18/5-2/6: Mallorca, die schone

18-22/5: Palma


Op woensdag 18 mei om 6u35 koers gezet naar Mallorca. We hadden meer dan 65 mijl voor de boeg. Met een 1 bft zat er geen zeilen in. Motoren dus.   En nauwelijks andere boten en geen dolfijnen. Een weinig boeiende overtocht. Maar de zon scheen in volle kracht.In de Real Club Nautico de Palma werden we opgewacht door zeer vriendelijke marinero’s. En de club bood een zeer goed uitgerust sanitair met eindelijk eens ruime douches. Zalig.‘

s Avonds hadden we uiteraard weinig zin om zelf te koken. Het terras van het restaurant Buscando del Norte was te aanlokkelijk om er aan voorbij te gaan. En het smaakte. Maar die goedkope prijzen zullen vanaf nu voltooid verleden tijd zijn, vrezen we.De volgende 3 dagen hebben we voor toerist gespeeld. Uiteraard na eerst de noodzakelijke kleine klusjes en de nog meer noodzakelijke was (in de launderette in de haven, op 100 meter van onze boot, gemakkelijker kan niet). De oude stad van Palma is zeker de moeite waard om te bezoeken. De kathedraal is een must. De Arabische baden, de enige overblijfselen van een rijk Moors verleden, waren echter minder dan we ervan verwacht hadden, maar toch: klein maar fijn. 

De kathedraal van Palma de Mallorca
De Moorse baden


We konden het niet laten (of laat ons zeggen dat ik onder de druk van mijn halve trouwboek ben bezweken) en ook de mooie winkelstraten werden een bezoek aangedaan. En de creditcard deed overuren.

De mooiste en blijkbaar zeer verleidelijke winkelstraat van Palma

Ook het oude electrische treintje, daterend van begin vorige eeuw,  naar Soller was de moeite waard. De tocht, die ongeveer 1 uur duurde, bracht ons door het ruige binnenland van Mallorca tot aan een klein, gezellig stadje. Maar druk ! We vermoedden dat het cruiseschip, dat in Palma voor anker lag, al zijn passagiers op het treintje had gezet. Gelukkig hadden we een zeer leuk restaurantje, Luna 36, gevonden in een klein straatje, ver van de toeristische drukte, maar met een voortreffelijke keuken. Voor ons een Bib Gourmand waard. En dan zijn we nog met een even oud electrisch trammetje naar Puerto de Soller gespoord, dat in een mooie baai ligt, een 5 km van het stadje. Dat zou zeker ook een bestemming met de boot worden. 

Puerto de Soller
Het oude trammerje van Soller naar de haven
Het treintje van de jaren 20 van Palma naar Soller


22-27/5: Puerto de Andratx
Op zondag 22 mei gooiden we om 9u de trossen los en koersten we naar Andratx.  Terug weer veel zon en weinig wind. Daarom was het een goed idee om halfweg een stop in te plannen. Cala Portals was een prima plaats om het anker te gooien: zeer helder water en veel vissen. En ons anker deed het prima. Ideaal om wat te zwemmen en te snorkelen en te lunchen. Zelfs Ann is in het water gesprongen, of beter gekropen. En heeft minstens 3 meter gezwommen. Superprestatie. Rond 16u arriveerden we dan in Puerto de Andratx. Mooie haven in een baai, maar de plaats die we in de Club de Vela kregen aangewezen stond mij niet aan: volledig blootgesteld aan het Noorden, en de volgende dagen werd er hevige noorderwind verwacht. Daarenboven bleek dat ze onze reservatie, die ze nochthans per mail hadden bevestigd, niet terugvonden. Voor mij een goede reden om naar de andere marina in de haven, IB Ports, te bellen of die nog een plaats hadden. En ja, no problem. Dus trossen terug los in de Club de Vela en 200 m verder gevaren naar IB Ports, waar we een mooi beschutte plaats kregen. De marinero was van het eerder stuurse soort en zeker niet van de meest gehaaste. En had een eigen soort van boekingsprocedure: alhoewel de haven nog voor geen helft was gevuld, konden we niet langer dan 1 dag boeken, en moesten we elke ochtend opnieuw een aanvraag indienen en betalen. Maar kom, al bij al waren we dik tevreden dat we daar lagen, tussen een Nederlandse boot uit Vlissingen (Willy en Lisa) en een Oostenrijker uit Wenen, waar we al snel mee aan de babbel zijn geslagen. En het sanitair was ook treffelijk.‘s Avonds hadden we allebei zin in een pizza. En het restaurant Ciao Bella, iets verwijderd van de met terrasjes bezette dijk, loste onze verwachtingen volledig in. Overtrof ze zelf, vooral in kwantiteit: we hebben elk nauwelijks de helft van onze overigens heerlijke pizza klein gekregen. Maar bij de terugkeer naar onze ligplaats zagen we dat die mooi dag toch een minder goed einde zou kennen. Een 50-voeter, vol met jonge duitsers was ook komen aanleggen. En die gasten zaten al goed aan de drank. Toen we al lang in bed lagen moesten ze nog bewijzen dat ze over een heel goede muziekinstallatie beschikten, waarbij ze een voorkeur hadden voor house. Onze oordopjes hielpen echt niet. De volgende dag ben ik toch eens naar hun boot gewandeld, vriendelijk een goede dag gezegd en terloops gevraagd of ze vandaag gingen uitvaren. Hun “jawohl” klonk als muziek in mijn oren (en nu geen house muziek). 

Puerto de Andratx bij avond.

Maandag de 23ste was het terug zonnig én heet (30°). Een beetje gewandeld langs de haven en in de namiddag de bus genomen naar het stadje Andratx, dat een vijftal kilometer van de haven is verwijderd. Daar in de Balearen hebben ze wel een handig betaalsysteem voor de bussen, waar onze Lijn wel een voorbeeld kan aan nemen: bij het instappen passeer je je creditcard langs een sensor, en bij het uitstappen doe je hetzelfde. En betaal je zo de laagste ticketprijs (1,65€ binnen de zone). De “stad” Andratx is echt niet veel zaaks. Het stadhuis met dienst voor toerisme ( ons feitelijk doel van deze uitstap, maar uiteraard gesloten) is weliswaar gehuisvest in een mooi renaissance castelo, maar voor de rest is er niet veel te vinden. En fris, en eindelijk nog eens goedkoop, pintje op het enige terras in het piepkleine centrum zorgde voor de nodige troost.

We hadden echter 5 dagen geboekt in Puerto de Andratx om zeker eens grotere wandelingen re maken om het binnenland van het mooie Mallorca te ontdekken. De volgende dag met de bus naar het kleine, aanpalend, badplaatsje Sant Elm. Dit plaatsje is gelegen in een prachtig baaitje, met zicht op het eiland Draghoneira. En daar was de dienst voor toerisme wèl open, met een zeer vriendelijke en behulpzame dame, die ons met plezier alle nodige informatie over wandelingen in de streek bezorgde. En ontdekten we zo de app “watch about”, die gedetailleerde wandelkaarten van de streek bezorgde, met gps- tracking, zodat je steeds wist op welk punt van de wandeling je zich bevond. Superhandig.

Maar toen zakte de moed in onze speciaal hiervoor aangetrokken wandelschoenen. De kortste wandeling was anderhalf uur lang, in enkele richting. En intussen was het terug al weer serieus warm geworden. We lieten de moed dus in onze schoenen steken, en hebben het dan maar gehouden op een mooie wandeling langs de baai en een lekkere lichte lunch op het terras van het kleine maar supergezellige Casita del Mar. Aanrader.

In de namiddag met de bus terug naar de haven waar we nog een wandeling maakten langs de overkant van de baai van Andratx, waar de Club de Vuele lag. We achtten ons gelukkig dat we oor hun geklungel daar niet waren aangemeerd, want buiten de poepchique haven met even poepchique (vooral motor-) boten met bijhorend zwembad en exvlusief restaurant annex bar was er daar niets te beleven. En betaalden wij maar de helft van het liggeld dat ze ons daar gingen aanrekenen.

Woensdag de 25ste dan eindelijk een echte wandeling door de natuur over de heuvels naar het verder gelegen baai Camp de Mar, een nogal mondaine aangelegenheid, met o.a. de grootste prive-villa die we ooit hebben gezien.

Een ontmoeting met wilde geiten


Eén van de attracties van de baai is het restaurant La illeta, gelegen op een rotseilandje vóór het strand, waarmee het met een houten loopbrug is verbonden. Zichtbaar ook vooral bedoeld voor de bewoners van de grote villa’s in de buurt of de eigenaars van de grote motorboten ( google eens “Odyssee III”). Maar gelukkig waren we juist op tijd om een plaatsje te vinden onder een parasol, “ just for a drink”, toen het begon te stortregenen.

Restaurant La Illeta in Camp de Mar. De Odyssee III is vanaf hier niet zichtbaar.

We bleven zitten tot de regen eindelijk stopte, en dan verder gewandeld naar de veel volksere Bar Bagari, een ouderwetse bedoening, wat verwijderd van het strand, maar met lekkere hapjes en echt niet duur. De voertaal was daar blijkbaar duits, want veel anders hoorden we daar niet spreken. Met de bus terug naar de boot.

De volgende dag bracht de app Watch About ons met een wandeling over de heuvels en langs megavilla’s, verscholen in de woeste natuur, tussen de heuvels en bossen ( we hadden gezien dat één van deze kanjers voor 14,9 mio € te koop stond via Sotheby’s) terug naar het stadje Andratx. Maar nu waren we met de bus snel terug naar de haven. Onze stappenteller was zeer tevreden.

De dag erna, het was dan al vrijdag 27/5 (wat gaat de tijd toch snel), afscheid genomen van Puerto de Andratx en koers gezet naar Puerto de Soller. Volgens de voorspellingen zou het een noordenwind worden met 8-10 knopen, wat ons dus liet hopen op een prachtige zeildag, met halfwindse koers over 25 mijl. Daarom goed op tijd vertrokken en, met volle ambitie, onmiddellijk buiten de haven al het grootzeil opgetrokken. Dat we het stuk tussen Sant Elm en het kleine eiland Draghoneira nog op motor moesten afleggen was niet erg. Wind is coming. Niet dus. De windmeter geraakte niet over de 3 knopen, en de windrichting was helemaal zoek. Het pijltje ging alle richtingen uit. Ons grootzeil hing daar maar werkeloos wat te klapperen. Wat we wel kregen was een toenemend deining, waardoor de boot steeds meer begon te slingeren. Veel lezen of binnen in de kajuit gaan zat er echt niet in of wij, stoere zeebonken, zouden zelfs zeeziek kunnen worden. Intussen was ook de zon verdwenen, en zagen we vóór ons dreigende regenwolken. Toch nog de moed gevonden om af te wijken van onze rechte koers om een kijkje te nemen naar het fotogenieke schiereiland Faradada, bekend voor zijn enorm doorkijkgat in de rots. Goed voor een fotootje, maar met wat zon en minder schommelende golven zou het toch nog een stuk fotogenieker geweest zijn.

Het schiereiland Faradada

De laatste 4 mijl ging het van kwaad naar erger en kregen we golven van meer dan 2 meter voor de boeg, zodat ik mij begon af te vragen hoe we veilig zouden kunnen aanmeren.

Puerto de Soller.

OK, Puerto de Soller ligt volledig in een inham, langs 3 zijden omringd door hoge klippen en heuvels, een natuurlijke, beschutte haven heet dat dan, maar de golven die uit het Noorden kwamen vonden toch hun weg in de baai. Wat tot hefige momenten leidde bij het binnenvaren. Gelukkig was het achter de kleine havenmuur en de steigers toch al wat rustiger zodat we al bij al nog relatief vlot konden aanleggen, tussen 2 andere boten. Oef, dachten we. Maar toen merkten we dat alle boten rondom ons, en dus ook de Arwen, op en neer en heen en weer aan het dansen waren, trekkend aan alle touwen, met het nodige gepiep en gekraak tot gevolg. En die donkere regenwolken hingen nog steeds boven ons. De bemanning geraakte al in paniek met de vrees dat ze vannacht geen oog dicht zouden kunnen doen.Maar wonder boven wonder: alles kwam goed. De zon begon weer te schijnen, de regen is nooit tot bij ons geraakt, en de deining begon meer en meer af te nemen.We hebben geslapen lijk roosjes.
Zaterdag 28/5 was het terug wandelen geblazen, met ons badpak aan, in de hoop dat we de moed en de goesting zouden vinden om te zwemmen. Na een lichte aanraking van de grote teen met het zeewater, bleek dit een illusie. Het zal dus wandelen worden. Met 22.000 op de stappenteller.
De volgende dag zouden we het echte wandelwerk aanvatten. Met de bus naar Deija, een prachtig dorpje in de bergen ( maar die pracht is niet verborgen gebleven voor de rijken der aarde, zodat er nu in één van de landhuizen een megachique hotel is neergestreken, en alle huizen van het dorp en boerderijtjes in de buurt gerestaureerd zijn en nu vakantiestulpjes zijn voor die arme rijke sukkelaars). Maar het blijft wondermooi, met hoge heuvels, doorsneden door grillige kloven en een vallei, die kronkelend haar weg vind naar de zee bij Puerto Soller.

Het mooie Deija
Wandeling met hindernissen

Ook ons wandelpad was grillig, en ging nu eens steil omhoog, en dan weer omlaag. Steeds werden we getrakteerd op onbeschrijfelijk mooie vergezichten. Na een uurtje passeerden we plotseling een tafeltje, waar een drietal kinderen van een lokale sinaasappelboer met de nodige ondernemingszin lekker vers geperst appelsiensap verkochten. En in de loop van de dag zullen we merken dat er veel wandelaars dit pad hadden gekozen. Die gastjes gaan gouden zaken gedaan hebben.‘s Middags konden we heerlijk verpozen in “San Mico”, een oude kasteelboerderij waar een Franse moeder en dochter iedere dag verse taartjes en quiche serveerden op hun terras dat uitkeek over de heuvels.
We hebben de laatste 2 stukken quiche en de laatse citroentaart kunnen te pakken krijgen. We waren inderdaad niet alleen, deze dag, op dit wandelpad.We zetten onze weg verder tot aan Soller, besloten toen dat het genoeg was, kozen voor een leuk terrasje en dan met het trammetje terug naar de Puerto. Een smakelijke bbq aan boord was een waardige afsluiter van deze heerlijke dag.
De volgende dag, 30/5, wilden we een volgende “to do” van ons lijstje afvinken: voor anker slapen in een baai. We kozen voor Cala St Vincente, zoals ook aangeprezen in onze Pilote. Terug de ambitie om de geplande 25 mijl op zeil te doen, en inderdaad slechts de laatste 2 uur hebben we de motor moeten bijsteken. Onderweg konden we misschien nog een halte inlassen in de blijkbaar wondermooie Cala de la Colobra. Maar het baaitje was letterlijk gevuld door het megajacht (164 m lang) Rising Sun van David Geffen ( gegoogeld: één van de rijkste mensen van de wereld, en o.a. eigenaar van Dreamworks ).


Cala de Colobra, wellicht de mooiste kreek in de Balearen
Dat megajacht van David Geffen

Toertje gedaan en dan doorgevaren naar onze baai van bestemming. Cala St Vincent is een zeer mooi baaitje met een klein gehuchtje met wat oude huisjes….en een afgrijselijk lelijk megahotel (welke burgemeester heeft hier zijn zakken gevuld met de vergunning?). Maar toch, de omgeving was echt de moeite waard. Ons Rocna-anker deed mooi zijn werk en we waren er klaar voor. Zwemmen zat er echter niet in, ondanks het kristalheldere water: de baai wemelde van de medusa’s (kwallen). Op het strand hing zelfs de medusa-gevaren vlag. Met de dinghy dan naar de kant gevaren, wat gewandeld en een gezellig terrasje gevonden (elk zijn specialiteit).Bij het terugkeren nog ongewild wat vermaak verstrekt aan de strandgangers, want onze buitenboordmotor was blijkbaar niet goed vastgezet in de behuizing waardoor hij bij het achteruitvaren naar boven schoot, en tegen dat we hem terug hadden vastgezet lagen we weer op het strand. Enfin, we leren altijd bij.Leuk toch.Tot de nacht kwam. Een grote deining begon zich vanuit het Noorden op te bouwen en golfde in de baai. De boot lag geen minuut stil, rolde langs alle kanten, trok aan het anker met knarsend geluid tot gevolg, dat werd aangevuld met een continu geklots tegen de romp. Geen oog dicht gedaan de eerste uren. Dan toch in slaap gesukkeld, met horten en stoten (letterlijk) zodat we uiteindelijk pas rond 9 u uit ons bed konden kruipen. En blij dat ons anker geen kik had gegeven. Het ankeralarm was werkloos gebleven.
Cala St Vincent – Puerto de PollencaZo stonden we op 31/5 op, onder een stralende zon, en geen medusa’s meer rond de boot. Maar toch hadden we er wat genoeg van en besloten we na het ontbijt verder te varen naar Pollensa, en halverwege een ander uitnodigend baaitje aan te doen. Cala de Engoussabar was volgens de Pilote zeer aantrekkelijk: kalm, beschut van de noorderwind, kristalhelder water en geen huizen of hotels in de buurt.Maar pech: ook de toeristenbootjes hadden hetzelfde gedacht, en het lag er dus vol van. Toch een plaatsje gezocht waar we tussen al het zeegras in zand zouden kunnen ankeren, maar na een derde poging blokkeerde het anker. We hielden het voor bekeken voor vandaag en gezien de wind intussen goed was opgekomen deden we het tweede deel van de tocht dan volledig op zeil, wat veel goedmaakte.Rond 15u meerden we aan in de Marina van IB Ports in Pollenca. Een mooie rustige haven met prima uitgerust sanitair en een klein restaurant, La Cantina, op het einde van de pier. Waar we lekker gebruik van hebben gemaakt, want na de vorige woelige nacht had ik echt geen zin om nog boodschappen te doen en te koken. Mañana.
1/6 zou de laatste dag op Pollenca worden. Want we hadden voor de volgende dagen al een ligplaats geboekt in La Ciutadella, de dichtstbij gelegen haven op Menorca. Het werd vooral een wasdag gevolgd door een wandeling langs de noordelijke kant van de baai, waar de statige prachtige oude villa’s in groene tuinen, van het strand enkel gescheiden door een wandelweg overschaduwd door bomen, nog geen plaats hebben moeten maken (en hopelijk ook nooit) voor die onpersoonlijke nieuwbouwprojecten, die we overal zijn tegen gekomen.En ‘s avonds wel zelf gekookt: spaghetti con cozze e vongole. Om stilaan over te schakelen van tapas naar pastas.Dit was Mallorca. Voor ons een openbaring, en een aanrader voor iedereen, voor elk wat wils. 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.