1 juni Naoussa – Naxos
Ook in Naxos hadden we een plaats kunnen reserveren zodat we het rustig aan konden doen, zonder “havenstress”. Nog wat gewandeld in Naoussa en dan rond de middag uitgevaren. Tien mijl, deels gezeild.
Naxos was voor ons een verrassing in positieve zin. Allereerst een treffelijk uitgeruste haven, met zeer behulpzame marinero’s, en weinig geschommel van in- en uitvarende ferries. Maar het stadje zelf is een juweel, gelegen tegen een heuvel en bekroond met de resten van een Venetiaans fort, dat nu echter grotendeels de plaats heeft moeten innemen voor grote huizen. En straatjes waar je dagen in kunt ronddolen. Maar goed ook want wegens de opnieuw opgekomen wind zouden we hier 4 nachten blijven liggen.
2-4 juni Naxos.
De eerste dag waren we zoet met het verkennen van het stadje en de haven. Onze stappenteller deed weer overuren.
Voor de tweede dag hadden we terug een autootje gehuurd. Zo konden we een paar bezienswaardigheden op dit wondermooi, boeiend en groen eiland bezoeken. We lieten ons hierbij een beetje inspireren door de route van de toeristenbussen. In het begin was dat niet echt een goed idee, want toen wij als eerste stop de tempel van Demeter bezochten, waren wij daar niet echt alleen. De bussen en huurauto’s stonden bijna in file. En ook aan de kassa moesten we aanschuiven. En zelfs in de ochtend was het al heet. Mooie, deels gerestaureerde (resten van een) tempel. Dat wel.
Dan doorgereden naar Chalki, de vroegere hoofdstad van het eiland. Nu een slaperig dorpje, dat wel elke voormiddag wordt overrompeld door dat diezelfde bussen en huurauto’s. Na een eerste wandeling, vonden we nog een plaatsje op het terrasje van, wat wij dachten het enige cafeetje van het dorp. Een oude typische taverna. En ook aan de overkant hadden ze tafeltjes en stoelen op het voetpad gezet. Mooi zicht: aan de ene kant waar wij zaten, zat het vol toeristen. Aan de overkant waren de tafels bezet door de ouderlingen van het dorp die nipten van hun koffietje en hoofdschuddend neerkeken naar het dagelijks schouwspel van die toeristenkudde.
Pas toen we onze wandeling door het dorp verderzetten ontdekten we waar al die toeristen naar toe gingen. De eerste zijstraat die we introkken, was volgestouwd met horecazaken en toeristenwinkels. Plus een oude distilleerderij waar we van een overigens lekkere citroenlikeur konden proeven.
We dachten nog om te wandelen naar het byzantijnse kerkje Agios Georgios, maar na een tijdje merkten wij dat de bewegwijzering, die wij volgden, die waren van een wandeling van 6 km. Dan maar op onze stappen teruggekeerd.
Volgende stop was Filoti, waar we in het kleine centrum van dit, eveneens toeristisch dorpje een lichte lunch aten op een pleintje in de schaduw van oude platanen. We zaten daar niet alleen.
Daarna naar Apiranthos, een wit bergdorp op een hoge heuvel gebouwd. We zijn tot boven gegaan, door een warboel van straatjes en trappen. En in die warmte. Om wat te zien?
Onze dag geëindigd op het strand van Agia Anna, niet ver van Naxos. Geen zin om ons badpak aan te trekken en enkel onze voeten eens in het water gestoken. Misschien morgen toch eens gaan zwemmen?
Maar de volgende dag bleef het ook bij wandelen. Het waaide nog te veel om te zwemmen, of was dit meer een “excuus”?
5 juni: Naxos – Eiland Rhenia bij Mykonos, althans dat was de bedoeling, maar het werd de baai van Azolimnos bij Spiros. Weeral een verhaal!
In de voormiddag verlieten we het mooie Naxos. Het plan was om voor anker te gaan bij het eiland Rhenia, rechtever Mykonos. Zonnig weer en een mooie halvewindse wind. Dus op zeil. De wind begon echter langzaam in de verkeerde richting te draaien. Ofwel opkruisen naar Rhenia ofwel motor aan. We kozen voor het laatste, want dan konden we nog voor lunchtime voor anker gaan. Motor aan. En ik hoorde een iets anders geluid dan normaal. Vlug gekeken naar de uitlaat van de waterkoeling. Geen uitstromend water! Dus geen koeling. Onmiddellijk motor uit! Wellicht probleem met de impeller, de schroef die het water uit zee naar de motor pompt. Ik ben geen technicus, verre van zelfs. Maar de cursus van de zeevaartschool van 20 jaar geleden kwam nu van pas. En ik had een set van reserveonderdelen aan boord. Dus eerst een veilige halvewindse koers gekozen, op autopilot, met verminderd zeil. Ik mocht immers niet rekenen op de stuurmanskunsten van het panikerende andere bemanningslid. Dan naar de motor. Impellerkap losvijzen (op een schommelende boot is zelfs het losvijzen van 6 schroefjes echt niet gemakkelijk). En inderdaad, de impeller was stuk. Bij de nieuwe impeller stak ook een beknopte handleiding die ik nauwgezet volgde om geen fouten te maken. En uiteindelijk, na een uur, was de klus geklaard, zat de nieuwe impeller op zijn plaats en konden we de motor starten. Geen succes, nog geen koeling. Ook niet toen we eerst water in het koelsysteem toevoegden. Geen koeling. Terug motor uit.
Met de huidige wind konden we nu het best richting Syros varen. En intussen tijd genoeg om een oplossing te vinden. Eerst een telefoontje naar de havenmeester. Maar dat was zonder succes. Het enige wat hij wist te zeggen was dat wij zonder motor zijn haven niet mochten binnenvaren wegens te druk ferry verkeer. Geen advies of hulp. OK dan.
In de Navily reviews over Syros gedoken en daar stootte ik op het telefoonnummer van een blijkbaar goede technieker. Veel telefoontjes later bleek dat we best weer verder zouden zeilen naar de baai van Azolimnos, ten zuiden van de haven en daar voor anker zouden gaan. Dan zou de technieker daar eventueel aan boord kunnen komen met behulp van onze dinghy. Het ankermaneuver zonder motor lukte wonderwel, het was gelukkig ook kalm weer. En we hadden alles mee voor een BBQ aan boord. Intussen was het andere bemanningslid genoeg gekalmeerd – oei, zo weinig vertrouwen in haar kapitein – zodat het al bij al nog een gezellige avond werd. En kregen we een telefoon van de mechanieker dat hij morgenochtend samen met een bevriende visser onze boot, voor een zacht prijsje, naar de marina van Syros zou slepen.
Zaterdag 6 juni Azolimnos – Syros (Ermoupolis)
En inderdaad, in tegenstelling tot veel Griekse ervaringen, kwam er zoals afgesproken om 8u30 een vissersbootje de baai ingevaren. Het slepen ging zeer vlot en een half uurtje later lagen we langs zij van één van de kades van de desolate, nooit afgewerkte marina van Ermoupolis, de hoofdstad van Syros (en van de Cycladengroep). De herstelling ging zeer vlot. De impeller, die ik had vervangen, was OK. De waterpomp werkte naar behoren. Maar bij het onderhoud van de motor had de technieker van Asprakis de waterslang niet voldoende hard aangedraaid. Die was dus losgekomen, zodat de waterpomp lucht zoog in plaats van water. Prutsers. Daar zien ze ons nooit meer. Gelukkig viel de kost van slepen en herstellen zeer goed mee. En hadden we tijd om een gezellig klapke te doen met de 80-jarige vader van de technieker die voor hem optreedt als tolk en die nog in vorige tijden in Antwerpen in de haven voor Siemens had gewerkt. Bij het afscheid kregen we zelfs nog 5 pakjes met Grieks snoepgoed mee. Heerlijke mensen.
En zo hadden we nog voldoende tijd om de stad Ermoupolis te bezoeken. Het oude, wondermooie centrum lag op een klein halfuur wandelen van de marina. En we merkten vlug dat Ermoupolis een echte stad was met luidruchtig en zenuwachtig autoverkeer en een zeer drukke ferryhaven. Gelukkig was de historische kern autovrij. We hebben er de hele dag gekuierd in de straatjes, zelfs een beachbar aangedaan, intussen genietend van de alomtegenwoordige zestiende eeuwse Venetiaanse architectuur.
We kozen om ’s avonds te gaan eten in La Maison de Mezze. De weg via Google Maps uitgestippeld. Het was maar 20 minuutjes stappen. Maar Google houdt geen rekening met reliëf. Na 40 minuten en 600 treden later arriveerden we op onze bestemming, prachtig gelegen, (zeer) hoog boven de haven. Super lekker gegeten! Allemaal kleine hapjes voor betrekkelijk weinig geld. Maar terug naar de marina was wel met taxi. Meer dan 20.000 stappen was genoeg voor vandaag.
Zondag 7 juni: Syros – Tinos
Een mooie, zonnige dag en met een halve windse koers het grootste deel van de tocht naar Tinos op zeil. De haven van Tinos is groot, goed uitgerust, gezellig en de ligplaatsen spotgoedkoop. Maar goed ook want er komt alweer een nieuwe Meltemi op ons af. We zouden hier 5 dagen moeten blijven.
De eerste 2 dagen konden we vullen met wandelingen in het stadje. Tinos is een bedevaartsoord, met de mooie klooster Panagia Evangelistria waar een of andere heilige icoon wordt aanbeden. En waar vrouwen op hun knieën de lange reeks trappen beklommen, gelukkig liggen er tapijten. Enfin, zot zijn doe geen zeer, maar hun knieën wel.
Dinsdag 9 en woensdag 10/6 hadden we een auto gehuurd om het boeiende Tinos te verkennen. De foto’s maken duidelijk dat dit Cycladisch eiland nog grotendeels ongerept is gebleven, met nog geen toeristische kaalslag en veel kleine charmante dorpjes. Onze favorieten waren Kardiani en Volax. En in de haven lazen we ’s avonds 40 knopen op onze windmeter.
Donderdag 11/6 was weeral een pechdag. Uit onze kranen kwam geen water. De pas gevulde watertank was leeg. Een lek, geen twijfel aan. Maar toen ik overschakelde op de tweede tank ook geen water! Was de waterpomp oververhit geraakt wegens geen water? Ze was blijkbaar een groot deel van de nacht blijven pompen, maar door onze efficiënte oordoppen hadden we er niets van gehoord. Het was Ann, die in de vroege ochtend was opgestaan, die de pomp had horen zoemen en ze had uitgeschakeld. Eerst met de bilgepomp al het water terug naar buiten gepompt en intussen het andere bemanningslid wat gekalmeerd. Het laatste was moeilijker dan het eerste. Van waterpompen ken ik geen snars. Via de havenmeester een technieker gevonden, die er zeer snel arriveerde. Pomp getest. Pomp gedemonteerd en meegenomen voor revisie. Na een uurtje terug. Pomp was in orde. Gemonteerd. Gestart. Geen water. Gelukkig had ik het vloergedeelte boven de bilge pomp nog niet terug op zijn plaats gelegd. En zag ik het water terug in de bilge stromen! De pomp werkte dus, maar pompte het water rechtstreeks in de boot, en juist de enige plaats in de boot waar ik door tijdsgebrek nog niet naar had gekeken, op zoek naar een lek, bleek de plek van het onheil te zijn. Onder het keukengedeelte was de dichtingsring van de waterleiding losgekomen. In 2 minuten was de klus geklaard en was alles weer OK. En betaalde ik nogmaals een technieker.
In de namiddag , de Meltemi was intussen wat geluwd, met de fietsjes naar het strand. Waar het terug niet verder kwam dan natte voeten. Het zeewater was nog niet warm genoeg naar onze goesting. Verwende nesten !
