog in de steigers staan. Toch is Lissabon een zeer mooie stad, met veel getuigenissen van het rijke verleden. En met de oude stadswijk Alfama, om op een terrasje of op een binnenpleintje een kleinigheid te eten en naar fado te luisteren (‘s avonds wordt het dan meer een echte uitgangsbuurt, maar dit is minder aan ons besteed).
De volgende dag namen we dan de trein om Sintra te bezoeken. Ook één van de must-see plaatsen van Portugal, vooral beroemd omwille van zijn diverse kastelen en villa’s. Het stadje ligt immers relatief hoog in de bergen, waar de rijke Lissabonners in de zomer verkoeling konden vinden. Het was ook, al sinds de middelleeuwen, een verblijfplaats van diverse koningen, met kers op de taart het Palacio da Pena. Dit paleis werd in de 19 de eeuw gebouwd door de man van koningin Maria II, op de restanten van een 16de eeuws klooster. Het is echt typerend voor de romantisch-eclectische stijl van die periode, en deed ons onmiddellijk denken aan een ander megalomaan bouwproject van die periode: het slot Neuschwanstein van gekke koning Ludwig II van Beieren. Maar door de vele historische elementen, overblijfselen van het vroegere klooster, toch meer bezoekenswaardig.
Ook de tuin mag er zijn, met kilometerslange wegen en paadjes, ook volledig aangelegd in de romantische stijl, met prieeltjes, gebouwen, waterpartijen enz. Toch misschien één minpuntje: het kasteel ligt helemaal boven op de berg, wat dus een wandeling naar boven vereiste. Het bezoek aan het kasteel zelf, met zijn torens en vele verdiepingen, nam toch ook zeker meer dan 2 uur in beslag. Om terug te keren besloten we de andere ingang te nemen, een heel stuk lager, maar geen probleem, het was toch bergaf. Om, daar aangekomen, vast te stellen (want nergens een waarschuwing tegengekomen) dat, omwille van covid-toestanden en dus veel minder bezoekers, men had besloten om deze in-en uitgang te sluiten……moet ik zeggen dat er iemand van het gezelschap, bij het opnieuw opstijgen naar het kasteel om langs de andere kant naar de hoofdingang af te dalen, niet echt happy was en nog weinig spraakzaam?
Dan uiteindelijk toch nog in het oude centrum can Sintra geraakt, om een welverdiende pint te drinken. We vroegen een “grote” en een “gewone” pint. Op onze tafel kwam een kruik van bijna 1 liter en een glas van bijna een halve liter. Kostprijs: 15€.. . toch een beetje misbruik maken van de zeldzame toeristen! Maar het pint”je” smaakte wel🤪.
De resterende dagen hebben we blijvend geprofiteerd van het lekkere warme weer, Wat geluierd en de boot gepoetste tot we op 26/8 de taxi naar de dichtbij gelegen luchthaven namen voor de vlucht naar België. We zouden immers voor 16 dagen op “vakantie” gaan naar België. Onze terugvlucht naar Lissabon op 11/9 was ook al geboekt. 

18/8: Péniche – Cascais

Een zonnig, rustig tochtje van een kleine 50 mijl, waarover we ca 8 uur hebben overgedaan.  Volledig op motor na een vruchteloze poging om op zeil te varen. Rond 16u30 legden we aan in de haven van Cascais, “het Knokke” van Portugal (ligt op 30km van Lissabon). Aan de grootte van de boten te zien moest dit wel terecht zijn. Van een koppel Antwerpenaren, die we daar tegen het lijf liepen, kwamen we te weten dat de grootste boot, een prachtige Swan70, eigendom was van de CEO van IKEA. Kostprijs basisversie 28 mio, maar deze boot met alle mogelijke opties en snufjes kostte 45 mio. Moet er nog zand zijn? (Een paar dagen later zag ik op de parking een Bentley Convertible met Zweedse nummerplaat staan….).
Onze ligplaats was gelukkig aangepast aan de lengte van onze boot. De marina was zeer goed uitgerust, zoals te verwachten was, met volop horeca, die voor een keer wèl veel te doen hadden. Blijkbaar een beetje de place to be voor de locals. Er was daar overigens ook een verkooppunt van Porsche….
In de marina was er ook een zeimakerij gevestigd, en die waren bereid om een nieuwe rits in onze lazy bag te steken en de UV-band van onze genua te vervangen. Tot nu toe hadden we immers enkel met de kleinere fok als voorzeil kunnen varen, wat ons veel snelheid kostte als we wilden profiteren van het kleine beetje wind. 
We zijn 4 nachten gebleven in Cascais, met dus voldoende tijd om diverse malen het leuke oude stadje te bezoeken, te wandelen langs de kust en de stranden, tijdig een terrasje aan te doen en de fietsjes uit te halen voor een tochtje van ca 10 km naar Cabo Roca. Onderweg konden we nog de Boca do Inferno (de muil van de hel) bewonderen, een diepe kloof in de door water uitgesleten rotsen, waar bij ruwe zee het schuim wel 20 meter kan opspatten. Maar het was kalme zee, en we hielden het droog. Dat was echter minder toen we de westelijke zijde van de kust bereikten. Dit is sowieso een paradijs voor geoefende surfers, maar de zee was blijkbaar zo geweldig dat er zich geen enkele surfer op het water waagde. Maar het schouwspel van de brekende golven was indrukwekkend.
Hier is het ook de plaats waar de Sergio Hermans van Portugal hun culinaire kunsten kunnen botvieren, met dito Michelinsterren (en navenante prijzen, onder de 75€pp geraak je er niet buiten). Wij zijn echter ,na rijp beraad, nog iets verder gefietst tot het kleine dorpje Guincho, waar we een democratisch sardientje een een salade van inktvis hebben verorberd. 

17/8: Nazaré- Peniche

In de Reeds-Almanac hadden we gelezen dat de volgende haven, Peniche, slechts beperkte capaciteit aan ligplaatsen had. Maar alle telefoontjes om een plaats te reseveren waren vruchteloos, want nooit opgenomen, en de mailadressen die ik op internet had gevonden bleken allen onbekend te zijn. Bij de buren en bij de havenmeester kwamen we te horen dat de havenmeester van Peniche een ramp is, enkel doet waar hij goesting voor heeft, de weekends niet werkt ( en voor geen vervanging zorgt), enz. Ons probleem was dat de eerstvolgende haven,  na Peniche, Cascais is, en dit vanaf Nazaré meer dan 65 mijl varen is. We zouden het dan maar toch proberen in Peniche, en in het slechtste geval, indien echt geen plaats, doorvaren naar Cascais. Dus terug vroeg opstaan. 
Iets na 12 uur waren we dicht bij Peniche , na een tocht waar onze zeilen nauwelijks bij te pas kwamen, en pleegde ik nog een ultiem telefoontje. Dat onmiddellijk werd opgenomen, en waarin de havenmeester in behoorlijk Engels ons wist te vertellen dat hij voor ons nog een plaatsje had. Het mag dus ook eens meevallen zeker?
Bij het aanmeren aan het bezoekersponton werden we behulpzaam bijgestaan door een lid van de Guardia Civil, of beter de Guardia Nacional Republicana. Hij had ons zien komen en deelde ons mee dat hij na de lunch onze papieren ou komen controleren. Stress alom, natuurlijk, want met onze afgedrukte foto’s van onze vlaggenbrief en vergunningen zouden we zeker tegen de lamp lopen. Boetes van 150€ minimaal stonden ons te wachten. Enfin, so be it. 
( zeer laat) na de lunch stapte de brave man dan aan boord. Eerst een klapke, en dan de papieren invullen. Nu zou de miserie beginnen.
Toen kwam de anticlimax: de ( fotokopie van) de vlaggenbrief, verpakt in een plastiekomslag, bekeek hij nauwelijks, enkel het nummer van de registratie van onze boot had hij nodig, en voor de rest onze ID-kaarten. Al die moeite voor niets om mijn BIPT-vergunning via expreszending naar de Douro-Marina te laten opsturen (die toevallig pas juist vandaag daar waren aangekomen, zoals ik via hun mailtje vernam), via spoedprocedure een nieuwe vlaggenbrief aan te vragen, een halve dag te spenderen bij de politie voor een verklaring, …… 
Maar het was wel een gezellige babbel. En al die Portugezen zijn (terecht) trots op hun land. 
En dan hadden we nog meer dan voldoende tijd voor een lange wandeling door het mooie, pittoreske Peniche, met nog heel wat overblijfselen van de 17de-eeuwse verdedigingswerken en een volledig intact gebleven fort ( in de tijd van dictator Salazar gebruikt als politieke gevangenis), en een zeer kleurrijk visserskwartier. ( dit laatste was een tip van onze supervriendelijke havenmeester).
En dan barbecue. Het enige treffelijk eetbaars in de winkel waren een stel kippenbouten. Op de bbq zou dat wel lukken, mits voldoende geprepareerd. Maar dan bleek dat onze cocosbriketten en onze aanmaakblokjes toch iets te vochtig zijn geworden. Na een hele doos superlange lucifers te hebben opgebruikt, vergezeld van de nodige stress, en dit versterkt door de constructieve kritische aanmoedigingen (is dat goed vertaald?) van Ann, toch na één uur de bbq in gang gekregen. En het uiteindelijke resultaat was heerlijk. Maar toch een paar leerpunten voor de volgende keer (en vooral drogere aanmaakblokjes)

16/8: een dagje Nazaré 

Was het de vakantiesfeer van de badplaats of gewoon het uitnodigend zonnetje? Geen idee, maar we besloten een dag langer in Nazaré te blijven. Eerst nog gekke plannen om met het openbaar bijvoorbeeld Obridos te bezoeken, maar het was zondag, en het was ondoenbaar om daar te geraken én terug te keren. Dus maar in. De haven gebleven, de blog geactualiseerd, de boot had dringend een poetsbeurt nodig en er was een berg was af te werken. Vervelen doen we ons immers nooit. En dan toch een lange wandeling door het oude gedeelte, waar we nog zeer goed de sfeer van het oorspronkelijke vissersdorp konden opsnuiven, tussen de buitenhangende was ( en de geur van wasproducten). Maar toeristen ( inlandse) waren er ook hier genoeg. 
Kortom, een welgekomen snipperdag, zonder meer.

Van Baiona naar Nazaré


15/8: Figueira da Foz – Nazaré

‘s Morgens stonden we op in dichte mist. Gelukkig begon het na een uurtje wat uit te klaren, zodat we dan toch rond 9u30 de haven durfden te verlaten, bij een zicht van zo een 100 meter. Pas een uur later begon de zon door de mist te breken, en werd het stilaan weer zonnig. De wind kwam pas heel wat later zodat we pas na de lunch de zeilen konden hijsen en de motor afleggen. Geen dolfijnen, maar ook geen enkele andere boot te zien. 
In de vooravond kwamen we aan in de kleine jachthaven, met juist genoeg plaats om aan te leggen. We hoorden weer bij de grootste boten. 
Nazaré is een populaire badplaats, met een uitgestrekt zandstrand en gekend voor zeer hoge golven, een paradijs voor surfers ( gelukkig was de zee superkalm op het moment dat wij binnenvoeren). Het heeft blijkbaar ook een klein gezellig centrum, maar het was er zo druk, dat we wijselijk iets aan de dijk zijn gaan eten, en het bezoek aan het centrum voor de volgende (rust)dag hebben bewaard.

14/8: Aveiro – Figueira da Foz.

Eerst nog naar stad om wat inkopen te doen én om een koffietje te drinken. Want dat was de enige manier om sanitair te vinden. En dan onder lage bewolking met nu en dan wat zon, maar met iets te weinig wind op motor en zeil naar de volgende haven. Rustige marina, met treffelijke voorzieningen, maar het stadje was niet echt een bezienswaardigheid. 


13/8: Porto – Aveiro.

Zonnige dag. Vroeg opgestaan, omdat we toch meer dan 40 mijl voor de boeg hadden. Eerste stuk op motor, en dan voor de rest op zeil, met 8 knopen ruime wind een gezapige 4-5 knopen. En DOLFIJNTJES! Die rond onze boot opsprongen en er onder doken. Keer op keer. Prachtig schouwspel. Wel drie keer zijn we zo een groepje tegen gekomen.
Rond 14u voeren we dan de Ria in, naar Aveiro. Met stroom tegen deden we toch anderhalf uur over de laatste 4 mijl.  De “marina” ligt een heel eind varen, over de commerciële haven en de scheepswerven, verder het land in, langs zoutwinningsplassen. Zeer rustig en dicht bij het stadje. Ook de marina was zeer rustig: een 20-tal boten, langs een langgerekt ponton langs de oever. Maar er kwam iemand naar ons toegelopen, in het portugees schreeuwend en met handen zwaaiend. We meenden te begrijpen dat er geen plaats voor ons was. We hadden nochthans gisteren nog getelefoneerd en gereserveerd. Er kwam er nog een andere local bij, die wel engels sprak, en na wat gepalaver mochten we aanleggen naast een wrakkige zeilboot, ontdaan van mast en die er blijkbaar al meer dan 5 jaar onaangeroerd bleef liggen. Oef, want terug de Rio weer afvaren en nogmaals 40 mijl naar de volgende haven zagen wij echt niet meer zitten. Het “kantoor” van de havenmeester was in feite een cafeetje ondergebracht in een voor de rest vervallen vissersloods. Havengeld was dan ook navenant (17€) en een pint kostte maar 1€.  Eén probleem: de havenmeester-cafébaas werkt maar halftime, van 14u tot 20u. En daarbuiten is zijn kantoorcafé gesloten. En dus ook het sanitair. We zullen dus moeten plannen.
Daarna 10 minuutjes wandelen naar het stadje, dat de naam “ klein Venetië” draagt, omdat het doorsneden wordt door een drietal kanalen, waar toeristenbootjes, die op afstand wat lijken op gondels, onder de talrijke bruggetjes rondvaren. Toch leuk om te zien.

12/8: nog een beetje Porto (met grote P)

De laatste dag in Porto. Veerboot en tram. Kathedraal bezocht. Gewandeld en gewinkeld. In de late namiddag met taxi terug naar de boot (onze stappenteller was tevreden met ons werk, onze voeten iets minder).
‘s Avonds gaan eten in de bar van de voetbalclub in het centrum van het dorp. Blijkbaar zeer populair, want bijna volzet. En de vis op de bbq was superlekker en goedkoop. Meer moet dat niet zijn.

11/8: Porto en porto

Ongelofelijk, maar na 5 dagen Porto hadden we nog geen slok porto gedronken. Vandaag zouden we dat goedmaken. Met de veerboot en het trammetje terug naar de kaden, en dan over de ijzeren brug naar Vilanova da Gaia. We hebben 3 huizen bezocht: Calem, Kopke en Burmester. Uiteindelijk vonden we de 10 jaar oude Tawny van Calem de beste. Gelukkig had ik een grote rugzak mee…..
Volgeladen dan een uurtje te voet ( te laat voor het veerbootje) terug naar de marina gewandeld. En aan boord lekkere verse vis met zelfgebakken frietjes.

10/8: bezoek aan Coïmbra

Terwijl België kreunde onder een hittegolf, werden we ‘s morgens opnieuw wakker onder een grijze, mistige hemel met een luttele 18 graden. In tegenstelling tot de vorige dagen, bleef het ook lang grijs in het binnenland, ook in Coïmbra. Deze stad stond ook op must-see-lijst. Het bezoek startte in de benedenstad, bij een normaal zeer drukke winkelstraat. Maar nu met veel minder volk en wellicht 50% leegstand. As usual. Maar dan ga je omhoog, door de smalle straatjes, naar de historische binnenstad. En dan begrijp je dat Coïmbra ook tot UNESCO-werelderfgoed is verklaard. Maar dan wel met een hoek af. De invloed van de studenten is overal merkbaar. Een stukje anarchie is hier niet ver weg. En onze stappenteller deed weer overuren. 

9/8: het Dourodal.
Vraag was hoe we het Dourodal met de auto konden verkennen. We dachten goed te doen om met de auto hetzelfde parcours te volgen, maar dan langs de oever, als al die toeristenbootjes die hun klanten een “dagcruise in de Dourovallei” verkochten. Het was een tocht van ca 100 km, waarover we ca 7 uur hebben gedaan, fotostops ( want soms echt adembenemende zichten op de Dourovallei) en lunch inbegrepen, langs een provincieweg met veel bochten, afdalingen en beklimmingen, soms naast de Douro, maar soms ook door de bergen, en op het einde ook door de eerste wijngaarden. Het einddoel was het stadje Peso de Regua, ook het einddoel van de bootcruises. Was niet veel soeps. Er met de auto doorgereden en dan zonder uit te stappen de terugreis aangevat. Ook hier gold dat niet het einddoel, maar de tocht er naar toe het belangrijkste was.
NB: pas 2 dagen later hebben we vernomen dat de echte tocht door de Dourovallei pas begint bij Peso de Regua (dus pech voor al die boottoeristen, maar ook toch een beetje ook voor ons). Nu begrijp ik waarom we nergens een mogelijkheid hebben gekregen om een wijngaard annex wijnkelder met bijhorende proeverij te bezoeken. 


8/8: Bezoek aan Amarante, Guimarães en Viano do Castelo.


We verlieten Porto onder een grauwe, killige lucht maar 10 km verder was het zonnetje er al en steeg de temperatuur naar 30 graden. Dat zou voor de volgende 3 dagen steeds het zelfde scenario zijn. Het ontbijt namen we in Amarante, in het oude centrum. Amarante is een drukke, moderne stad met 70.000 inwoners, maar het kleine historische stadscentrum, aan beide kanten van de rivier, is volledig intact gebleven. Het was de stop meer dan waard. In één van de historische gebouwen is zelfs een Relais et Châteaux gevestigd. 
De pièce de résistance van de dag was echter Guimares, UNESCO-werelderfgoed. Eén van de mooiste steden van Portugal, waarvan de prachtige gebouwen meer dan 10 eeuwen overspannen. Een fort uit de 10de eeuw domineert vanop een heuvel het oude centrum, dat vol staat met herenhuizen, paleizen en ontelbare kerken ( het katholieke Portugal heeft overal zijn stempel gedrukt) in een wirwar van straatjes en steegjes en waar het heerlijk toeven is op een terrasje van één van de vele pleintjes. 

Tenslotte nog gereden naar Viano do Castelo. Dat was het stadje waar we in de marina geen plaats voor onze boot hadden gekregen. Het stadje is inderdaad mooi en toeristisch, maar valt in het niet als je van Guimarães komt. En een wandeling naar de kleine marina bevestigde inderdaad wat we hadden vernomen: alle plaatsen voor iets grotere boten ( voor één keer mochten we onze boot tot de grotere rekenen) waren ingenomen. Het temperatuursverschil van 10 graden ten opzichte van het binnenland maakte korte metten met onze wandeling en snel reden we terug naar de marina.

7/8: Een dagje Porto.
Eerst met een klein veerbootje de Douro overgestoken en dan met een antiek electrisch trammetje naar de kaden van het prachtige oude Porto. In de voormiddag onder een stralend zonnetje dit oude stadsgedeelte bezocht, wat heerlijke tapa’s gegeten in restaurant Jimao en dan het hogergelegen deel bezocht. In het centrum werden we aangesproken door een louche uitziend type, die vroeg of we cocaïne of marihuana wilden kopen. Zien wij er echt zo een types uit??? In de vooravond dan met de metro naar het grote, wat buiten het centrum gelegen station getrokken om een huurauto op te halen. We gaan 3 dagen het binnenland in trekken.

6/8: Povoa de Vazim – Porto (Douro Marina)

Het was maar 3u varen, wel volledig op motor want nauwelijks wind. Maar wel een zonnig tochtje. De Douro Marina is een relatief recent aangelegde haven, met ook hier veel ambitie, die echter niet echt wordt ingevuld. Een groot modern gebouwencomplex, met veel leegstaande handelsruimtes. Maar met treffelijk sanitair, dat niet was gesloten.
We kregen een plaats aangewezen aan een groot ponton, weeral tussen 50-en-
meer-voeters. Ons minderwaardigheidscomplex werd nog verder aangescherpt, want toen ik in het bureau meldde dat we voor vijf dagen zouden blijven, vroegen ze vriendelijk of we het niet erg zouden vinden om naar een kleiner ponton te varen, want de plaats waar we nu lagen zouden ze liever vrijhouden voor grotere boten……ge moet uw (lig)plaats kennen in deze wereld.
De marina lag wel aan de monding van de Douro, maar toch nog een paar kilometer verwijderd van Porto. Het aanpalend dorpje was Afurada, een vissersdorp met een kleine gezellige dorpskern met heel wat horeca. Toen ik wat boodschappen had gedaan, hoorde ik in het terugkeren fadoliederen, gezongen door een vrouw in een schort, wellicht een winkelierster van de markthal. Maar ze had een prachtige stem! Ze zong voor een klein groepje Portugezen, die op het terras van een klein cafeetje zaten. Omdat ik applaudisseerde riepen ze mij bij hen, en nadat we met mekaar kennis hadden gemaakt moest ik plaats nemen, want de zangeres zou speciaal voor mij nog wat verder zingen. En trakteerden ze mij met een lokale (plakkerige) likeur. Het gemoedelijke en gastvrije Portugal in het echt.

5/8 Baiona – Povoa de Vazim

Uiteindelijk zijn we 5 dagen in het mooie Baiona gebleven. Gewandeld, geluierd, wat geklust, van het zonnetje genoten en met onze tenen nogmaals de temperatuur van het water gemeten. Het zou misschien te doen zijn geweest om te zwemmen, maar we hielden niet echt van die algen en zeewier. Enkel onze tenen zijn dus nat geweest. En, oh ja, de eerste dag heb ik mijn rugzak op een terrasje laten liggen, en het pas de dag daarna gemerkt. Terug naar dat terrasje, maar rugzak was weg. Op zich was het niet zo erg, want er zaten geen bril of portefeuille of iphone in. Maar we hadden juist ingecheckt in de marina, en ons volledig stel boorddocumenten zaten er nog in. Gelukkig hadden we foto’s of mails van de meeste documenten. De supervriendelijke medewerkers van de marina hebben die voor ons afgedrukt, zodat we het hiermee voorlopig verder zouden mee doen. Onmiddellijk contact opgenomen met de FOD Mobiliteit en de BIPT om nieuwe stukken te krijgen. En dan nog een halve dag gespendeerd om aangifte te doen aan de Guardia Civil, zodat we ook een officiële  verklaring zouden hebben, indien nodig. 

En zo zijn we dan de 5de, vroeg in de morgen vertrokken naar onze eerste Portugese haven, Povoa de Vazim, op 53 mijl. Want de haven daarvoor, het blijkbaar mooie Viano do Castelo, had geen plaats voor onze boot. Het werd een zonnig tochtje, vooral motorzeilend, want enkel op zeil zouden we er voor het donker niet geraken, wegens te weinig wind. Het enige boeiende was het voortdurend speuren naar boeitjes van vissersnetten.  En toch hebben we eentje geraakt, maar gelukkig zonder pobleem: geen netten in onze schroef maar de boei, uit isomo, heeft het contact met onze schroef niet overleefd. Alweer een visser die het niet begrepen zal hebben op de zeilsport. 
De wind begon pas (zeer snel) op te steken toen we de haven binnenvoeren. Gelukkig werden we bij het aanleggen geassisteerd door 2 leden van de marina.
Povoa de Vazim heeft een tamelijk aantrekkelijk klein oud centrum, met een paar mooie pleintjes, maar is vooral een drukke badplaats, met een hoog Blankenberge-gehalte. Toch hebben we in de binnenstraten, op aanraden van een koppel Belgen uit Oost-Vlaanderen, waarmee we aan de praat waren geraakt, van een eenvoudig maar superlekker visdiner kunnen genieten in een restaurant voor de locals. Toen we rond 19 u binnenstapten waren we de enigen, wat toch onze wenkbrauwen deed fronzen. Maar tegen dat we aan de tweede schotel waren begonnen zat het nagenoeg vol. En dat alles voor nauwelijks 30€.

31 juli: Vigo – Baiona

Baiona is de laatste treffelijke haven vòòr Portugal. 15 mijl verwijderd van Vigo, spijtig genoeg volledig op motor met nauwelijks een zuchtje wind (1-3 knopen). Na een frijze start kwam het zonnetje snel te voorschijn en zou ons vandaag niet meer verlaten. Tegen de middag aangekomen. Baiona is een sympathiek badplaatsje met een mooi oud centrum. En de jachthaven Monte Real Club is zeer mooi, goed uitgerust, gelegen aan de voet van een rotsig schiereiland waarop het fort Montereal, nu een parador, ligt te pronken. En er was hier veel pronk te zien: het clubrestaurant, een prachtig gebouw met kasteelallures wordt uitgebaat door de parador en de boten naast ons waren allemaal Boten met hoofdletter B. Gemiddelde lengte 50 voet. Velen zouden niet misstaan in St-Tropez of Monaco. En dan was onze 37-voeter hier een lilliputterke. 

Maar ondanks alle pronk waren de douches niet open, wegens Covid-19. Die pronkboten hebben natuurlijk allemaal hun eigen ruime badkamers en hebben daar geen last van. Wij hebben dus ook maar noodgedwongen voor het eerst onze eigen binnendouche in werking gesteld. En dit ging wonderwel goed. Weeral een ervaring rijker. Moeten er wel rekening mee houden dat een douchebeurt van ons beiden een kwart van onze watervoorraad verbruikt. 

Gezien de weersvoorspellingen zullen we hier wel nog een aantal dagen blijven. Windstoten van meer dan 40 knopen zijn niet echt leuk.

30 juli: Vigo

Opgestaan met een grijze hemel. En de zon zouden we vandaag maar in heel beperkte mate te voorschijn zien komen. (“Misschien goed dat we niet naar Isla de Cies zijn gegaan” – hoe nen mens zich toch gemakkelijk kan troosten). Tijd genoeg om Vigo te bezoeken, een grootstad met meer dan 300.000 inwoners, met veel winkels (het meestvoorkomende merk is hier Se Alquiler) . De Mercado da Pedra stond in de gids vermeld als de markt, waar de oestertenten in de buurt hun waar kochten. Die oestertenten zijn er nog steeds, maar moeten wellicht naar de lokale Makro gaan, want de Mercado de Pedra is een stoffig, grijs en potdichte aangelegenheid. Maar we hebben dan toch ( lekkere) oesters geproefd. Op het einde van de wandeling toch een paar mooie plekjes ( = terras) gevonden in de oude buurt. Maar conclusie was toch dat Vigo toch niet echt the place to be is.

29 juli: Combarro – Vigo

Vandaag was Vigo onze bestemming. 25 mijl varen.  8 ( en afnemend) knopen wind van achter. Een poging tot vlinderen werd door onze zeilen beantwoord met wat gefladder. Stoute zeilen terug ingenomen en op motor verder, in een stomende hitte, die nauwelijks door dat zuchtje wind werd getemperd, richting Vigo. Het zou morgen op de Isla de Cies, dat vòòr de kust van Vigo licht, en tot de mooiste stranden van de wereld wordt gerekend, zalig genieten worden. Rond halftwee meerden we aan in de Marina de Vigo, naast de vissershaven en pal in het centrum. Prachtig hoofdgebouw, gebouwd in 1945 in de stijl van een pakketboot met veel ornamenten, koper en hout, en veel personeel, maar het sanitair was terug eerder basic, en de douches enkel geschikt voor exhibitionisten. Dus niet voor ons, preutse westvlamingen. 

In de latere namiddag dan naar het kantoor van de ferrymaatschappij Mare de Ons, om tickets te kopen voor Isla de Cies. De douches van de club hadden we niet meer nodig en bij dit hete weer misschien ook welkom, want hier kregen we een koude douche. Het eiland mag maximaal 1.800 bezoekers per dag ontvangen. Die moeten zich vooraf op een overheidssite registreren, en ontvangen dan een unieke code waarmee ze een ticket kunnen kopen. We hadden daar iets van gehoord via Guy van de Mafre, maar hadden gedacht dat dit, gezien het tot nu zeer kalm toeristisch gebeuren, zulk geen vaart zou lopen. Neen dus: eiland volzet tot 8 augustus……. We hadden dus voor niets twee dagen geboekt en betaald in de marina.  Dan maar een beetje door het oude stadsgedeelte van Vigo, de oude vissersbuurt gewandeld . Niet veel soeps. Morgen zouden we meer tijd, en goesting hebben om de stad te bezoeken.

28 juli: dagje Pontevedra.



In de reisgids lazen we dat het dichtbijgelegen provinciehoofdstadje Pontevedra 1 ster had (“ interessant als u in de buurt bent”). En wij waren in de buurt, op fietsafstand ( ca 10 km).
Mooi fietstochtje, grotendeels langs de Ria, en met frisse hellingen, die ons eraan herinnerden dat we electrische fietsjes hadden. Waarvan we dankbaar gebruik maakten.
Het stadje Pontevedra was echt deze moeite waard. Oorspronkelijk was dit een drukke, rijke  havenstad, maar in de 18de eeuw was die onbruikbaar geworden door verzanding van de Ria. Door het stilvallen van het belangrijkste economische leven, werd het een sluimerend stadje, dat juist hierdoor haar 18de eeuws karakter heeft behouden. Beetje hetzelfde lot als wat Brugge een paar eeuwen daarvoor is overkomen. Het was dus ook zalig ronddwalen door de nauwe straatjes, veelal onder lommerrijke arcaden, en met zicht op mooie balkons, torentjes, wapenschilden, enz. En daar boven op een lekkere betaalbare lichte lunch op het terras van de taperia Xantar, op de Praza de Lena. Het staat terecht in de Guide Michelin !
In de late namiddag dan terug naar Combarro, want ook dit stadje heeft zijn charmes. Er zijn inderdaad enkele nauwe, eeuwenoude straatjes, waar je zo kunt in verdwalen. Maar de charme verdween achter hordes (spaanse) toeristen, restaurants en bars die die toeristen wilden binnenlokken en souvenirwinkeltjes met overal dezelfde ( in China gemaakte) brol. We hielden het snel voor bekeken. De Arwen heeft ook zijn charmes.