Zondag 3 mei Poros (of niet?)
Terug een koude ochtend met nog steeds veel (te veel) wind. En onder het havenpersoneel verwarring alom. Chaos is inderdaad een Grieks woord. Moeten we nu weg of niet. Beste strategie is om niets te vragen, ons van krommenhaas te houden en af te wachten. De helft van de parkerende boten hieven het anker en voeren weg. Wij bleven. Geen reactie uit de haven. En dan gebeurde het totaal onverwachte: de haven liep stilaan weer vol met andere boten, meestal van flottieljes en konden ongestoord aanleggen. En kregen wel te horen dat ze morgen ten laatste tegen 9u terug moesten uitvaren. Geen probleem voor ons. Dat was immers ook ons plan. (En diep van binnen had ik wel gedacht dat het zo ging uitdraaien)
Maandag 4 mei Poros – Lavrio Zonnig Geen wind.
Om 8u de trossen los. We hadden 7u varen voor de boeg. Geen golven onderweg. Maar ook geen wind. Rustig op motor de Saronische Golf doorkruist naar Lavrio, aan de ZO-kant van het vasteland.
We waren eerst van plan om voor anker te gaan in de baai van Kaap Sounion, maar toen we daar rond 14u aankwamen lagen er maar 2 boten.

Terecht, want nu was de wind dan toch wat opgekomen. De zon was wel aanwezig maar had de boel nog niet kunnen opwarmen. We hadden weinig zin om op een schommelende boot koude te lijden. Dus besloten om door te varen, een uurtje verder, naar de Marina van Lavrio (Olympic Marina) waar we door de marinero’s zeer goed werden begeleid naar een ponton om aan te meren. Na de drukte van Poros was de rust hier een verademing.
En ’s avonds prima gegeten in Kaleo, het restaurant van de marina.
Dinsdag 5 mei Lavrio – Olympic Marina
Mooi zonnig weertje. Ideaal voor een nieuwe wasdag. Volgens Navily beschikte de marina over een self-wash. Daarom hadden we deze haven gekozen, alhoewel die aan de dure kant was (57 €/nacht). Maar je kon het raden: geen wasautomaat.
Alternatief snel gevonden: alle was in een reiskoffer en met taxi (5 € / rit) naar het stadje Lavrio, 2km verderop. Waar we passeerden langs de mooie kade waar veel zeilboten waren aangemeerd. Ok, minder luxe maar aan een fractie van de prijs van de marina. En dichtbij de wasserette. Weeral bijgeleerd. Goed voor de volgende keer.
Het wassen en drogen nam toch snel een paar uurtje in beslag. Tijd voor een eerste verkenning van het aangename, horeca-rijke centrum.
En na het wasje en plasje, gaan eten in het restaurant van de vismarkt. Lekker en spotgoedkoop.

Het heeft gesmaakt.
In de latere namiddag terug naar de boot. En van de gelegenheid gebruik gemaakt om te informeren of we hier onze boot in de zomer konden achterlaten. De vijf aanwezige bureaucraten konden geen antwoord geven. Ik moest mijn vraag via mail naar hen sturen. Die Grieken toch.
Woensdag 6 mei Lavrio – Korissia op Kea 16,7 mijl
Onze eerste kennismaking, althans met onze eigen boot, met de Cycladen. Op motor op een rimpelloze zee. Van 9 tot 12u. We treffen een compleet lege haven aan.

Ann maakte zich al ongerust of het misschien verboden zou zijn om aan te meren. Neen dus. En toen we op anker de kade naderden stond Andreas van restaurant Nisos al paraat om ons te helpen bij het aanmeren. En om reclame te maken voor zijn restaurant. Overigens zeer lekker, met een paar originele toetsen, maar relatief prijzig. Hadden we ’s avonds kunnen ondervinden. En gelukkig konden we binnen zitten, want ’s avonds is het buiten nog steeds te koud.
Donderdag 7 mei: Korissia op Kea.

Boot wat gekuist want die had blijkbaar vannacht gediend als openbaar toilet voor de zeemeeuwen. En 34 € havengeld (voor 2 dagen) betaald aan de havenmeester.
Het was aangenaam zonnig tot 25 graden met een beetje wind. Ideaal voor een wandeling naar het wat verder gelegen Vourkari aan de andere kant van de baai. Zo geraakten we vandaag weer aan onze 10.000 stappen. Er lagen daar een 15-tal boten zowel aan de kade, aan een boei of op anker. En de pint op het terras was van de dure kant.
Toen we terugkwamen lag de kade van Korissia quasi volzet. Het was donderdag. En alle in Athene gecharterde boten, moesten vrijdag terug worden afgeleverd. En blijkbaar was Kea dan de ideale laatste tussenstop. In de zomer moet je hier op een donderdag niet zijn.

Vrijdag 8 mei: Korissia op Kea.
We waren van plan om vandaag uit te varen naar Kythnos het volgende eiland zuidwaarts. Maar de wind kwam uit het zuiden en zou ons venijnige windstoten leveren. En het was zeer grijs vanmorgen, er was regen voorzien. Geen zin om vandaag tegen de wind op te boksen. Dus nog een dagje langer op Kea. Boodschapjes, klusjes en de blog wat aanvullen. We waren intussen al terug zeer bedreven geraakt in het ontmeren.
En tegen 16u liet de zon zich weer zien.
Zaterdag 9 mei: Kea naar Merichas (Kythnos).
We hebben vastgesteld dat, in tegenstelling tot vorig jaar, er al heel wat boten onderweg zijn. Als je ergens op een latere namiddag nog een plaats in de haven wilt vinden, loop je het risico dat je toch ergens anders moet gaan ankeren. En luxebeestjes zoals wij willen dergelijke toestanden vermijden. Daarom maken we er een gewoonte van om in onze tochtplanning te voorzien om telkens rond 14u onze bestemming te bereiken.
Vandaag hadden we 22 mijl voor de boeg. Dus vertrokken we om 8u30, met ontbijt op zee wat een gewoonte wordt. Terug alles op motor.
Om 13u konden we aanmeren. Er was plaats. Merichas is een klein vissershaventje, (met plaats voor een 10-tal passanten) waar de vissers nog elke ochtend hun vangst verkopen in een klein, overdekt “vismarktje” aan de haven. Als je ziet hoe beperkt die vangst is en de verkoopprijzen laag (niet in de restaurants) dan vraag je je toch af hoe ze hiervan kunnen leven. Europa?
Het plaatsje heeft zijn charme bewaard alhoewel ook hier de horeca wellicht de grootste werkgever is geworden.

10 mei Moederdag in Merichas. Zonnig.
3 bakkers bezocht, maar de beloofde croissants kon ik Ann niet presenteren. Maar we maakten er het beste van. En op de middag konden we één van de twee flessen champagne, meegebracht uit België, kraken. En ik had uitgebreide hapjes voorzien. Meer moet dat niet zijn.

We hadden een mooie wandeling gepland, naar één van de mooie baaitjes wat verderop. Niet om te zwemmen weliswaar, want watertemperatuur bedroeg amper 20 graden. En dat had ook zijn gevolgen. Want de strandbar, volgens Googlemaps geopend, was nog potdicht. Er waren inderdaad geen zwemmers. En drinkwater hadden we ook niet mee. Eens terug in de haven hebben we zelden zo een lekkere pint gedronken.
Voor moederdag hadden we een studie gemaakt van alle restaurants in de haven en er uiteindelijk Byzantio uitgepikt. Teleurstelling: ondermaatse eten, we hadden nochtans op geen euro gekeken, en barslechte bediening. Foei Tripadvisor.
11 mei: Rondrit op Kythnos met huurauto.
Tijd om eens het eiland en zijn binnenland te verkennen. Hier in de cycladen heet in elk eiland de hoofdstad (of hoofddorp) Chora. Het Chora van Kythnos was prachtig. Witte huisjes in kubusvorm met meestal blauwe ramen en deuren. Smalle straatjes in een wirwar-patroon waarin je onmiddellijk verdwaalt. De Cycladen op zijn best.
De volgende stop, Loutra, was een beetje teleurstellend. Het kleine haventje miste de charme van Merichas. En daarenboven ontsierd door een groot hotel dat al 30 jaar gesloten was en het volledige uitzicht verknalde.
Een wandeling langs de rotsachtige kust leverde wel een aangename verrassing op. Er was daar een prachtig gelegen restaurant dat boven de baai uittorende. Maar het ging pas binnen een uur open.
Op ons schuchter verzoek kregen we wel een positieve respons. Ze gingen eens kijken of de kok wat vroeger kon starten. Geen probleem. En het smaakte heerlijk.
Dan verder gereden naar Driopida, dorpje hoog in de bergen. Weeral op en top Cycladen, een wit dorpje, pure authenticiteit, slaperig in de warme namiddag. Nauwelijks een levende ziel, tenzij die van de alomtegenwoordige poezen.
De laatste stop was Kanala, een badplaatsje in het Zuiden van het eiland, dat ook nog wachte op warmer zwemwater. Desolaat. Toch een taberna van de locals gevonden om onze dorst te lessen.
12 mei: Van Kythnos naar Serifos.
25 mijl te gaan, met gunstige wind waardoor we een groot deel konden zeilen. Maar toen begon de wind toch echt te hevig te worden. Uiteindelijk voor het laatste deel eerst willen reven, maar toen één van de touwen vast kwam te zitten dan maar het zeil volledig naar beneden en de motor deed opnieuw zijn werk.
13 mei Serifos (Livadhi)
Een dagje pauzeren. En de moeite waard. Want de Chora boven de haven is wondermooi. Een busritje van een kwartier en we waren daar, iets na 11u. Tijd genoeg om het hele Cycladisch pareltje te verkennen en een zalig terrasje. Gelukkig tegen de muur in de schaduw want op het hele centrumpleintje was er geen parasol te bespeuren. Misschien (en terecht) omdat deze de charme van het geheel zouden ontsieren? En in juli hebben we ’tijd’ tijd. De eerste bus terug naar beneden was er om 16u. We besloten om niet in de Chora te eten maar om een taxi te vragen. Kost van de taxi lag veel lager dan de prijs van een lunch. Daarenboven waren de meeste restaurants nog dicht. We blijven toch naar onzen portemonnee kijken.
14 mei Serifos – Platia Gialos op Siphnos
Terug een mooie zonnige dag, tot 25 graden. En er was geen wind om die warmte weg te waaien of om in onze zeilen te blazen. Dus, 21 mijl op motor naar dit kleine maar toch ietwat mondain haventje. Een wandeling langs de horecazaken deed ons besluiten dat het vanavond spaghetti van de chef aan boord zal zijn.
15 mei Siphnos – Kimolos (Psathi)
Siphnos heeft dan wel chique restaurants, maar geen bakker. Gelukkig hadden we nog joghourt als ontbijt. En om 9u de haven uit voor een tochtje van 12 mijl naar Kimolos. Een klein haventje met weinig faciliteiten en blijkbaar ontsnapt aan de aandacht van de charterboten. We waren de enige boot. Met wat moeite, en met hulp van een vrachtwagenchauffeur, konden we langszij aanleggen. Pas toen we goed vastlagen zagen we dat die chauffeur niet alleen was. En aan de andere…kant van de pier lag een roestig vrachtscheepje, volgeladen met grind. En ze begonnen nog maar juist die lading grind over te hevelen naar een rij vrachtwagens, die één voor één hun opwachting deden op de kade, naast ons. De boot had een kraan aan dek die het grind oppikte uit het ruim en loste in de bak van de vrachtwagen. Met telkens een enorme hoeveelheid stof. En de wind zat perfect: al het stof kwam over de haven en dus ook over, op en in onze boot.
We zijn niet lang in de boot gebleven. Er was één horecazaak open. Liever daar een klein hapje eten als lunch dan stof te moeten slikken. Zeer vriendelijke mensen. Maar hun kaart was erg beperkt. Moussaka hadden ze niet, maar op onze vraag zouden ze die voor de avond wel voor ons willen klaar maken. Okay. In de namiddag een wandeling van 20 minuutjes naar de kleine maar zeer karaktervolle Chora. Water hadden we (weeral) niet mee. En de paar café-restaurants gingen pas ’s avonds open. Maar op het eind van onze ontdekkingstocht stootten we toch op een oude taverne, gericht op locals, die ons nog een pint kon serveren. En wat bleek: het was de eigenaar van de “The Wave”, het restaurantje in de haven waar we moussaka hadden gereserveerd.
En ’s avonds had die moussaka in “The Wave” (de originele Griekse naam heb ik niet genoteerd) goddelijk. Nog nooit zo een lekkere gegeten. En met super vriendelijke bediening. Griekenland op zijn best.
16 mei Kimolos – Adamantas Harbour (Milos)
Een tochtje van 14 mijl, een deel op zeil, waarbij we langs het de kust vaarden, al een eerste kennismaking maakten met dit mooie eiland. Volgens velen het eiland met de mooiste natuur van de Cycladen.
Iets over de middag bereikten we de haven. Havenmeester opgeroepen via marifoon en via telefoon. Geen antwoord. Ook langs de kades niemand die naar ons zwaaide om instructies te geven. Geen idee waar we of niet mochten / konden aanmeren. We volgden dan maar een andere zeilboot, met buitenlandse vlag. Blijkbaar een zeilinstructieboot. Die zouden het wel weten. Intussen was er een ferme wind opgestoken. In de Cycladen beginnen we dat gewoon te worden. En die legden aan aan een kade met mooring lines. En hadden het daar knap lastig mee. Een boot met 6 jonge mannen, waarvan toch een paar professionelen en als het al voor hen moeilijk was, wat dan voor ons ?
Na een derde poging lagen die aan de kade. Wij dan maar onze boot langs de hunne aangelegd. Althans, dat was de bedoeling. Mijn stille hoop dat ze ons een serieus handje gingen toesteken werd bewaarheid. Toen we de mooringlijn van achter de boot vanaf de kade, naar de voorsteven moesten trekken om hem daar vast te leggen, liep het mis. De boot kreeg weer een zijdelingse windstoot, die hem wegduwde van onze buurman en van de mooringlijn. Dan maar de boegschroef in volle kracht om de boot terug recht te krijgen. Dat lukte, maar een stuk van de mooringlijn zat in de boegschroef. Gelukkig was er nog genoeg touw over om ons vast te leggen. Maar daar lagen we dan. En toen kwam plots de havenmeester opduiken. Wellicht juist terug van zijn middagdutje. This is private mooring. You have to move immediately or I call the Port Police. Leuke ontvangst. Hem duidelijk gemaakt dat ik niet kon “moven”, want we hingen met de mooringline in onze boegschroef vast aan de kade. Hij gaf een duiker geroepen, wilt ons 150 € zou kosten. Wij niet akkoord. Weer gepalaver. Intussen kregen we gezelschap van een paar andere Grieken, die inderdaad met hun deze kade bezetten. En één van hen was bereid om, voor 50 €, in het koude woelige water te duiken om te proberen het touw los te maken. Klus geklaard in 2 minuten. En nu moesten we naar de tegenoverliggende kade varen en ons daar aanleggen. Ondanks de strakke wind. OK dan maar. Touwen los en weg. Maar toen een volgend klein probleempje! Het zit zo. Om de boot in een al dan niet woelige haven of ankerplaats stabiel te houden kun je het stuurwiel vastzetten met een grote schroef. De onze had het laatste jaar serieus gemankeerd, en ik had die laten repareren. Toegegeven, ik moest die blokkade vóór het uitvaren hebben losgemaakt. Maar tot nu toe was dat steeds een fluitje van een cent geweest. Tot nu. Ik kreeg de blokkade niet vrij, wegens zelf te stevig aangedraaid. Zo was de boot een moment stuurloos en werd hij door de wind tegen de andere boten geduwd. Dit kon ik alleen niet aan: de boten beschermen en afduwen en tegelijk proberen het roer te deblokkeren. Het andere bemanningslid was te veel in paniek om hier nuttig te zijn. Gelukkig sprong een buurman op onze boot en met tweeën kregen we hem terug op koers zonder schade te berokkenen. En konden we eindelijk veilig aanleggen. Het was genoeg voor vandaag.
Wij lagen aan de kade op 200 meter van de
ferrypier. En elke aankomst en vertrek van een ferry ging gepaard met heel wat deining, die onze boot heen en weer deed schommelen. En er waren veel ferries !
Milos is een mooi eiland de haven omgeving is aantrekkelijk maar de ligplaatsen
zijn een nachtmerrie. En de gratis harde muziekcdie we iedere avond en nacht meekregen van dtegenover onze boot gelegen nachtclub maakte het er niet beter op. Gelukkig hadden we onze voortreffelijke
oordoppies.
17-20 mei – Milos (Adamandas haven)
De eerste nacht had het geregend. Niet veel, maar die regen kwam uit het Zuidwesten. Saharazand!
Dus begonnen met onze boot te kuisen.
Mede gezien de weersomstandigheden besloten we om, ondanks de oncomfortabele ligplaats, 4 dagen te blijven, om de pracht van het eiland te ontdekken.
En om de was te doen.
We huurden een autootje voor 2 dagen.
Genoeg om het hele eiland te verkennen, althans de highlights.
Dag 1.
Baai van Sarakiniko met zijn door de wind en de zee uitgesleten grillige rotsformaties
en kreekjes.
Mandrakia, klein vroeger vissersdorpje waar de vissers hun boten “parkeerden” in garages onder hun aan de waterkant gelegen huisjes (nu meestal in gebruik als vakantieverblijf). En een prachtig gelegen taverna Medusa met zicht op zee, het haventje en de klippen.
Plaka, de hoofdstad, prachtig Cycladisch stadje op een heuveltop, maar uiteraard zeer toeristisch. En lekkere restaurants (“Archontoula” is een aanrader). Beneden het stadje, dicht bij het schilderachtige
vissersdorpje Klima, lag nog een goedbewaard deel van een groot Romeins amfiteather.
Tot slot nog Pollonia een vissersdorp zonder vissers maar met een kade volgezet met restaurants.
Dag 2.
Nu was het Oosten en Zuiden aan de beurt.
Geen bezienswaardige dorpjes, maar zeer mooie stranden. We zagen Firiplaka, Provatas (waar we een pilsje dronken in de enige horecazaak, de strandbar van het 5-sterren hotel Milos Beach, en er 18€ kwijt waren) en Paliochori, met zijn hippe bars en stranden. Het was echter nog steeds te koud
(watertemperatuur 21 graden) om te zwemmen. Enkel onze voeten werden nat.
21 mei Milos – Sifnos (voor anker)
25 mijl op motor. Pas tegen het einde begon de wind plots aan te wakkeren. Zo hevig dat we na 3 mislukte pogingen om aan te meren, noodgedwongen de haven moesten verlaten en voor anker gingen in de overigens goed beschutte baai. En voor de eerste keer
onze dinghy gebruikt om naar het strand te varen.
Morgen zouden we naar Paros varen. Volgens Navily zouden we daar een plaats kunnen reserveren. Contact met de supervriendelijke en accurate havenmeester Jason. Spijtig
genoeg lag de haven vrijdag, wegens de vele
charterboten, vol. We konden nog een dag langer in Sifnos blijven liggen, ofwel morgen voor anker gaan in Paros. Zaterdag zou de havenmeester wel een ligplaats
kunnen regelen. Gezien er een Meltemi was voorspeld vanaf zondag, die minstens 3 dagen zou aanhouden, vroegen we een reservatie ten minste tot woensdag. Maar Jason had voorlopig enkel plaats tot dinsdag. Ik zag ons echter toch niet met 6-7 Beaufort dinsdag
de haven verlaten om terug voor anker te gaan.
We zouden wel zien.
22 mei: Sifnos – Paros (voor anker)
Terug 25 mijl, maar nu wel een groot deel op zeil.
In de vroege namiddag in de baai van Paros,
na 2 mislukte pogingen, voor anker gegaan.
De wind was verder aangetrokken, maar het was zonnig en de baai van Paros was goed beschut voor een noordenwind. We bleven aan boord. Morgen zouden we genoeg tijd hebben om Paros te verkennen, vanuit de haven.
We hebben goed geslapen.
23 mei Paros (Marina)
We hadden dus geboekt voor zaterdag.
Maar sinds vannacht en tot de middag vandaag had het (goed) geregend. En de charter boten, die nu in de haven lagen en zo alles bezet hielden moesten eerst gekuist worden, voordat ze door de nieuwe huurders konden worden betrokken en die konden
uitvaren (en zo plaats maken voor alle boten, die zoals wij, nog wachtende voor anker lagen) En blijkbaar waren er ook duikers actief in de haven. Dus wachten in de boot, voor anker. Zoals altijd hadden we meer dan voldoende proviand. Verhongeren zouden we zeker niet. En rond 16u kregen we eindelijk de oproep van Jason, de havenmeester, dat we konden binnenvaren en aanmeren. Probleemloos. En intussen begon de zon te schijnen. De boot in orde gebracht, eerste verkenning van het stadje Parikia en gaan eten in het restaurant Bountaraki, juist buiten de toeristische drukte. We zaten nog in het van de wind beschutte terras. ’s Avonds buiten zitten op een terrasje zat er nog altijd niet in. Het eten was heerlijk en betaalbaar.
24-27 mei Parikia op Paros.
De voorspellingen zijn accuraat gebleken: we hadden gedurende 3 dagen een Meltemi. Die trekt zich blijkbaar niets aan van het seizoen, want normaal komt hij maar zijn kop opsteken in juni om pas vanaf juli tot begin september met volle kracht te blazen. Gelukkig lagen we in Parikia zeer goed beschut. En het weer begon stilaan toch een meer zomers karakter te tonen. Enkel die vervelende wind nog.
En in Parikia zouden we ons zeker niet vervelen. Ik had in 1980 voor de eerste keer kennis gemaakt met Paros, op een reis “Greece in Jeans” met mijn vriend Pascal. Toen al toeristisch, maar toen zagen we nog de wijnboeren met ezels hun druiven zien aanvoeren waar ze in een druivenpers werden gegooid om er een, toen nog, bedenkelijke, wijn van te maken. Nu waren de grootste ezels de toeristen die in drommen uit de veerboten werden gestort en zich over het eiland verspreidden. En zich wellicht ergerden dat het water nog koud was en het door de harde wind zwemmen in het mooie blauwe water geen optie was. Maar wij genoten.En de binnenstad bleef toch superaantrekkelijk.
En wandelingen langs het strand (met éénmaal in het water tot aan de knieën) werden besloten met een drankje aan een beachbar met zicht op rozerode lichamen die wellicht een melanoom op hun conto konden schrijven. We hebben ook meegedaan aan het eilandtoerisme en een ticket gekocht voor een retourtje naar het buureiland Antiparos. Op zich al spectaculair hoe dat toeristenbootje door de golven sneed. In het doorgaan namen we plaats op het bovendek en moesten we onze stoel afdrogen, en in het terugkeren, met wind en golven op kop, moest iedereen binnen op het benedendek blijven, op straffe van een kletsnat pak.
Antiparos was voor ons een ontdekking. Een klein Cycladisch vissersdorpje, maar ook hier volledig door de toeristenindustrie ingenomen, gelukkig met behoud van zijn charmes. En een aantal lekkere restaurants. Hier komen we nog terug.
28 mei Paros – Antiparos
En inderdaad, de dag dat we konden uitvaren was onze bestemming Antiparos. Waar we aan de kade aanmeerden en een half uur later ons moesten verontschuldigen bij een nijdige havenmeester, omdat we ons niet hadden aangemeld. Uiteindelijk kregen we zijn zegen om één nacht te blijven. Blijkbaar diende de kade voornamelijk voor het aanmeren van superjachten (beter voor de plaatselijke horeca dan ons armoezaaiersbootje). Maar zo hadden we nu volop tijd om het prachtige dorpje te verkennen (en voor onze kleinzoon Robin een T-shirtje te kopen met een giraf erop, zijn lievelingsdier).
29-30 mei Antiparos (Agios Georgios)
Er was, weeral, harde wind voorspeld. Met zoek- en speurwerk, dankzij onze pilot en Navily, zag ik dat de baai Agios Georgios in het zuiden van Antiparos, goede beschutting gaf. Met de stevige wind in de poep voeren we naar die plek. Inderdaad een zeer mooie en goed beschutte ankerplaats. Helderblauw water. Uitzicht op de resten van een Griekse tempel aan de ene kant op een onbewoond eiland, en op een deel nieuwbouw en bouwwerven aan de andere kant. Moeten ze daar echt elk mooi plekje verkloten? Al die bebouwing gaf wel de nodige klandizie voor 2 restaurants aan de waterkant. 5 € te betalen om aan hun kade aan te leggen. En de prijs die we hebben betaald voor een overigens zeer lekkere vis zal ik hier niet vermelden.
Maar wel 2 rustige superrustige nachten, ondanks de wind, die ’s avonds wel afnam, doorgebracht.
31 mei Antiparos – Naoussa
De wind was gaan liggen. En het begon nu echt warm te worden. We hadden een ligplaats kunnen reserveren in Naoussa, een haventje in het noorden van Paros, met St-Tropez allures. Ons klein bootje stak weer af tegenover de superjachten, die daar lagen. Maar het was er dan ook wondermooi. Een postkaart. Schoonheid trekt volk aan , véél volk. En dus had de horeca elk vrij plaatsje ingepalmd om er stoelen en tafels neer te poten.
Ik was in 1980 al eens naar Naoussa geweest. Thuis zal ik eens die oude foto’s opzoeken om de vergelijking met het heden te maken. Dit zal spectaculair zijn.
Het restaurant Yemeni, gelegen in één van de straatjes, was relatief duur maar serveerde wel voortreffelijke kost.
p
