22 – 28/6 : Van Concarneau naar Belle Ile: om ter mooist

22/6: Concarneau.

Concarneau is een mooie stad, zeker de Ville Close, een volledig ommuurde stad, langs alle kanten door water omgeven, en met 1 brug verbonden met de rest van de stad. Binnen in de Ville Close is het natuurlijk wel al toerisme wat de klok luidt. Restaurants, crêperies, verkopers van de beroemde Bretoense galetten en andere koekjes, ijszaken, souvenirshops enz…. Maar leuk om er wat in rond te wandelen, en…..koekjes te kopen bij Georges Larginol, “ meilleur ouvrier de la France”. Ze zijn zeer lekker, want Ann is er de volgende dag opnieuw naar toe gegaan. Maar ook de regen was geregeld van de partij. Tussen de buien door hebben we toch ook de rest van het stadje, toch het deel dat langs de zee lag, bezocht. Maar dit was heel wat minder spectaculair, en vooral goed voor onze stappenteller.

23/6: we blijven in Concarneau
De weersvoorspellingen waren niet echt gunstig, nogal onstuimige wind en veel regen.
Er dus een dagje Concarneau bij gedaan. En de fietsjes weer bovengehaald. Vroeger liep er een spoorlijn van Concarneau naar Roscoff, maar die is al tientallen jaren opgeheven. De oude spoorwegbedding werd omgevormd tot een prachtig fietspad. Dit had een bijkomend voordeel dat de grooste hellingen waren weggewerkt, zodat we onze batterijtjes nauwelijks moesten gebruiken. En, o ja, de meteo was er weer volledig naast, want we hebben zelfs onze zonnecrème moeten bovenhalen. En van veel wind was er, zeker op het vasteland, niet te merken. Er was echter ook een nadeel aan een dergelijk fiestspad: we zagen niet veel, tenzij de bomen langs de berm. Daarom dat we na een anderhalf uur fietsen toch weer de gewone (drukke) weg namen, naar de kust reden (zeilers zijn altijd door de zee aangetrokken). Intussen was onze picnic al lang op en ons water uitgedronken. Maar van een terrasje onderweg was geen sprake. Niks te zien. Dan maar teruggefietst langs de kustweg naar Concarneau. Tijd genoeg om…..koekjes te kopen.

24/6:Van Concarneau naar Ile de Groix (Port Tudy).

Van teveel wind was er vandaag geen sprake, er was gewoon geen wind. Dan maar op motor naar onze volgende etappe, Port Tudy. Het gebrek aan zeilgenot werd echter na 1 uur varen goedgemaakt door een grote groep dolfijnen, die ons mee4 dan een kwartier vergezelden. Nog nooit zoveel dolfijnen van dichtbij gezien. Het water is hier zo helder dat we ze ook onder en naast onze boot zagen schieten. Een festijn voor het oog. En plots waren ze weer weg. 
Tegen 12 uur begon het dan te regenen. Voorspellingen waren vandaag accurater, alhoewel we het tegendeel hadden verhoopt. Daarom ook hadden wij de dag ervoor de tot nu toe nog niet gebruikte bimini (zonnekap) opgezet. Niet om ons te beschermen tegen de zon, maar om te kunnen schuilen voor de regen.
In die regen voeren we dan het relatief klein haventje Port Tudy binnen. We dachten dat we vroeg genoeg (het was nog maar halftwee) waren binnengevaren, zodat we nog een mooi plaatsje zouden vinden. Maar niets daarvan! Iedereen had wellicht dezelfde weerberichten gelezen, en in tegenstelling tot wij, hadden ze allemaal verkozen om te blijven liggen. Alle pontons waren bezet, dus dan maar aan een boeitje aangelegd (in dit geval 2, één vooraan en één achteraan), wat niet zo echt eenvoudig bleek te zijn. Maar na 10-tal minuten was de klus dan toch geklaard, en konden we op onze beurt naar andere boten kijken, die zelfs nog meer sukkelden dan wijzelf. Goed voor onze eigendunk….
Na de lunch stopte het, tijdelijk, met regenen. Tijd dus om de dinghy te water te laten en naar de kade te roeien voor een hoognodige sanitaire stop. En een beetje te kunnen genieten van dit gezellige haventje dat zelfs, met uitzondering van de weersomstandigheden, een bijna mediterrane sfeer heeft. Enkele terrasjes (wat ben je daar mee, in de regen?), een paar winkeltjes (spijtig kon je enkel in de voormiddag oesters kopen) en mensen die op ferry aan het wachten waren.
Vervolgens de immer terugkerende wandeling naar de zoveelste Carrefour. Die lag 8n het centrum van het mooie stadje, dat pal boven de haven ligt. Dus weeral een kuitenbijtertje van een wandeling, en dan op de terugweg, op aanraden van onze zeilvriend Alain De Cuyper, die de contreien hier zeer goed kent en ons al talloze goede tips heeft bezorgd, een bezoek aan het oudste caféetje van het eiland. Een echte gezellige bruine kroeg. Terrasjes hadden we toch niet nodig, want het begon weeral te druppelen, en toen we achteraf weer in de dinghy zaten, begon het weer gezapig te regenen en hield het niet meer op tot de volgende dag.

25/6: Ile-de-Groix naar Belle Ile (Le Palais)
Tegen de morgen hield de regen het voor bekeken en konden we onder een halfbewolkte lucht en met een zon, die voor het eerst sinds lang, voor een aangename warmte zorgde, koers zetten naar Belle Ile. 

Belle Ile heeft zijn naam niet gestolen. Prachtig eiland en het hoofdstadje Le Palais supergezellig. 
Maar eerst moesten we aanleggen, terug op een boei, en met een voortros aan de kade.  We waren juist te laat om nog in de achterhaven binnen te kunnen. Met de hulp van de havenmeester verliep dit zeer vlot. En dan terug met de dinghy naar de kade, sanitaire stop, betalen bij de havenmeester en dan een eerste kennismaking met het stadje. Het beviel ons, en we plaatsten het bij de top 3 van de mooiste plaatsjes, tot nu toe bezocht. En maar goed ook, want de meteo voorspelde weer zwaar weer voor de volgende dagen, zodat we sowieso al boekten voor 3 nachten en we ons in die periode niet zouden vervelen (we hebben ons tot nu toe nog geen seconde verveeld). Tegen de avond, toen we terugkeerden met de dinghy, begon het weeral te druppelen. Maar dit was pas een voorspel! Intussen lag de haven vol met zeilboten, de één tegen de ander, soms met 3 aan 1 boei. Toen we gingen slapen, was de wind al goed aan het blazen. En rond 1 uur mocht biebie uit zijn bed. Onze boot lag met zijn voorsteven te botsen tegen de achtersteven van onze buurman. Die was intussen ook al op en we waren beiden in de weer om onze meertouwen aan te passen, aan te trekken en nog een bijkomende tros aan de boei te bevestigen. Gelukkig was er geen schade. Uiteraard gebeurden die activiteiten in de gietende regen. Maar daarna lagen we veel stabieler en konden we de slaap opnieuw vatten.

26-27/6: Twee mooie dag in Belle-Ile.
De volgende morgen was de zon terug van de partij, met volle overtuiging, maar was de wind nog niet veel verminderd. Om de toestanden van vorige nacht te vermijden, besloten we naar de meer beschutte achterhaven te verhuizen. En daar lagen we tenminste aan een ponton. En hadden we electriciteit. Want er bleek toch iets mis met onze batterijengroep. Tegen de morgen zaten we zonder electriciteit! En nochtans hadden we vermogen om het minstens een week zonder walstroom te moeten kunnen uithouden. In le Chantier Naval hadden ze een electrieker die aan boord zou komen eens we in de achterhaven zouden liggen. We konden binnenvaren om 12u15. We bleven dus tot dan aan boord, met uitzondering van een korte uitsap met de dinghy om brood te halen. 
Daar aangelegd moesten we tot 14u30 wachten tot de electrieker kwam. De brave man kon enkel constateren dat de batterijlader werkte en dat hij verder niets kon vinden of doen, omdat het systeem boven zijn petje ging. Ook voor de reparatie van de electro zouden we moeten wachten tot in La Rochelle, waar we wellicht op 2/7 zullen aankomen. En intussen enkel nog havens aandoen waar we aan walstroom kunnen hangen. Geen boeitjes meer. En we begonnen het juist te leren.
Intussen was de zon overuren aan het maken en moesten we onze bimini verder uitbreiden om voldoende schaduw in de kuip te hebben. Van het ene uiterste naar het andere. In de kajuit was het 28 graden heet. 

De volgende dag terug eerst naar de lokale markt, waar we moules de bouchot en krabbenpoten kochten. Het moet niet altijd spaghetti zijn. Vervolgens de fietsjes bovengehaald voor een mooie, maar zeer heuvelachtige (zalig die batterijtjes), fietsroute naar Locamaria, een klein dorpje aan de andere kant van het eiland.  Gezien de zon nog even schitteren van de partij was, namen we onze zwemkledij mee. De kustlijn van het eiland is zeer grillig, met nu en dan een klein zandstrand tussen de klippen. Zelden met de auto bereikbaar, en zonder bebouwing. Paradijselijk! Maar het water was nog zeer koud. Het duurde lang voor we helemaal in het water zaten, en zeer kort om er weer uit te geraken. Maar het bleef prachtig. We kwamen rond 14u15 aan in Locamaria, waar we vaststelden dat de paar restaurants, die er waren, eten serveerden van 12 tot 14uur. Geluk bij een ongeluk, de oesterzaak was de hele dag open en men kon ook oesters ter plekke degusteren. Was eens iets anders ! Ann heeft intussen ook de smaak van oesters volledig te pakken. 
En ‘s avonds smaakten die krabbenpoten (die we nog zelf moesten koken) en de bouchots wonderheerlijk.
Morgen zouden we naar La Turballe gaan, zodat we nu echt La Rochelle zouden naderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *