Van Tréguier naar Concarneau: we zetten er vaart achter

14/6: Tréguier – Perros-Guirec
We moesten niet vroeg opstaan om uit te varen, want de havenmeester had ons aangeraden niet vóór 10u30 uit te varen. Daarvóór was er teveel stroming op de rivier, en we herinnerden ons nog de rivier Darth, en de problemen om aan te leggen bij teveel stroming. Probleemloos uitgevaren en na een klein uurtje waren we weer op volle zee.  De eerste 3 mijl hebben we nog kunnen zeilen, maar dan nam de wind af tot 2 bft en zat hij pal op de neus. Dus motor aan. Juist na de lunch, we hadden vanmorgen tijd genoeg om een tortilla me chorizo klaar te maken (een schipper moet toch geen honger lijden?), konden we een iets zuidelijker richting koersen. Dit, gepaard met een lekke namiddag briesje, maakte er een perfecte zeiltetappe van. Zonder reef was het zelfs iets uitdagender. We deden tot 7,5 knopen over het water. En Ann riep weer “zoetje, niet te skief”. Bewijs dat het herlijk was. Zo kwamen we dan wel te vroeg aan in Perros-Guirec, zodat we nog een half uur aan een boei moesten liggen wachten, voordat we konden binnevaren. Tijd voor een koffietje.
Eens aangemeerd en schoon schip gemaakt een eerste verkenning van de beneden- en bovenstad. We hadden al vlug door dat onze stappenteller weer overuren zou maken.
De meteo voorspelde hevige wind voor de volgende twee dagen, dus hadden we tijd zat om te wandelen.

15/6. Perros-Guirec.  Iets lekkers.
Toen ik ‘s morgens bij de bakker langs de kade stokbrood ging kopen, passeerde ik langs een een belangrijke bezienswaardigheid, in de Michelin zou men zeggen: vaut le détour. Er was daar een kleine overdekte vismarkt, waar lokale vissers hun dagelijkse vangst verkochten. En wij wisten dat de streek bekend was voor de bretonse kreeft! En die waren daar talrijk aanwezig. Ik wist al wat er deze avond op het menu zou staan. Onze wandeling voor vandaag bestond dus uit twee delen. Eerste étappe was de aanschaf van 2 kreeften, ferme kleppers, die daarna in onze koelkast verdwenen. Pas dan gingen we terug de heuvel op voor een uitgebreider bezoek aan het stadje, dat echter in het niets verviel ten opzichte van de pareltjes van de vorige dagen. 
Dus waren we vroeg terug op de boot, waar ik een vruchteloze poging deed om de blog aan te vullen, maar al mijn tekst weer kwijtgeraakte. De alzo opgedane frustratie verdween echter vlug, toen het laatste uur voor de kreeften sloeg. Ze smaakten verrukkelijk !!!

16/6: Perros-Guirec. Le Sentier des Douaniers.
We stonden op met grijze lucht, miezerige regen, een kille 14 graden. Maar het zou niet de hele dag blijven regenen, zodat we rond 11u30 aan wal gingen voor een fikse wandeling. Eerste terug de heuvel op, naar het dorp (we kenden de weg al van buiten), dan door het dorp naar de overkant van de landtong, waar het strand lag en de dijk met het obligate rijtje horeca en andere van de (vooral franse en duitse) toeristen levende zaken. Maar juist daarover, langs de rozerode klippen, lag een prachtig wandelpad, door een natuurgebied en met steeds uitzicht op zee: le Sentier des Douaniers.
Het pad eindigt in het schilderachtig vissersdorpje Ploumanach. Schilderachtig genoeg om hier talrijke horecazaken neer te poten, die door horden toeristen worden bezocht. Het was daarenboven Vaderdag in Frankrijk zodat het toch een beetje zoeken was om nog een plaatsje te vinden voor een lichte lunch (de befaamde Bretoense Galette, een zoute pannenkoek, gevuld met lekkers). Na zo een wandeling (we hadden al 9 km achter de rug) smaakte het dubbel. Langs de terugweg zijn we dan ook de toeristen gevolgd en een glas gedronken op de dijk. Binnen, achter glas want buiten bleef het ijzig koud. Tegen de avond stond onze teller op 15 km.

17/6: Perros-Guirec – Roscoff
Na een mooie zeiltocht van 5u iets na de middag aangekomen in de marina van Roscoff (vroeger had ik gedacht dat Roscoff een Russische haven was). 
Ergens hadden we geluk dat we hier een plaats hadden gevonden. Roscoff is een etappe in de Figaro-race. Dit is een regatta voor éénmanszeilboten in 4 etappes van 450 tot 550 mijl elk. Die gasten zijn dus 3 á 4 dagen continu aan het zeilen. Superprofessionelen! Il faut le faire (bij ons begint Ann na 4 uur al te vragen: “ is ‘t nog ver?”). Voor deze organisatie is in de haven een volledig dorp opgebouwd?met alles erop en eraan (muziekpodium, VIP-tent, PR-tenten, eettenten en bars, winkels etc..). Gelukkig was het dorp momenteel gesloten want de zeilers waren nu op weg voor een toertje rond het Kanaal en werden pas vanaf 19/6 terug verwacht

We dachten om vervolgens nog een klein wandelingetje te doen naar de stad en dan wat boodschappen te doen in de dichtstbij gelegen supermarkt. Beide zijn echter weliswaar tamelijk dichtbij, maar elk aan de andere kant van de haven. Dat kort wandelingske liep bijgevolg wat uit……En dus hadden we weer 9,5km op onze teller, en iemand met een humeur onder vriespunt. Het zal de laatste keer zijn dat we nog te voet naar een “dichtbijgelegen” supermarkt gaan.  Volgende keer haal ik weer de fietsjes uit.


18/6: Roscoff.
Er was regen voorspeld voor de voormiddag. Dit gegeven, en ook de vaststelling, gisterennamiddag, na ons blitzbezoek, dat Roscoff wel de moeite waard was, deed ons beslissen om nog een dag te blijven. Het stadje noemt zichzelf “une petite cité de caractère”, en we kunnen dit beamen. Het oude centrum rond de haven was vroeger, in de 15de eeuw, een centrum van handel. Dit moet wel zeer lucratief zijn geweest, want de oude straatjes ademen nog steeds de grandeur van weleer uit. Bretagne is niet alleen mooi, maar heeft veel van haar geschiedenis bewaard kunnen houden.
19/6: Roscoff – l’Aber Wratc’h.Zie je de spelling van onze volgende haven? Dit is maar één versie, want ik ken nog altijd  de juiste schrijfwijze niet. Maar nog veel moeilijker: hoe spreek je dat uit? Ik denk dat ze daar in de haven, toen ik de havenmeester via de  marifoon opriep met de vraag naar een ligplaats in “aabervratsj” wellicht in een kramp schoten van het lachen. Enfin, het was een mooie tocht, half op motor, half op zeil naar onze volgende bestemming. En voor de eerste maal in Frankrijk werden we weer vergezeld door een groepje dartele kleine dolfijntjes. Juist vóór het binnenvaren van de inham (aber is bretoens en betekent inham) moesten we een rij mooie ranke zeilschepen kruisen, die op spinaker-zeil voeren ( voor de niet-zeilers: een spinaker is dat kleurrijke enorme zeil, dat gevoerd wordt als de wind quasi volledig van achter komt, en is de beste manier om bij deze wind nog snelheid te maken. Want bij het moderne zeilen is “de wind van achter” niet echt aangenaam en zeker niet de beste wind om snelheid te maken). Blijkbaar waren ze aan het racen. En toen we naar de namen van die snelle boten keken, beseften we dat het de deelnemers waren aan de Figaro-race, die koers zetten naar Roscoff. Die waren al 3 dagen onderweg. En toch zagen we die skippers continu met hun boot bezig zijn, daar een zeil aantrekken, verdere een touw wat lossen, wat neerzitten, en opnieuw naar de voorkant van de boot om de spinaker wat bij te stellen.
Aangekomen in Abervratch (alternatieve spelling) wat gewandeld en dan terug naar mijn motor gekeken. Want ik voelde wat nattigheid. Letterlijk dan, want er was nogal veel water op de bodem van de motorruimte. Sinds jaren was ik gewen om steeds wat water te moeten opkuisen, maar volgens het advies van alle experts was dit normaal. Had iets te maken met de verwarming van onze boiler tijdens het varen. Vraag mij aub geen verdere uitleg. Maar nu was er toch zeer veel water op de bodem. Meer dan voldoende om mijn volgende nachtrust grondig te verstoren.
20/6 L’Aberwratch – Camaret.Omwille van de stroming was het vanmorgen weer vroeg op te staan en waren om 6u45 de trossen los. Bij een steeds meer bewolkt gerakende hemel en (weeral) met ondermaatse temperatuur, ik dacht 15°, voor een stuk op zeil naar Camaret. Tegen de vroege namiddag waren we daar. Ik had al uitgedokterd dat er pal bij de marina een specialist van bootmotoren was gevestigd. En had hem vooraf al opgebeld. Zoals afgesproken, kwam hij om 15u30 aan boord en inspecteerde hij de motor. Er was dus wel degelijk een lek, van de waterpomp, waardoor het lekkende zeewater het metaal van de waterpomp zelf al had aangestast. Hij wou er wel aan werken, maar volgens hem was er een kleine kans dat er, bij het demonteren van de pomp, er één van de bouten, door corrosie aangetast, zou kunnen afbreken. En dan waren we goed voor minstens een week stilstand. Zijn advies was om in La Rochelle een Volvo-Penta -expert de zaak te laten uitklaren terwijl wij terug in België waren.Vervolgens konden we, enigszins gerust gesteld, een wandeling maken door het vissers-en vakantiedorp Camaret. Het was wel te koud en te weinig zonnig voor een terrasje. Maar dat zal wel komen, eens die uitzonderlijke koudegolf, die West-Frankrijk, sedert onze aankomst (maar zoek geen verband) al teistert, plaats zal maken voor de op komst zijnde hittegolf.
21/6: Camaret – Concarneau.Op ons gemak opgestaan, want we gingen het vandaag rustig aan doen, en zeilen naar Morgat, een 16 mijl verder.Er was geen wind, het zou dus op motor zijn. Maar na een uurtje (en met een ontmoeting met weeral een paar dolfijntjes) toch nog eens de weerberichten voor de volgende dagen gecheckt. Morgen en overmorgen zou het wat hevig kunnen worden.  Dus zouden we 3 dagen in het kleine Morgat moeten blijven liggen. Tenzij…..wij dan toch koers zouden zetten naar het 65, intussen 60 mijl verder gelegen Concarneau. Wordt dan wel een tocht van 10 uur, wellicht op motor. Uiteindelijk  beslisten we in unanimiteit (ofwel is er in elk koppel ofwel unanimiteit, ofwel staking van stemmen) lm onze koers bij te sturen, naar Concarneau te varen en veel zonnecrème te smeren. In het tweede deel van de tocht kwam er wat wind opsteken,zodat we dan toch de zeilen konden hijsen en in combinatie van motor- en zeilkracht een goede 7 knopen konden maken. Gelukkig, want de stroming was tegen. Om 19u30 aangemeerd in het mooie Concarneau met zicht op de ommuurde oude stad. Oef

(Wordt vervolgd)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *